Stan keek verbaasd om zich heen. Overal grijze muren. Harde, grijze muren. Vieze grijze muren. Een grijze metalen deur. Hoe was hij hier gekomen ? Hij staarde naar de grond. Vieze, grijze betonnen grond. Hij had blote voeten en hij zat op een of ander soort bed, als je het al zo kon noemen.

Met een schok besefte hij zich dat hij in een cel zat. Verdomme ! Wild draaide hij zijn hoofd rond. Was hij gearresteerd ? Hij herinnerde zich niets. Hij voelde in zijn broekzakken maar ze waren leeg, op zijn portemonnee na.

Op het moment dat hij zijn portemonnee vastpakte, trilde de lucht. Verbaasd keek Stan toe. Hij pakte zijn portemonnee nogmaals vast. De lucht trilde weer. Hij haalde zijn hand uit zijn broekzak en strekte ‘m uit. De lucht rimpelde iets opvallender.

Hij stak zijn wijsvinger uit en plots verschenen er kleurrijke, beweeglijke iconen in de lucht rond zijn hand. De wanden van de cel kleurden met deze lichtgevende afbeeldingen mee. Hij trok verrast zijn hand en arm terug. Alles werd weer grijs.

Stan nam zijn portemonnee uit zijn broekzak en de lucht begon wilder te trillen. Alsof zij er enthousiast van werd. Hij strekte weer zijn arm uit, en de iconen verschenen terug. Stan bewoog zijn vinger en merkte dat hij de beelden door kon schuiven. Alles draaide in een soort keuze-carroussel. Verwonderd keek hij naar de afbeeldingen die langs zijn hand streken. Tot hij plots een plaatje van een geopende deur zag. Zijn hart sloeg een slag over. Kon hij op deze manier de cel uitkomen ?

Hij tikte het icoon aan. Dat verkleurde, en in fel lichtgevend wit verscheen er een bedrag op. Hij knipperde met zijn ogen maar begreep het al snel. Daarom trilde alles toen hij zijn portemonnee aanraakte: je moet betalen voor deze opties.

Hij opende zijn portemonnee en keek naar de inhoud. De portemonnee was leeg. Welk vak hij ook opende, er zat niets in. In het vak van de biljetten was het donkerder dan in de rest van de portemonnee.

Hij zag vanuit zijn ooghoeken dat alles weer grijs was geworden. Maar het donkere biljettenvak had zijn volledige aandacht. Hij staarde de duisternis in. En voor hij het doorhad, voelde hij zich ernaar toe getrokken. Hij viel, draaiend en wentelend, lucht raasde langs zijn lichaam. En het vallen leek steeds sneller te gaan, zonder dat er een bodem in zicht kwam.

Met een schok schrok Stan wakker. Onmiddellijk greep hij naar zijn broekzak, maar in zijn pyjamabroek zat geen zak. Zijn huid stond klam van het zweet. Hij keek verwilderd om zich heen, aangezien het niet meteen tot hem door wou dringen dat hij gedroomd had. Toen liet hij zich vermoeid terug op bed vallen en sloot bijna meteen weer zijn ogen. De ochtend was nog te vroeg vandaag.