Het is nog vroeg in de namiddag, aan de toog zit niemand, binnen in het café een enkele ziel. Iedereen zit buiten op het terras, in de zon of onder de parasol. Het is hier nog enigszins het noorden, verre van het zuiden.

‘Waar komt dat geweld in de wereld toch vandaan? Schiet men daarmee ergens op? Dagelijkse kost in de Verenigde Staten.’

‘Daar worden mensen nu eenmaal kort en dom gehouden. Daar zorgen honderden televisiekanalen steevast voor. Johny laat zelfs de treurbuis op staan als hij zijn geweer grijpt en naar buiten stapt’.

‘Hier en daar wil iemand er een eind aan maken’.

‘Hier ook, hoor, met onze strenge wapenwet gebeurt het eerder met een steekwapen, minder dodelijk en niet zo massaal’.

‘Voorbij de eindtermen naderen we de eindtijden’.

Ze doen er verder het zwijgen toe en drinken.

 
Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.