‘Er valt al wekenlang geen regen en het is warm, wordt zelfs almaar warmer. De maat is leeg.’ Werkloos zit de boer aan de toog in de kroeg. Aan boerenkrijg tegen het stikstofakkoord doet hij niet. ‘Ik heb mijn koeien en varkens of levend verkocht of laten slachten. Ik doe nu in groenten en fruit, graan, maïs, aardappelen. Maar alles verdroogt.’

Bij wie zou hij dus protesteren?

Uit de hoek, donker en bedompt, komt een man naar de toog gestapt op de twee mannen af. ‘Ik werk bij de fiscus’, zegt hij. ‘Wij vullen de maat tot hij vol is en in geen tijd staat hij leeg. Eerst het virus, dan nu die oorlog. Baas, geef ons een rondje’.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.