Het was geen klein bier om het virus het hoofd te bieden. De strijd was lang maar nooit wanhopig, al bleef de vijand doorgaans onzichtbaar.

Na het virus, de Rus, dus. Een zeer zichtbare vijand ditmaal, even gebeten als het virus: kwaadaardig, niet aardig. Hoewel niet gek, lonkt de waanzin. Misschien is dat het enige dat hemkan stoppen, of een kogel voor zijn kop. Hij heeft zowat alle touwtjes in handen. Als hij doorslaat, wie staat dan klaar om de touwtjes over te nemen? Stort alles dan zomaar in? Het valt te hopen.

Van het virus wisten we hoe het te meten om het te weten. Van die Rus weten we het niet. De verschillende deskundigen spreken elkaar net niet tegen. Een werkgroep of stuurcomité komt er niet. Heel voorzichtig halen we adem.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.