KutBinnenlanders.nl

Maand: december 2009 (Page 2 of 5)

Escapade

Met een jongedame ging ik wandelen in de heuvelen. Het was nog vroeg, maar de boerderijen waren al onnozel van hitte. De zandwegen krompen ineen onder het gonzende gelach van het jaargetij. Het land was verminkt door mislukte oogsten. Tussen de wiegende paardebloemen lag een haas te ontbinden. In zijn ogen woonden bromvliegen met turkooizen ruggen. Verderop plukten wij de veldbramen uit het dauw. Zij droeg haar lange witzilveren rivieren los. We zoenden in een afgelegen wijngaard, en kleedden ons uit. Haar heilige borsten lagen in mijn klauwen, die zwart waren van het steengruis en het zweet. Spreeuwen leerden vliegen. De zon was een vulkaan. Toen het halfdonker kwam keken wij naar de sterren. Wij slurpten het licht uit de hemel. Melkwegen vloeiden in onze strotten. Plotseling klonk er gehuil in de lage bergen. Wolven jakkerden hijgend door de zomernacht, onze geursporen nasnuffelend in wilde honger. Wij vluchtten een meer in. Ons naroepend verdwenen de wolven terug het woud in. Toen zocht de maan ons, als een bange moeder in de wind. Ze verliet haar azuren paleis, maar wij waren al verdwenen, met blote voeten op het duister, over de heuvels waar niemand was. Bij het krieken van de morgen nam een oude boer ons mee terug naar de dorpen. Vanaf de ratelende kar zagen wij vuurrode paarden door de hemelgewelven rennen.

Artikel voor GentBlogt.be (2)

Nog net op de valreep voor Kerst passeert hier mijn tweede stuk voor GentBlogt.be. Bij hen zelf mét reacties (knipoog). U zit uiteraard allemaal drukdrukdruk te zijn met de feestdagen dus u leest dat veel later. Of helemaal niet. Kan het mij schelen, ik plaats het hier sowieso toch lekker wel door. (Grijns)

Een Nederbelg burgert in: Afval

De actualiteit biedt momenteel talloze onderwerpen die ik in mijn vergelijkings-stukjes over de Nederlandse cultuur versus die in Vlaanderen de revue zou kunnen laten passeren. Music For Life bijvoobeeld, dat in noordelijk Nederland (en dáár mag je dan dus gerust van ‘Holland’ spreken) haar evenknie heeft met het 3FM Serious Request glazen huis. Maar over de sympathieke malariabestrijdingen wordt aan beide kanten van de grens al genoeg geschreven. De sneeuwval dan, die beide landelijke infrastructuren net niet verlamd heeft. Kopenhagen. Of het wel heel erg voor de hand liggende kerstfeest. Echter heb ik de neiging niet de makkelijke weg te kiezen, dus is vandaag afval aan de beurt.

Bij een kleine nababbel met mijn lerares Maatschappelijke Oriëntatie schoof een olijke mede-instructeur aan die een klein decennium geleden nog in Rotterdam gewoond en gewerkt had. Zijn beeld van Nederland was dat van een saamhorig volkje, met goede gezondheidszorg, een progressieve attitude en kwalitatief openbaar vervoer. Stuk voor stuk kon ik hem melden dat die impressies niet langer van toepassing geraakt zijn. Een van zijn grootste kritiekpunten echter was dat de ‘Ollanders vrijwel geheel hun afval niet scheidden, en hij zette dan ook grote ogen op toen ik protesteerde dat daar inmiddels ook drastische verandering in gekomen is.

Toegegeven, een begrip als PMD kennen we echt vol-lé-dig niet (en ik vind ’t nog altijd een vreemde scheiding, als ik eerlijk mag zijn) maar bij een tussentijdse thuiskomst in Tilburg eerder dit jaar werd ik onverwacht geconfronteerd met het fonkelnieuwe en belachelijk benaamde begrip Plastic Heroes.

(En om nog eens op PMD terug te komen, zijn daarbij in ieder geval minder ingewikkelde uitzonderingen bij. Sorry lieve Vlaamse broeders en zusters, maar vereenvoudigen is iets dat uw noorderburen best goed in de vingers hebben… Daar hebben we niet eens een minister voor nodig. Denk hier even een olijke knipoog mijnerzijds bij.) Nee, we gooien niet klakkeloos alles maar in de Kliko. Het meest basale huishouden scheidt op z’n minst GFT (ja, zo heet dat bij ons ook) van ‘restafval’. Papier en karton gaat in de papierbak. Batterijen, verf, accu’s en meer van die chemische rotzooi gaan in een chemobak die ieder huishouden eens per week op de markt kan aanbieden. De batterijen kunnen bovendien op bijna iedere werkplek of school ingeleverd worden. Soît, niet iedereen is daar even trouw in maar de chemobakken zijn er. Er zijn inzamelplekken voor textiel en versleten schoenen en meer van dat soort moois – van wat ik weet gaat dat zelfs de menselijke kringloop in. Sowieso bij de klassieke zakken van ‘Jantje Beton’, die oude kleding voor minderbedeelden ophaalt bij de minder behoeftige middenstanders die graag weer wat ademruimte in de kledingkast willen creëren. En we slepen steevast een tas of bak met oud glas naar de vele glascontainers die je overal in de wijken vindt. Die bakken hebben zelfs nog een scheiding tussen wit, groen en bruin glas. Ik kan niet voor heel het land spreken – wellicht dat in de nog zwaarkerkelijke gebieden al het glas verwerkt wordt in glas-in-loodramen, haha – maar bij mijn weten is de Nederlander niet anders gewend. (Hier een triestig filmpje ter demonstratie.) Er kan waarschijnlijk nog wel veel meer gescheiden worden, maar net als hier hangt een hoop af van de welwillendheid van Jan Modaal, die toch ook nog wat tijd over wil houden om Lingo en voetbal te kunnen kijken.

Onwennig speurde ik dan ook de straten hier in Gent af naar het me welbekende beeld van de trouwe glascontainers toen ik na mijn eerste paar weken verblijf al met een aantal lege flessen van een overigens erg fijn wijntje in mijn maag zat. Een beetje trial and error later (zo heb ik trots een corrigerend ‘foei’ briefje aan de muur hangen dat ik in mijn bus vond wegens het ongeïnformeerd gebruik van een kartonnen doos) mag ik toch wel melden dat glas, PMD, papier en restafval inmiddels in mijn eigen kleine huishoudentje nu netjes volgens de lokale regels loopt. Maar het meest verraste me nog wel de dag dat het grofvuil opgehaald wordt. Bij een nachtelijk wandelingetje – ik slenter graag door stedelijke straten onder de sterrenhemel – verbaasde ik me dat hele inboedels mijn wandelroute blokkeerden. Leren banken, wasdrogers, TV-kasten, je kon het je zo gek niet inbeelden of het stond aan de straatkant.

En her en der reden met koortsig enthousiasme auto’s met aanhangwagens rond die gretig alles wat maar minimaal nog bruikbaar leek inlaadden. Dat werkte aanstekelijk, en voordat ik het wist mocht ik mezelf ook onder de stoeprand-jutters rekenen. Niet uit zogenaamde ‘Ollandse krenterigheid, maar simpelweg omdat er aparte en mooie spulletjes tussen stonden, en ik mijn weg in het Gentse winkelaanbod nog niet voldoende gevonden had om diverse hoognodige inboedel-aanvullingen via een meer standaard consumentenroute bijeen te ritselen. En voor je ’t weet loop je met je armen vol te slepen. Mijn trotse oogst bestond onder andere uit een nette papiermand, een welkome reservestoel, een van de prachtig-foeilelijkste barkrukken die ik ooit gezien heb, en een fraaie reuzenfoto van de Manhattan cityscape zoals dat oogde voordat een paar vliegtuigjes er twee torens uit verwijderde. Tevreden terug thuis een pintje drinkend bekroop me de verwarrende vraag… had ik nu toeristisch geprofiteerd van iets dat ik in Nederland niet ken, of had ik keurig Gents binnenstadsgedrag vertoond ?

Huiswerk ! Heeft u zelf ook al eens lekker de stadsjutter uitgehangen en zo ja, wat voor fraais heeft u daarbij weten te bemachtigen ?

Uit: Brieven aan mijn idolen, door Nathan van der Garde

Geachte Karst, ik ben Nathan van der Garde, maar dat zal niet lang meer duren. Een dezer dagen ga ik mijzelf van kant maken. Het spijt mij dat ik u hiermee lastigval, maar anders weet niemand van mijn zelfmoord, en dan is die al net zo nutteloos als mijn leven. Toen ik op de televisie zag wat je gedaan had, moest ik huilen. Niet omdat ik het erg vond, maar omdat ik het had willen doen. Heus, ik ben geen haatdragend persoon, maar op een groep mensen inrijden met een Suzuki Swift lijkt me geweldig. Mijn vrouw is weg. Sinds een half jaar. Met ene Antonio, een kerel uit Spanje. Volgens mij zijn ze naar Bolivia gegaan, of iets anders in die richting. In ieder geval zit ik alleen thuis, en speel ik heel de dag met mijn roede. Normaal deed zij dat, maar ze is weg. Nu doet ik het zelf. Het leven is zo bekeken eigenlijk heel simpel. Hoe ik wil sterven weet ik nog niet. Laatst ging ik naar de bioscoop, maar van de film weet ik niets meer. Ik heb alleen maar popcorn zitten eten, en manieren zitten bedenken om dood te gaan. Wat dacht u ervan als ik explodeerde? Niet in een bus, zoals al die Arabieren doen, want dat is achterbaks. Nee, ik bedoel gewoon ergens waar niemand het ziet. Midden op het IJsselmeer bijvoorbeeld, of in een pashokje bij de Hema. Er is keuze genoeg, zo blijkt alweer. Ik haat keuzes maken. Daarom houd ik mijzelf ook maar voor dat mijn zelfmoord geen keuze zal zijn. Het is noodzaak. Mijn baas bij de AKO, een Antilliaan die Quincy heette, zei altijd dat we moesten ?doorstromen?. Daarmee bedoelde hij harder werken. Ik haatte dat woord van hem, maar nu wil ikzelf maar al te graag doorstromen. Naar de volgende wereld, en die daarna, en die daarna, totdat ik niet meer verder kan. Ik dacht vroeger altijd dat suïcidaal zijn erg was. Maar het is hetzelfde als nodig moeten poepen. Je moet het gewoon doen, want dat lucht op. Als ik heel eerlijk ben weet ik niet eens echt echt echt zeker of ik wel dood wil. Omdat ik niet weet wat dood zijn is. Ik heb wel veel platgereden kikkers op fietspaden gezien. Daar werd ik niet blij van, dus misschien is de dood wel treurig. Kun je mij terugschrijven en er iets over vertellen? Bij voorbaad dank, met vriendelijk groet, Nathan ]]>

Artikel voor GentBlogt.be (1)

Vanaf heden schnabbelt uw hoofdredacteur ook een beetje bij op het meestgelezen StadsBlog van de BeNeLux: GentBlogt. Maar uiteraard deel ik het ook graag met u, wat ik daar zoal neerpen. Dus een kleine doorplaatsing hiero. Hier kunt u hetzelfde artikel, met reacties, lezen op GentBlogt.

Een Nederbelg burgert in: Hollanders Ik had eerder beloofd een en ander over Nederland te gaan vertellen hier, om contrasten met het België dat ik begonnen ben te leren kennen dit jaar, bloot te leggen. Naar mijn idee is er veel dat we niet van elkander weten, en de reeks van artikelen die ik van zins ben hierover te schrijven hopen een steentje bij te dragen aan het wat meer opheffen van dit wederzijds onbegrip. Daartoe moet ik eerst toch echt even uitweiden over het begrip ‘Ollander.
Onlangs keek ik, na een tip van mijn inburgerings-leerkracht, Bert Kruismans’ België Voor Beginners. Een zeer amusante show met beduidend veel zelfspot over wat Godfried Bomans qualificeerde als de vrolijke, agrarische zuiderburen. Kruismans opent met vast te stellen dat allereerst de Belg vooral, zéker, absoluut en stellig, géén Ollander is. Geschetste scène op een franse camping, waar een local vraagt “Vous êtes Ollandais ?”, waar de Belg dan afkeurend mompelend en wild ontkennend zwaaiend met zijn handen van wegloopt. Neen, van den ‘Ollander niet veel goeds. Dat was zo ongeveer de grootste verrassing waar ik tegenaan liep toen ik me hier vestigde. Niet dat ik niet met de ‘Ollander-moppen kan lachen hoor: “Ge weet wat ge moet doen als ge nen Ollander ziet verzuipen ? Neen ? Goedzo.” Maar ik, en daarmee waarschijnlijk veel van mijn landgenoten ook, had geen idee dat de Belg ’t niet zo op ons heeft. Ja, de krenterigheid, die kenden we. Maar – om nog maar een mopje te doen dan – “Weet je wie het koperdraad heeft uitgevonden ? Twee ‘Ollanders die vochten om een stuiver” is toch van een andere orde dan flink wat benzine stoken om met het broeikaseffect het gehate noorderburenland tot een nieuw Atlantis om te willen toveren. Persoonlijk voel ik me volledig niet aangesproken. Ik kom uit (Noord-) Brabant. Brabanders, dat is hardwerkend goei volk, dat op z’n tijd een pintje en een verzetje lust, dat solidair met elkander wil zijn, en dat eigenlijk best veel pikt van vriend, vijand, overheid en vreemdeling, alles voor de Goede Vrede. Een hier ook aardig prevalerende eigenschap, mag ik toch wel constateren. Net als de gemiddelde vlaming zal de brabander, als je ‘m al dan niet bewust beledigt, met je lachen, je hartelijk op de schouder kloppen, je tracteren op een pint en ondertussen enkel in zijn hoofd een paar goeie kloppen op je kaak geven. Dat gezegd, iemand van onder de Grote Rivieren (lees: vanonder de Moerdijkbrug) een ‘Ollander noemen kán in het verkeerde keelgat schieten. ‘Wij’ zaten namelijk ook helemaal niet zo vreselijk te wachten op de Oranjes en hun geuzenbende. Nadat eerst de spanjaarden er fors op los geplunderd had, kwam de boevenbende uit het noorden dat nog eens overdoen. De Hollander besliste doodleuk tot schier onbetaalbare belastingen en meer van dat soort leuks, maar wat nog de meeste spanningen opleverde was wel het overheidsbevel dat ‘ons’ zelfs ons eigen geloof verbood. Katholicisme was verboten, bekeer je tot het Protestantisme or else, dat was een credo dat fors wat kwaad bloed zette. Voor wie er meer van wil weten, kan ik Anton Roothaert’s (wiens oeuvre goeddeels op Vlaamse bodem werd geschreven) boek Die Verkeerde Weereldt aanraden. Hoe het bij de Limburgers precies zit, weet ik niet, want niemand verstaat die, en de Zeeuwen, dat is pas echt een volk apart, maar een brabander kun je toch wel aardig beledigen door hem klakkeloos onder de noemer ‘Ollander te vegen. Bovendien is de brabander verzot op zijn zuiderburen, en gaat er geen dag voorbij of ergens verzucht er een – meestal als de nog altijd actieve boevenbende uit Den Haag weer iets uitvreet – of we niet gewoon bij België kunnen. Jazeker, u leest het goed: in de ogen van de brabanders, hoeveel regeringen er hier ook struikelen, hoe schier onverstaanbaar sommige van jullie dialecten ook kunnen zijn, en hoezeer jullie er prat op gaan dat het toch echt niet best gaat met het land, minimaal één van de nederlandse provinciën zou zich graag bij jullie aansluiten als er maar even de gelegenheid voor zou zijn. Niet dat jullie dáár dan weer op zitten te wachten, maar dat is een andere kwestie. De Hollander op z’n beurt vindt onze provincie dan ook weer enkel goed voor het belastinggeld (Brabant telt zich nog steeds tot de rijkste provincies van het land, mede dankzij een no-nonsense aanpakkersmentaliteit) en noemt ons notabene reserve-belgen. Zegt genoeg, toch ? De historische context even terzijde, het stereotype beeld van den ‘Ollander is ook een beetje mis. Waar jullie op touristisch vlak helaas veel mee geconfronteerd worden als zijnde ‘Ollanders, dat noemen wij Tokkies. Voor wie niet weet waar dat aan refereert, de Tokkie-familie is een setje marginalen waar de fictieve familie Flodder zich nog niet in de verste verte mee zou willen associëren. Ik kom ze hier helaas ook regelmatig tegen, de luidruchtige, zelfingenomen, domme, onbeschofte helaas-landgenoten, en ook ik distantiëer me verre van deze types. Net zoals veel noorderburen heus wel weten dat jullie niet over één kam geschoren dienen te worden met de minder welgevallige landgenoten die de krant van tijd tot tijd halen (ik hoef hier hopelijk toch geen namen te noemen), hoop ik toch ergens dat de schofterige achterbuurt-touristen die hier hun morsige caravan neerplempen en iedereen vunzige dingen naschreeuwt, niet het volledige beeld van de Nederlander bepaalt. Aan de nederlandse zijde van de grens hebben wij dan juist weer de pik op de Duiters, die stereotype erg lijken op het beeld dat jullie van ons lijken te hebben. Ik begin me af te vragen of de Duitsers dat ook niet doorhebben. Huiswerk ! Ik roep u bij deze op om (positieve of negatieve) ervaringen en / of moppen met of over den Ollander in de reacties te plempen. Uit persoonlijke interesse, om eens te peilen waar u zoal staat, maar vooral ook om eens lekker te kunnen lachen. Mag immers wel eens met dat koude weer, toch ?

« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑