KutBinnenlanders.nl

Maand: augustus 2012 (Page 2 of 5)

Badr heeft gewoon zijn naam niet mee

Gastbijdrage van Miel Blok

Leon de Winter zorgde eerder deze week voor nogal wat ophef met zijn uitlatingen over vechtersbaas Badr Hari. In een ultieme poging om zijn eigen boek wat meer onder de aandacht te brengen, besloot De Winter dat het een goed idee was om te stellen dat Hari “een parel voor de samenleving kan worden”. Misschien zelfs wel het grootste slachtoffer van de zes mishandelingen waarvoor hij nu achter tralies op straf wacht.
Heel diezelfde Nederlandse samenleving viel over de schrijver heen. Koren op de molen van de man met het nieuwe boek! Shockeren werkt blijkbaar nog steeds. Maar, Leon de Winter, ik ga je wat wind uit de commerciële zeilen halen. Door je publicatie te ontkrachten en te stellen dat je deels gelijk hebt. Over de onschuld van Badr. Hij is erfelijk belast. Met zijn naam.

Het is eigenlijk allemaal zo eenvoudig dat ik het vreemd vind. Vreemd vooral dat het nog niemand opviel. Badr Hari. Professioneel vuistslager uit Amsterdam. Kijk eens naar zijn achternaam: Hari. Dat is overduidelijk de genitivus van Harum. Eigenlijk heet de beste man dus Badr van Harum. Harum was een afstammeling van Juda. Juda, de Bijbelse figuur wiens naam later werd verbasterd tot Jood. Zie je het ook? Onze Badr lijkt af te stammen van het volk uit het Beloofde Land.

Badr Hari. Joodse jongen in Moslimvermomming. Dat is nogal een erfenis. Het wordt er ook niet beter op. In 2011 kondigde het Joodse Habayit Hayehudi Hashalem aan dat het een goede zaak zou zijn als bigamie weer geoorloofd zou zijn voor Joden. Omdat een te grot aantal Joodse vrouwen vrijgezel was en omdat meer kinderen de oplossing zouden vormen tegen Arabische dreigingen. Goed verzonnen! Badr zou dus meerdere vrouwen mogen hebben. Je begrijpt dat andere mannen huiverig waren. Hier ben ik het dus eens met Leon de Winter: ze zien Badr Hari als bedreiging. Neem Ruud Gullit. Badr nam zijn Estelletje er maar bij. Als een soort extraatje, voor de zondagmiddag of zo. Ruud was natuurlijk niet blij. Hij bespioneerde het stel zelfs. Overal stond Ruud achter struiken, bomen, deuren of vuilcontainers. Ruud Gullit. Hij durfde alleen niet te spioneren tijdens Sensation White. Bang als hij was dat hij daar teveel zou opvallen.

Ruud Gullit was niet de enige. Mannen voelen zich bedreigd als hun vrouw in het geding komt. Badr kan er eigenlijk niets aan doen. Het zit allemaal opgesloten in zijn naam. Waar hij natuurlijk wel iets aan kan doen, is aan zijn reacties op die mannen. Een beetje Jood “has to turn the other cheek”, om het even in het Engels te zeggen. Badr had dat niet in zich. Dat is slecht, laakbaar, goddeloos, boosaardig en nog wat meer krachttermen.
Nu, in plaats van to turn the other cheek, moet hij oppassen. Oppassen dat hij in het huis van bewaring niet tijdens het douchen wordt gedwongen ‘to bend over, cough and spread both cheeks’. Het kan verkeren. Badr Hari. De man die zijn naam gewoon niet mee heeft.

Hofnar van de ondergang (36)

Richard keek verveeld voor zich uit. De politicus die tegenover hem in detail uiteen zette wat voor grote baten het verhogen van de kansspelbelasting in dit land met zich meebracht, ging onverstoorbaar met zijn monoloog voort. Richard streek over zijn snor.

“Het is een rare boel, Ries,” had de ingehuurde detective voor zich uit gemompeld. Een wat oudere rot met halflang hippie-haar en geelbruine sjekkie-rook vlekken op de vingers, en barsten in zijn lange, uitstekende lippen, maar wel een die altijd op gedegen en vindingrijke wijze wist te achterhalen wat weinig anderen konden ontdekken. Als Richard het gezicht van zijn journalistiek nog redelijk aanzien genietende talkshow was, was deze man de stilletjes snuffelende speurneus erachter.
Dat hij dus geen steek verder was gekomen met het onderzoek naar de mensen achter de zelfmoordveiling, was geen goed teken.

“Degeen die de URL heeft geclaimed, heeft het ene schimmige bedrijfje na het andere gewend, duidelijk om zichzelf zo moeilijk mogelijk traceerbaar te maken.”

Richard had hem ongelovig aangekeken. “Komaan, Bas, niemand is tegenwoordig nog moeilijk traceerbaar. We leven in een van de meest transparante tijdperken in de totale geschiedenis van de mensheid. We publiceren wat we gegeten hebben, waar we werken, wie we als onze vaste neukertjes beschouwen -“

Heupertjes, Ries,” onderbrak Bas hem. “Zo schijnen ze dat tegenwoordig te noemen. Ja, ik vind het ook drie keer nergens naar klinken, maar je moet wel een beetje bij de tijd blijven.”

Richard rolde met zijn ogen. Weer een neologisch-conservatieve kutterm van die bekrompen kutjeugd van tegenwoordig. Heupertjes, hoe komen ze er toch generatie na generatie weer op. Nou ja, goed. Hij zal het maar een paar keer on the air zeggen, dan ligt hij meteen weer goed bij de huidige generatie en blijft hij zijn concullega’s op andere zenders een stap voor. Hij knikte zijn gebruikelijke ‘ga door’ knik en streek over zijn snor.

“Zoals ik al zei, Ries, het is een rare boel. Ik ga hem nog wel vinden hoor, die jongen achter de website, maar dat hij technisch wel wat kan, dat is me alvast duidelijk. En ik heb ook een negatori gekregen op dat bod dat je me liet doen.”

Richard haalde zijn wenkbrauw verbaasd op. “Zeiden ze daar nee op ? Wat zeiden ze precies dan ?”

Bas haalde zijn knokige schouders op en rolde een sjekkie. “Dat we heel erg bedankt zijn voor ons bod, maar momenteel niet bij de tien hoogste bieders horen, en dat ze dus niets voor ons denken te kunnen betekenen.”

Richard krabde aan zijn kin. Hij had bij de producenten ettelijke duizenden euro’s los kunnen krijgen als onderzoekbudget, en dat bijna geheel als bod laten indienen. Er was niet gehapt. Was dit nu één grote grap, of waren er echt hogere bieders ?

Bas likte langs de gomrand van zijn sjekkie. “En dat appartement van die Diededinges levert ook niks op. Ik heb daar al drie dagen een mannetje tussen de andere sluipschutters liggen, maar zelfmoordmans laat zich er niet zien. Er zijn er al enkele vandoor. Geen geduld meer tegenwoordig, die fotograafjes. Paar daagjes in de bosjes kamperen en ze mekkeren al. In mijn tijd -“

Richard wuifde de anekdotische zijsprong direct weg en streek nog eens over zijn snor. Het was al met al een uiterst bizar verhaal. Een website, met veel tamtam aangekondigd, waarin iemand zelfmoord zegt te willen plegen en mensen mogen bieden op hoé. Een webmaster die zich onvindbaar in de krochten van het internet verstopt heeft. Zonder geaccepteerd bod was er ook geen bank- of creditcardnummer te checken. En de hoofdrolspeler was, hoewel hij aanvankelijk snel gevonden was, plots van de aardbodem verdwenen.

Hij pakte zijn mobiel en belde zijn assistente. “Natas, met Richard. Vraag eens even bij de gebruikelijke PR bureaus na, informeel zoals gewoonlijk, of een van hen hier een viral geintje aan het flikken is voor een of ander bedrijf. Ja, dat gedoe met die zelfmoord ja. Okee, dankjewel meid.”

Bas stak zijn sjekkie aan. “Het is een rare boel.”

“En zo,” grapte de politicus, Richard in zijn gedachtengang storend, “brengt dit kansen voor iederéén mee, begrijpt u wel?”

Ja ja, dacht Richard. Ondertussen worden we allemaal keihard in onze reet geheupt.

Bananarama Consultancy // Krabben

 
Otto is uitgebraakt. Hij heeft zijn handen vrij voor een leuk tv-avondje. Met de TROS-kompas op schoot speurt hij naar televisieprogramma’s die zijn goedkeuring kunnen wegdragen. Die kruist hij aan met een ballpoint. Hee. De EO. Met iets met krabben. Het begint zo. Otto drukt op corresponderende knop in. Geen krabben. Geen EO. In plaats daarvan de AVRO. Een zender waarvan Otto niets moet hebben. Liever een bad pieren dan een avond AVRO, luidt zijn motto. Hij behoorlijk uit zijn hum geraakt. ‘De EO beloofde mij krabben. Maar geen krabben te zien. Zelfs geen EO. Dit is ONACCEPTABEL.’ Bozig schakelt hij de televisie uit. Wat nu? Geen idee. Wat doet een mens als hij geen televisie kijkt? Otto moet het antwoord schuldig blijven. Hij staat op en loopt wat. Naar het raam en terug. Hij gaat weer zitten. Nu trekt hij zijn rechtersok uit en bekijkt zijn grote teen. ‘Hallo’, zegt Otto tegen de niet onaanzienlijke teen. Hoe laat zou het zijn? In feite moet ik nu gewoon mijn eigen ding doen, maar tijden veranderen.

Stad Spreek Tot Mij (15)

STAD SPREEK TOT MIJ

Stad van liefde, stad van haat, stad van gestoorden, stad van kwaad. Stad van schreeuwers, fluisteraars ook, stad van helderheid, stad van rook. Stad van doeners, stad van denkers, stad van criminelen, stad van krenkers. Stad van angsten, dood en bederf, stad van vreugde, afgebladderde verf. Stad van eenzamen, stad van verdriet, stad spreek tot mij, onthoudt mij uw woorden niet. Stad van mij, van jou, stad van ons allemaal, stad bewaar uw geheimen niet, vertel mij uw verhaal.

Arjan O.

Hofnar van de ondergang (35)

“Jezus. Zei hij dat echt ?”

Ze lag zwetend en nahijgend naast Diederik. Hij kneep even zijn ogen tot spleetjes – zei wie wát echt ? In de stroperige brei die zijn brein na dat verpletterend orgasme van zojuist was geworden, had hij het even moeilijk zich te herinneren waar het gesprek ook alweer over ging. Hij was met een droevige blik binnengelopen, zij was er al, vroeger dan normaal.

“Ik moest de hele tijd aan je denken, en dat schiet niet op in mijn werk. Dus heb ik een collega gevraagd voor me in te vallen. En dat nog wel bij een vaste klant, ik lijk wel gek.”

Ze schrok en keek hem bezorgd aan. “Wat is er gebeurd ?”

Diederik had de schouders opgehaald en een glas water ingeschonken. Vervolgens schetste hij Nathalie voor wat er in het gesprek met Stan zoal ter sprake was gekomen. Voordat hij de totale uiteenzetting van de organisatorische kwalificaties van straatdealers had kunnen navertellen, had ze haar armen om hem heen geslagen en hem diep gekust. En voor hij het goed en wel wist, was hij van het aanrecht naar de keukentafel naar de ligbank gestuurd, waar ze nu naakt en zwetend nahijgden.

Het glas water stond wonderwel nog intact én geheel gevuld op het aanrecht.

Ze keek naar het plafond, met vurig vlammende ogen. “Jezus, wat een naïeve idioot. Een dealer heeft geen organisatietalent. Degeen die uiteindelijk bakken vol geld aan die dealer, en zijn collega’s, verdient, dié heeft organisatietalent. Zo’n dealer is gewoon een randdebiel, die snel getraind wordt zijn werk zo goed mogelijk te doen, en die makkelijk vervangen kan worden als hij opgepikt wordt.”

Ze stak een sigaret aan en blies een boze rookwolk de lucht in. “Je vriend klinkt als iemand die alles alleen uit de films en de krant kent. En uit slechte thrillers, geschreven door fantasierijke amateurs.”

Diederik wist weer niet wat hij moest zeggen. Had hij zich in de dialoog met Stan al een beetje dom gevoeld, nu zeker. Wie was deze mysterieuze vrouw en hoe wist ze zoveel van werelden waar hij geen benul van had ?

Ze draaide haar gezicht naar hem en kuste hem. “Jij bent prachtig,” zei ze.

“Ik weet niets van de wereld,” sprak hij zacht.

“Je weet weinig genoeg om je puurheid te behouden,” zei ze en kuste hem nogmaals. “Mensen die méér komen te weten, verliezen alle onschuld.”

Hij keek haar in de ogen. “Ben jij alle onschuld verloren ?”

Ze draaide haar blik terug naar het plafond en blies nog een rookwolk. “Ander onderwerp graag, lieverd.”

Diederik had geen zin om te ver door te vragen. Hij probeerde zich een ander onderwerp voor de geest te halen. Wederom was ze hem te vlug af. Ze rolde zich bovenop hem en grijnste.

“Morgenavond gaan we naar iets leuks. En ik kan dat een verrassing houden, maar dan heb je niks voorbereid. Dus ik zeg het je maar vast. Morgenavond ga jij gedichten voordragen op het podium.”

Hij glimlachte. “Limericks zeker. Er was eens auto vol deuken, …

Ze legde haar vinger op zijn lippen. “Sssst. Serieus. Jij hebt morgen je podiumdebuut. En ik ga mee. Als jouw groupie.”

Hij knipperde met zijn ogen. Meende ze dit nou ? Nathalie zag zijn blik.
“Maak je niet té druk. Het is maar voor een klein publiek, en het heeft een heel erg open mike karakter allemaal. Je staat er dus tussen verschillende andere mensen die het voor het eerst doen. Maar ik wéét gewoon dat je iedereen versteld zult doen staan. Dus, ik zou maar eens aan het dichten gaan, schrijvertje van me.”

Diederik ging met een ongelovige blik recht overeind in bed zitten. Nathalie grinnikte. Ze greep hem en draaide hem bovenop zich. “Stráks. Stráks ga jij keihard gedichten schrijven. Eerst even lekker een potje heupen.”

Hofnar van de ondergang (34)

Stan zag de afschuw op Diederik’s gelaat. “Maak er maar weer een heldenverhaal van,” schampte hij. “Geld verdienen is net zo heroïsch als zelfmoord plegen, vriendelijke vriend. Dus doe niet alsof het een beter is dan het ander.” Een verontwaardigde slok bier werd zijn keel in gegoten.

Diederik haastte zich te verontschuldigen. “Zo bedoel ik het helemaal niet, Stan. Het is gewoon, het gaat allemaal ineens zo hard. Ik ben bang dat we straks een punt voorbij schieten waar we nog spijt van krijgen.”

“Spijt is voor mislukkelingen,” stelde Stan. “Winnaars hebben nooit spijt – zij hebben hoofdprijs na hoofdprijs. Tot de dag dat ze een mislukkeling worden.”

Diederik fronste. “Dus dat zijn je opties in het leven ? Blijven winnen of een mislukkeling zijn ?”

“Uiteraard,” zei Stan. “Verliezen is geen optie. Verliezen is een mislukking. En als iets mislukt, herpak je jezelf en ga je er opnieuw tegenaan.”

Diederik zag een bestaan waarbij alleen dié aanpak telde, ineens helemaal niet meer zitten. Zijn schouders en voeten werden loodzwaar en hij wou al het moois dat er recent gebeurd was, zo aan de stoeprand dumpen en het einde verwelkomen. In plaats daarvan hield hij zijn gedachten voor zich en dronk stilletjes zijn bier, in de hoop dat dit de laatste Stan’s deprimerende woorden waren.

“Ik weet niet met wie je een heupathon gehouden hebt, maar reken er maar op dat als puntje bij paaltje komt, ook zij haar leven om geld verdienen zal hebben ingericht. En daar is ook niks mis mee. Je hebt dat geld nu eenmaal nodig – zonder geld heb je simpelweg niks. Nog een biertje ?” Diederik schudde nee, het bier smaakte hem ineens niet meer.

“Ik zag laatst een of ander online profiel van een meisje dat zich liep te verontschuldigen dat ze in de wereld van reality TV werkt. Ik dacht meteen bij mezelf, jij komt er niet meisje. Met zo’n mentaliteit dat je je een beetje loopt te verontschuldigen voor het vakgebied waar je in werkt, wordt het nooit wat. Je moet trots zijn op wat je kunt en hoe ruim je daarmee jezelf kunt voorzien in het leven.”
Stan wenkte het barmeisje en seinde om één bier.
“Denk je dat een straatdealer die zich staat te schamen voor zichzelf en zijn werk, het lang volhoudt ? Misschien een paar dagen, of tot hij een bepaalde heel dringende schuld afbetaalt, en dan stopt hij ermee.”

“Gaan we serieus praten over straatdealen alsof het een of ander normaal of zelfs nobel bestaan is, Stan ?” vroeg Diederk. “Want dan vind ik je verhaal al krom vanaf het beg-“

“Heb je enig idee wat voor organisatie een beetje goede straatdeal vergt ?” Stan gaf Diederik een scherpe blik. “Een échte goede straatdeal dan hè. Niet een of andere gedrogeerde mafkees die een restbodempje van zijn eigen spul aan een willekeurige andere idioot verpatst. Nee, een goed georganiseerde straatdeal waar je misschien nog een beetje toekomst mee kunt bouwen.”

Diederik staarde naar zijn bier en wenste dat het plafond naar beneden zou komen. Enkel op hem. In één klap verpletterd. Bloed op de cafévloer. Bezaaid met kalkbrokstukken, die het bloed gretig liggen op te zuigen.

“Je moet je voorraad ergens vandaan halen, je moet het transporteren en opslaan, je moet je juiste klanten op straat eruit pikken zonder teveel op te vallen of per ongeluk in een undercoveractie te trappen. Dan heb je kaartjes nodig met een telefoonnummer, minimaal één telefoon die ontraceerbaar is, en een of ander drop-off plannetje. Dealers zijn gewiekste, intelligente, georganiseerde mensen die heel helder weten wat ze willen halen uit het leven, en ik heb daar veel respect voor. Ik zie het jou niet organiseren. Dus haal er niet je neus voor op. Natuurlijk, ze zouden hun organisatietalent ook in kunnen zetten op een maatschappelijk wat minder verfoeid gebied. Maar in alles waar de maatschappij afkeurend op reageert, zit geld. Veel geld. Wat denk je dat wij zelf aan het doen zijn ?”

Diederik trok een halfbeschaamde blik. Waar was hij aan begonnen ? Meer dan er per ongeluk uit flappen dat hij zijn leven wou beëindigen, had hij toch eigenlijk niet fout gedaan ? Het begon een soort wespennest te worden, en hij kreeg een naar voorgevoel dat dit nog uit de hand zou gaan lopen.

Maar hij zei niets en dronk zijn bier. En wenkte ook maar naar het barmeisje om nog een vol glas.

« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑