KutBinnenlanders.nl

Maand: juni 2022 (Page 1 of 2)

Visie en visionair

 

Zie je het al gebeuren? Of liever niet?

Zou het kunnen dat je iets liever niet ziet gebeuren? Hoe doe je dat dan?

Je kan je wenden tot een of andere tovenaar die een talisman voor  je tovert. Maar of het werkt?

Je kan ook besluiten niet langer teevee te kijken, niet langer tot het tee-vee te behoren. Dat werkt tot op zekere en grote hoogte. Je krijgt opnieuw een onbezoedelde, reclamevrije blik.

Sommigen onder de niet-treurbuiskijkers en –kijkenden kunnen zelfs vooruitzien en op tijd maken dat ze wegkomen.

Een snuifje zout is hier zeker op zijn plaats, meer dan een lepel suiker.

 

Het verloop der dingen

Voor Gaea Schoeters 

 

Soms kan het heel erg mislopen. Je weet het en doet er niets aan, alsof je er niet toe doet, terwijl jij het bent die het doet.

Meestal echter valt het mooi mee. Je hebt nog een stuk instinct dat intact is gebleven, waarmee je een bevoorrechte positie inneemt tegenover het object van je verlangen, ach, zeg maar: je prooi. Het komt erop neer dat je lange tijd niets doet, gewoon blijft zitten of staan, tot het moment er is en je toeslaat.

Ergens daartussenin begeeft zich de dichter. Hij of zij zit uren niets te doen, lijkt te dromen, kijkt uit naar woorden of iets anders, wacht tot wat dan ook zich aan hem voordoet, schrijft toe.

In een soms verrukkelijke ruk.

Met uitzondering van de schrijvers, uiteraard, die uren lang bladzijden vol schrijven, daarna herschrijven, enz. Ze zijn geen jagers maar ambachtelijke ambtenaren. Er zijn er die op die manier menen poëzie te kunnen bedrijven.

 

BTW

 

Zout op de aardappelen is de toegevoegde waarde. Peper in de soep of op de reet. Eenentwintig procent. Wie last heeft van hoge bloeddruk: zes procent.

We staan koffie zonder suiker te drinken bij de automaat naast de rekenkamer. Die is tegenwoordig grotendeels ingenomen door een servercomputer. Koffie zonder toegevoegde waarde, en dus belastingvrij.

De elektrische motor in de fiets is een toegevoegde waarde. Onder de vijfentwintig km per uur, zes procent. Erboven, eenentwintig procent.

‘Het is allemaal zeer eenvoudig. Vroeger, toen die waarde tot drieëndertig procent kon worden belast, was het wat moeilijker. En dus afgeschaft.’

De jongeren bij de koffie hebben die tijd zelfs nooit gekend. Ze zijn bevoorrecht en onwetend. Het werk op kantoor is er niet minder op geworden, wel eenvoudiger. ‘Hier geen stress, wel normale werkdruk’.

Terwijl we ons enigszins in het openbaar begeven als het werk erop zit, knipperen we met de ogen. Weg zijn onze zorgen.

 

De tijd die nog niet was

Wat ik ook denk, hoeveel ik ook bijtank
Ik voel me zelden alsof ik het wel haal
De maand, de nacht, het blijft een ver verhaal
tot ik aankom, pas dan is het gedaan..

Dat heeft iemand met een baan natuurlijk ook weleens
Van steen tot steen, springend over de rivier
En dat er maar genoeg stenen zijn, dat het pad niet ophoudt
dat de deur daar nog op een kier…

Het is allemaal gedoe rond de tijd die nog niet is
Elke dag een nieuwe dag, je wordt het soms wel moe
En dan is het geschiedenis en een afgerond verhaal
dat ik mezelf vertel naar bedje toe.

Een nieuw gezicht, een verse bui
zonnestraal die nog niet eerder was
een volle trein die leegloopt in een stad
Nieuwe targets, geld verdiend
een blinde die opeens kan zien
en zijn weg moet vinden op dat onbekende pad.

(refr.)

De lucht hangt vol van rondtastende handen
Je kunt soms meer zien in een bekende nacht
waarin je niet om je heen hoeft te kijken
om aan de overkant te landen
waarop de landing net zo zacht…

(refr.)

 

Kijk uit

 

In het landschap beweegt een wolk. Waar sta ik dan? Boven het landschap beweegt een wolk. En nu? Zo even zat ik nog boven de wolken. Boven het landschap de wolken. Ik ben gesprongen, gecontroleerd gevallen. Zodat in het landschap een wolk beweegt. Ik lig hier goed.

Hoe zou je zelf zijn? Zou je ook gesprongen zijn? Of zou je schrik hebben? Dan zat je nog daarboven, heel even, tot het vliegtuig zijn koers definitief verlaat en met een rotvaart neerstort. Dat is pas schrikken. Doodschrikken.

Je ziet, het is kiezen tussen twee schrikken.

Boven het landschap bewoog ik daarnet nog en viel in een dwarrelvaart naar beneden.

 

 

De dag door

Ik greep de dag vast op de motor
en reed met haar de tijd door
We reden samen van acht naar vijf
en via 15.00 uur terug
We kwamen overal die ochtend
afstand gedeeld door tijd
Soms zo langzaam dat de tijd vloog
door de blauwe lucht.

We tarten de zwaartekracht
We tarten de wetten van ruimte, schuin door het hart
Op gevoel via ruimte en tijd naar de start
en samen door de eenzaamheid.

Ik stopte bij het begin halverwege
We deden wat broodjes met een wolkje melk
We keken toe, terwijl het getij achteruit ging
en toosten op elkaar met een kelk
Ik haalde ver weg dichtbij, warm in mijn armen
schopte de horizon voor ons uit
Op verkenning vooruit naar achter het zicht
en maakte ons dat gewaar achteruit.

(refr.)

‘S middags na de avondmaaltijd
vond ik het tijd, het was echt het einde
voor dat zalige eerste bakje met troost
de wijzers terug om achter de nacht te verdwijnen
Avonturen in de avonduren
We haalden het midden maar net
De dag gaf extra gas, zodat we terug konden keren naar bed
volgende eergisteren, vers gezet.

(refr.)

 

Kantoorwerk

 

We kunnen het beperken tot een ontwerp. Dat stoppen we dan in een lade en wachten af. We houden deze samenvatting netjes geklasseerd bij en slaan het bestaan ervan  in ons geheugen op.

Tien jaar of meer later hebben we het verwerkt in een werknota die aanleiding gaf tot onze herstructurering.

Ik bedoel maar: je weet nooit.

Waartoe iets kan dienen. Je besluit gewoon het te doen. Een oefening. Op een dag baart oefening kunst. Heb ik nu uit de biecht geklapt? Ach.

Enkel sneeuwvlokken zijn gerechtigd omhoog te vallen. De man die vroeg voormelde samenvatting te maken, goed voor enkele weken werk, was naar China getrokken. Toen hij terugkwam trouwde hij met zijn lief en bouwde stilaan een loopbaan uit.

Hij hoedde zich er angstvallig voor omhoog te vallen. Hij klom.

 

Nooit genoeg

Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat
tollen mijn gedachten in alle hoeken
tot ik focus, tot ik zie
waar sommige mensen hun leven lang naar zoeken.

Maar het is nooit genoeg
Ik pluk de zaadjes uit de lucht
Mijn voedsel voor de ziel
wapens tegen de klucht
van mijn achilleshiel
Vrezen dat het altijd blijft
dat uitvinden van het wiel
Steeds opnieuw, steeds weer moeten
vinden waar ik voor kniel.

Als vogels die de hele dag
voedsel moeten verzamelen
moet ik zoeken naar die glimlach
dat beschijnen door de zon van al het schamele.

(refr.)

Depressie ligt steeds op de loer
Ik moet mezelf aan het goede herinneren
dat sombere, zwakke dat me dreigt te vloeren
Elke dag weer opnieuw beginnen.

(refr.)

 

Een zeg, een zucht, een mening

 

In niets lijkt hij op een pipo. Kan je van een mens een blauwdruk maken? Als  het kon,  zou je alles van hem of haar behalve een pipo te zien krijgen. Waarschijnlijk lacht hij nauwelijks om zichzelf. Hij lijkt vooral verslaafd aan zijn eigen mening. ‘Zie je, politiek en handel zijn twee handen op een buit. Een pot nat.’

Ik merk op dat handel niet meteen en geheel vanzelf gelijk staat met marketing. Dat marketing sterker liegt dan politiek.

‘Je begrijpt me verkeerd’, oppert hij. Dat hoor je vaak bij die gratuite meningen, dat ze verkeerd begrepen worden, terwijl deze pipo gewoon niet wil begrijpen wat ik bedoel. ‘Handel en politiek belazeren ons allebei.’ Ik mag dan wel tegenwerpen dat hij als consulent toch beter weet, maar dat wil hij niet weten.

Zonder dat ik het hem zeg daalt zijn waarde als consulent zienderogen. ‘Buiten uw kennisgebied steekt u liever geen kennis op en volstaan holle clichés’, zei ik nog.

‘Tja, elk zijn mening toch’. Een dooddoener om af te sluiten.

‘Nou, tja, wat valt u daar mager uit’.

 

Instekend gezelschap

 

‘Verdienstelijk door diensten te verhuren’. Zo vertelt hij en omschrijft hij zijn activiteit. We zitten aan een tafel in een weinig bezocht café. Het bier is er uitstekend. Het dorp ligt tussen polder en haven.

‘Ik zoek voornamelijk diensten te verhuren in de haven. Ik verleen ze niet, nee, al lijkt het er soms op. In feite is hij een mensenhandelaar in mannen en vrouwen. Mannen om met vrachtwagens te rijden en te zeulen, vrouwen om te neuken. Makelaar, zou hij zichzelf ook durven noemen.

Hij woont in dit dorp in een nieuw gebouwde kleine villa die het midden houdt tussen een opgefriste arbeiderswoning en een burgerhuis.

‘Ik wil niet opvallen. Discretie is mijn handelsmerk, onzichtbaarheid mijn insteek’.

 
« Older posts

© 2022 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑