Zie de zee, voel het water
Al die waterdruppels
Met zijn allen, met zijn allen, met zijn allen
in die ene zee
En die zee, die deelt met andere
met rivieren, met watervallen
huppelen over elkaar heen.

Met zijn allen, met zijn allen
in een storm ook met zijn velen tegen één
Één zwemmer, één drenkeling
met zich mee.

Zie één mens, voel de cellen
Al die overmacht
Met zijn allen, met zijn allen, met zijn allen
in één persoon
En die mens, die vecht met anderen
met één gedachte, een scheldpartij
zichzelf hoogachtend tegen één.

Met zijn allen, met zijn allen
in gevecht ook met velen tegen één
Één tegenstander, één gedachte
dat idee dat het ‘m dee.

En ook al sta je in de wereld
voor je gevoel geheel alleen
Met zijn allen, met zijn allen, met zijn allen
niet alleen!

(refr 1 +2)