KutBinnenlanders.nl

Dag: 3 december 2009

Asbak

Met het topje van de bepleisterde wijsvinger van zijn rechterhand drukte Edwald krachtig tegen de borstkas van Ezechiël. Hij had aan zijn Storm-collectie gezeten, en dat maakte Edwald woedend. Niemand mocht weten dat hij Storms verzamelde. De wereld heeft al genoeg mensen die zich blootgeven terwijl niemand daar behoefte aan heeft, zo vond hij.

-‘Als jij nog ze nog een keer aanraakt, zet ik je eruit, godverdomme!’ schreeuwde hij recht in het gezicht van zijn door ernstige depressies geteisterde neef. ‘Sorry,’ zei Ezechiël op nederige toon, ‘maar als het internet weer eens niet werkt, moet ik mij wel afrukken op Roodhaar’s tieten. Kom op, jij snapt dat beter dan wie dan ook. Jij kent mij, Edwald, of je het nu leuk vind of niet.’ Er weerklonk iets van wanhoop in zijn stem. -‘Jij ? kent – mij.’ zei hij nog eens, en om zijn woorden nu wat meer kracht bij te zetten, sloeg hij met de asbak op de tafel. Die asbak hadden zij gratis bij de videotheek op de Thorbeckelaan gekregen. Ze kwamen daar al vijf jaar elke week op woensdag. Ezechiël stond dan vaak verveeld uit het raam te kijken, en stelde voor om weer een film te huren. Edwald zei nooit meer wat hij echt dacht, namelijk dat hij een teringhekel had aan films. Toen hij dat een keer zei, begon Ezechiël te schreeuwen en te tieren. Hij heeft toen Van Oorschot doodgegooid tegen de muur. Van Oorschot was de hamster van Edwald. Ezechiël woonde nu alweer drie jaar bij zijn achterneef. Aanvankelijk zou hij weer verhuizen zodra hij een woning voor zichzelf gevonden had, maar door zijn depressies kwam er niks van. Er kwam eigenlijk niks van heel Ezechiëls leven. Hij zat al drie jaar op de bank en keek huurfilms. Telkens weer zijn drie favorieten. Blues Brothers, Dirty Dancing en Nosferatu.

Elke avond zat hij, lelijk als een debiel paard, te bulderen van het lachen voor de televisie. Dan weer om James Belusci, dan weer om Patrick Swayze, maar nog het meest en het hardst om die vampier. Buiten liep het volk zingend en scanderend in de straten. Iedereen protesteerde tegen de Derde Wereldoorlog. Waar deze was wist niemand, maar het stond nu al 3 maanden elke ochtend in de krant, en men was het spuugzat. De twee neven maakte het allemaal niets uit. Vandaag was voor hen een speciale dag. Drie jaren vol opgekropte ergernis kwamen tot een climax, en nog geen Vierde of zelfs maar Vijfde Wereldoorlog kon dat verhinderen. Het was nu of nooit. Met een diepe zucht frommelde Edwald gefrustreerd aan zijn overhemd. ‘Niet te geloven, jongen, niet te geloven.’ prevelde hij, en stak met bibberende handen een sigaret aan.

Ezechiël bleef angstvallig stil, met de asbak nog steeds in zijn hand. Woorden kun je kracht bijzetten door op de tafel te hengsten met een asbak, maar bij stilte kan dat niet.

 

© 2022 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑