Vanaf heden schnabbelt uw hoofdredacteur ook een beetje bij op het meestgelezen StadsBlog van de BeNeLux: GentBlogt. Maar uiteraard deel ik het ook graag met u, wat ik daar zoal neerpen. Dus een kleine doorplaatsing hiero. Hier kunt u hetzelfde artikel, met reacties, lezen op GentBlogt.

Een Nederbelg burgert in: Hollanders Ik had eerder beloofd een en ander over Nederland te gaan vertellen hier, om contrasten met het België dat ik begonnen ben te leren kennen dit jaar, bloot te leggen. Naar mijn idee is er veel dat we niet van elkander weten, en de reeks van artikelen die ik van zins ben hierover te schrijven hopen een steentje bij te dragen aan het wat meer opheffen van dit wederzijds onbegrip. Daartoe moet ik eerst toch echt even uitweiden over het begrip ‘Ollander.
Onlangs keek ik, na een tip van mijn inburgerings-leerkracht, Bert Kruismans’ België Voor Beginners. Een zeer amusante show met beduidend veel zelfspot over wat Godfried Bomans qualificeerde als de vrolijke, agrarische zuiderburen. Kruismans opent met vast te stellen dat allereerst de Belg vooral, zéker, absoluut en stellig, géén Ollander is. Geschetste scène op een franse camping, waar een local vraagt “Vous êtes Ollandais ?”, waar de Belg dan afkeurend mompelend en wild ontkennend zwaaiend met zijn handen van wegloopt. Neen, van den ‘Ollander niet veel goeds. Dat was zo ongeveer de grootste verrassing waar ik tegenaan liep toen ik me hier vestigde. Niet dat ik niet met de ‘Ollander-moppen kan lachen hoor: “Ge weet wat ge moet doen als ge nen Ollander ziet verzuipen ? Neen ? Goedzo.” Maar ik, en daarmee waarschijnlijk veel van mijn landgenoten ook, had geen idee dat de Belg ’t niet zo op ons heeft. Ja, de krenterigheid, die kenden we. Maar – om nog maar een mopje te doen dan – “Weet je wie het koperdraad heeft uitgevonden ? Twee ‘Ollanders die vochten om een stuiver” is toch van een andere orde dan flink wat benzine stoken om met het broeikaseffect het gehate noorderburenland tot een nieuw Atlantis om te willen toveren. Persoonlijk voel ik me volledig niet aangesproken. Ik kom uit (Noord-) Brabant. Brabanders, dat is hardwerkend goei volk, dat op z’n tijd een pintje en een verzetje lust, dat solidair met elkander wil zijn, en dat eigenlijk best veel pikt van vriend, vijand, overheid en vreemdeling, alles voor de Goede Vrede. Een hier ook aardig prevalerende eigenschap, mag ik toch wel constateren. Net als de gemiddelde vlaming zal de brabander, als je ‘m al dan niet bewust beledigt, met je lachen, je hartelijk op de schouder kloppen, je tracteren op een pint en ondertussen enkel in zijn hoofd een paar goeie kloppen op je kaak geven. Dat gezegd, iemand van onder de Grote Rivieren (lees: vanonder de Moerdijkbrug) een ‘Ollander noemen kán in het verkeerde keelgat schieten. ‘Wij’ zaten namelijk ook helemaal niet zo vreselijk te wachten op de Oranjes en hun geuzenbende. Nadat eerst de spanjaarden er fors op los geplunderd had, kwam de boevenbende uit het noorden dat nog eens overdoen. De Hollander besliste doodleuk tot schier onbetaalbare belastingen en meer van dat soort leuks, maar wat nog de meeste spanningen opleverde was wel het overheidsbevel dat ‘ons’ zelfs ons eigen geloof verbood. Katholicisme was verboten, bekeer je tot het Protestantisme or else, dat was een credo dat fors wat kwaad bloed zette. Voor wie er meer van wil weten, kan ik Anton Roothaert’s (wiens oeuvre goeddeels op Vlaamse bodem werd geschreven) boek Die Verkeerde Weereldt aanraden. Hoe het bij de Limburgers precies zit, weet ik niet, want niemand verstaat die, en de Zeeuwen, dat is pas echt een volk apart, maar een brabander kun je toch wel aardig beledigen door hem klakkeloos onder de noemer ‘Ollander te vegen. Bovendien is de brabander verzot op zijn zuiderburen, en gaat er geen dag voorbij of ergens verzucht er een – meestal als de nog altijd actieve boevenbende uit Den Haag weer iets uitvreet – of we niet gewoon bij België kunnen. Jazeker, u leest het goed: in de ogen van de brabanders, hoeveel regeringen er hier ook struikelen, hoe schier onverstaanbaar sommige van jullie dialecten ook kunnen zijn, en hoezeer jullie er prat op gaan dat het toch echt niet best gaat met het land, minimaal één van de nederlandse provinciën zou zich graag bij jullie aansluiten als er maar even de gelegenheid voor zou zijn. Niet dat jullie dáár dan weer op zitten te wachten, maar dat is een andere kwestie. De Hollander op z’n beurt vindt onze provincie dan ook weer enkel goed voor het belastinggeld (Brabant telt zich nog steeds tot de rijkste provincies van het land, mede dankzij een no-nonsense aanpakkersmentaliteit) en noemt ons notabene reserve-belgen. Zegt genoeg, toch ? De historische context even terzijde, het stereotype beeld van den ‘Ollander is ook een beetje mis. Waar jullie op touristisch vlak helaas veel mee geconfronteerd worden als zijnde ‘Ollanders, dat noemen wij Tokkies. Voor wie niet weet waar dat aan refereert, de Tokkie-familie is een setje marginalen waar de fictieve familie Flodder zich nog niet in de verste verte mee zou willen associëren. Ik kom ze hier helaas ook regelmatig tegen, de luidruchtige, zelfingenomen, domme, onbeschofte helaas-landgenoten, en ook ik distantiëer me verre van deze types. Net zoals veel noorderburen heus wel weten dat jullie niet over één kam geschoren dienen te worden met de minder welgevallige landgenoten die de krant van tijd tot tijd halen (ik hoef hier hopelijk toch geen namen te noemen), hoop ik toch ergens dat de schofterige achterbuurt-touristen die hier hun morsige caravan neerplempen en iedereen vunzige dingen naschreeuwt, niet het volledige beeld van de Nederlander bepaalt. Aan de nederlandse zijde van de grens hebben wij dan juist weer de pik op de Duiters, die stereotype erg lijken op het beeld dat jullie van ons lijken te hebben. Ik begin me af te vragen of de Duitsers dat ook niet doorhebben. Huiswerk ! Ik roep u bij deze op om (positieve of negatieve) ervaringen en / of moppen met of over den Ollander in de reacties te plempen. Uit persoonlijke interesse, om eens te peilen waar u zoal staat, maar vooral ook om eens lekker te kunnen lachen. Mag immers wel eens met dat koude weer, toch ?

 
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !