De Huilclown zat lachend voor zijn spiegel. Grinnikend slaakte hij een zucht. Met stralende ogen staarde hij naar zijn spiegelbeeld. Gatverpielekes, schoot het door zijn hoofd. Ik ben het kwijt. Mijn gevoel voor treurnis.

Dit kon niet. Hij moest over vijf minuten optreden. Waar was zijn traan ? Wanhopig giechelde hij wat voor zich uit. Verdomme, jank dan, klootzak, dacht hij bij zichzelf. En schoot in een schaterlach. Woedend zwaaide hij zijn vuist uit en brak de spiegel. Op de scherven weerkaatst zag hij zijn stralend lachende gezicht, honderdmaal grijnzend. Hij liet zijn hoofd wanhopig in zijn handen zakken en proestte het uit.

In de achtergrond hoorde hij zijn naam roepen. Ja, vijf minuten, hij wist het. Grinnikend ijsbeerde hij door de caravan. Godverpompelmoes, fluisterde hij. Verman jezelf, vent. Jank. Een échte vent kan altijd janken. Gewoon diep in ademen, dapper voor je uit kijken, en de kraantjes laten lopen. Het ging niet. Het kwam niet. Krampachtig kneep hij zijn ogen bijeen, maar hij voelde enkel lachrimpels branden in zijn gelaat. Zelfs een halfslachtige frons kon er niet vanaf. Zijn gezicht liet hem volledig in de steek.

Ze riepen nog eens zijn naam. Twee minuten. Het was om dol van te worden. Bulderend van het lachen stond hij nu middenin de caravan. Hij greep een foto van zijn nachtkastje, zijn talloze malen afgedrukte portretfoto met zijn wereldvermaarde huilende gezicht, en smeet het kapot tegen de wand. Moedeloos zakte hij ineen op het bed en liet zich achterover vallen. Zijn reusachtige kanten kraag fladderde rond zijn kin en weer die verdomde lach. Gierend lag hij daar, zijn hele lijf onbeheersbaar stuipend op de morsige dekens.

Hij hapte naar adem. En in zijn ooghoek voelde hij het. Een traan. Oké, het was een lachtraan. Maar wist dat achterlijke publiek veel. Hij zou met een stalen gezicht gaan doen alsof. Herpak jezelf man, sta op, loop je caravan uit en je publiek tegemoet. Hij zal ze wel even wat te huilen geven. Tot er geen droog oog meer in de tent overbleef.

De Huilclown trok zichzelf uit bed en liep de deur uit. Zachtjes grinnikte hij nog wat na.

 
René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !