Stan zag de afschuw op Diederik’s gelaat. “Maak er maar weer een heldenverhaal van,” schampte hij. “Geld verdienen is net zo heroïsch als zelfmoord plegen, vriendelijke vriend. Dus doe niet alsof het een beter is dan het ander.” Een verontwaardigde slok bier werd zijn keel in gegoten.

Diederik haastte zich te verontschuldigen. “Zo bedoel ik het helemaal niet, Stan. Het is gewoon, het gaat allemaal ineens zo hard. Ik ben bang dat we straks een punt voorbij schieten waar we nog spijt van krijgen.”

“Spijt is voor mislukkelingen,” stelde Stan. “Winnaars hebben nooit spijt – zij hebben hoofdprijs na hoofdprijs. Tot de dag dat ze een mislukkeling worden.”

Diederik fronste. “Dus dat zijn je opties in het leven ? Blijven winnen of een mislukkeling zijn ?”

“Uiteraard,” zei Stan. “Verliezen is geen optie. Verliezen is een mislukking. En als iets mislukt, herpak je jezelf en ga je er opnieuw tegenaan.”

Diederik zag een bestaan waarbij alleen dié aanpak telde, ineens helemaal niet meer zitten. Zijn schouders en voeten werden loodzwaar en hij wou al het moois dat er recent gebeurd was, zo aan de stoeprand dumpen en het einde verwelkomen. In plaats daarvan hield hij zijn gedachten voor zich en dronk stilletjes zijn bier, in de hoop dat dit de laatste Stan’s deprimerende woorden waren.

“Ik weet niet met wie je een heupathon gehouden hebt, maar reken er maar op dat als puntje bij paaltje komt, ook zij haar leven om geld verdienen zal hebben ingericht. En daar is ook niks mis mee. Je hebt dat geld nu eenmaal nodig – zonder geld heb je simpelweg niks. Nog een biertje ?” Diederik schudde nee, het bier smaakte hem ineens niet meer.

“Ik zag laatst een of ander online profiel van een meisje dat zich liep te verontschuldigen dat ze in de wereld van reality TV werkt. Ik dacht meteen bij mezelf, jij komt er niet meisje. Met zo’n mentaliteit dat je je een beetje loopt te verontschuldigen voor het vakgebied waar je in werkt, wordt het nooit wat. Je moet trots zijn op wat je kunt en hoe ruim je daarmee jezelf kunt voorzien in het leven.”
Stan wenkte het barmeisje en seinde om één bier.
“Denk je dat een straatdealer die zich staat te schamen voor zichzelf en zijn werk, het lang volhoudt ? Misschien een paar dagen, of tot hij een bepaalde heel dringende schuld afbetaalt, en dan stopt hij ermee.”

“Gaan we serieus praten over straatdealen alsof het een of ander normaal of zelfs nobel bestaan is, Stan ?” vroeg Diederk. “Want dan vind ik je verhaal al krom vanaf het beg-“

“Heb je enig idee wat voor organisatie een beetje goede straatdeal vergt ?” Stan gaf Diederik een scherpe blik. “Een échte goede straatdeal dan hè. Niet een of andere gedrogeerde mafkees die een restbodempje van zijn eigen spul aan een willekeurige andere idioot verpatst. Nee, een goed georganiseerde straatdeal waar je misschien nog een beetje toekomst mee kunt bouwen.”

Diederik staarde naar zijn bier en wenste dat het plafond naar beneden zou komen. Enkel op hem. In één klap verpletterd. Bloed op de cafévloer. Bezaaid met kalkbrokstukken, die het bloed gretig liggen op te zuigen.

“Je moet je voorraad ergens vandaan halen, je moet het transporteren en opslaan, je moet je juiste klanten op straat eruit pikken zonder teveel op te vallen of per ongeluk in een undercoveractie te trappen. Dan heb je kaartjes nodig met een telefoonnummer, minimaal één telefoon die ontraceerbaar is, en een of ander drop-off plannetje. Dealers zijn gewiekste, intelligente, georganiseerde mensen die heel helder weten wat ze willen halen uit het leven, en ik heb daar veel respect voor. Ik zie het jou niet organiseren. Dus haal er niet je neus voor op. Natuurlijk, ze zouden hun organisatietalent ook in kunnen zetten op een maatschappelijk wat minder verfoeid gebied. Maar in alles waar de maatschappij afkeurend op reageert, zit geld. Veel geld. Wat denk je dat wij zelf aan het doen zijn ?”

Diederik trok een halfbeschaamde blik. Waar was hij aan begonnen ? Meer dan er per ongeluk uit flappen dat hij zijn leven wou beëindigen, had hij toch eigenlijk niet fout gedaan ? Het begon een soort wespennest te worden, en hij kreeg een naar voorgevoel dat dit nog uit de hand zou gaan lopen.

Maar hij zei niets en dronk zijn bier. En wenkte ook maar naar het barmeisje om nog een vol glas.