Zijn lede ogen staarden wallig naar de fluorescente gloed van zijn beeldscherm. Een grijsblauwig schijnsel dat een kille lichtlaag over de lichtknop naast hem wierp. Achter hem schenen de schermgloed en de TL-verlichting een troosteloos triest silhouet de koude winternacht in.

Hij zat weer eens veel te laat nog op kantoor. Ach, zijn vrouw was hij al jaren geleden kwijtgeraakt. En zijn kind had hij toch maar eens in de zoveel dagen, dus daar hoefde hij ook niet op tijd voor thuis te zijn. Maar het fantasieloze flutartikel waar hij al uren op zat te pielen, confronteerde hem scherp met het gevoel zijn tijd te zitten verdoen.

Met zijn mok halfvol koude koffie stond hij op en liep naar het raam. Hij staarde naar de nachtelijke bedrijvigheid beneden op straat. Vrolijk volk dat zich enthousiast in het nachtleven ging storten. Bovenop dat beeld verscheen de reflectie van zijn vergrauwde gezicht op het glas.

Met een zucht zeeg hij terug in zijn bureaustoel. Hij klikte nog eens de foto open die bij het artikel zou komen, in een ijdele poging tot inspiratie. Op de foto lachten een oude man en een oude vrouw de cameralens in, trots een ingelijst stukje papier ophoudend. Een oorkonde. Gekregen, voor hun jarenlange en tomeloze inzet op verscheidene ouderenmiddagen in de stad. De lach kwam hem vals en verwrongen over. Onharmonieus. Met elkander en met de oorkonde.

Weggegooide levens, en mid-smile het plotse besef ervan. Een aantal jaar geleden had hij dit nog een prachtfoto gevonden. Toen hij nog vol vuur zat. Toen hij nog wou. Nu was hij enkel nog de schrijver bij de lichtknop. Hij had donders goed door hoe de rest van de redactie hem noemde. Ook al dachten ze het enkel achter zijn rug om te zeggen.

Gniffelend, bij de koffiemachine. De klootzakken. De marginale amateurs. Ambtenaren, dat waren het. Klokslag negen uur binnen, klokslag twaalf uur lunch, klokslag zes uur in de file terug naar huis. Alsof nieuws zich laat organiseren. Alsof het allemaal wel kan wachten tot morgen. Alsof het er toch niet toe doet wat er allemaal gebeurt. Hij leunde achterover en liet zijn vingers als kleine beentjes over zijn schedel lopen. Onwillekeurig besefte hij zich dat de afgelegde afstand tot zijn haargrens inmiddels weer wat gegroeid was. Weer ouder geworden. Hij bromde een donquichotterige zucht. Je zou bijna denken dat ze gelijk hebben. Wat had het hem opgeleverd, ruim een decennium actief pogen het nieuws te brengen ? De waarheid te schrijven, met journalistiek in hoofd, hart en hoog in het vaandel ? Begráven hadden ze hem. Hij schreef nu stukjes voor pagina negen. Van één naar négen gegaan in tien jaar tijd. Hij mocht alleen nog maar over ouderenmiddagen schrijven. Over poezen die vermist waren. Over multiculturele dansfeestjes in buurtgebouwen van bejaardenwijken. Prulletjesproza van maximaal tweehonderd woorden per artikel. De onderwerpen die ze hem doorschoven leken een maximum bezoekersaantal te hebben. Minder dan dertig bezoekers verwacht ?

Geef het maar aan De Lichtknop. Zijn tanden knarsten wanneer hij terugdacht aan zijn beginjaren. Enthousiast was hij binnengehaald, als import van boven de rivieren. En even enthousiast had hij zijn taken geschouderd. Bevlogen, ráke artikelen over belangrijke gebeurtenissen en mensen. Pagina één artikelen. Maar zijn bovenrivierse moedertje had hem toch echt nooit het lokale credo geleerd van golven en de boot. Zijn ambitie had hem doen struikelen. Niet dat hij het zelf direct door had gehad. Zijn hoofdredacteur en de directeur bleven hem maar prijzen. Maar naarmate hij de stad beter leerde kennen, en meer en meer dingen op de voorpagina poogde te krijgen die ervoor nooit waren uitgesproken, hoe meer hij merkte dat zijn stukjes ingekort werden. En langzaamaan in een soort drijfzand wegzakten naar achteren. Ook werd er meer en meer uit zijn handen genomen. Was hij een groots onderwerp op het spoor, dan zette de hoofdredacteur steevast andere, minder ervaren jonge rotten of juist gezapige oudgedienden, erop. Zelfs al had hij het artikel al helemaal af. Hoe beter zijn werk, hoe harder het in de vuilnisbak belandde. Met name als hij mensen of onderwerpen behandelde die een kritisch licht op de gevestigde politieke macht wierpen. Of die zich onwelgevallig opstelden tegen de lokale katholieke volksaard. En, hoewel hij het nooit hardop heeft durven denken, sommige onderwerpen die tegen de gemeentelijke ambities in gingen. En zo ging hij naar pagina drie, vier, vijf, van een klein kantoortje naar de redactiekuil naar de lichtknop.

Hij keek naar de kleine witte doos op zijn bureau. Het ‘kerstpakket’ van dit jaar. Het was een heel heus suikerbrood geweest. Poeh poeh. Twee euro bij zijn lokale bakker. Verder niets. De bezorgers mochten tenminste nog langs de abonnees met kalenderkaartjes, en konden zo altijd nog wel rekenen op een nieuwjaarsfooi. Een bittere smaak sijpelde door zijn mond en zijn gezicht vertrok donker. Hij fronste, schudde zijn hoofd en rechtte zijn stoel. Vingers ratelden plichtsgetrouw over zijn toetsen. Wie weet, wie weet komt er nog ooit een Pullitzer-categorie voor ouderenmiddagen.

Dit verhaal is de hekkensluiter in mijn Tilburg Vijfluik, een reeks korte verhalen met een beschouwelijke blik op Tilburg, speciaal geschreven voor TheoIlburg.nl.

 
René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !