KutBinnenlanders.nl

Dag: 19 november 2012

Angst

Ik zit blijmoedig in tram 10, op weg naar een afspraak in de Balie (020). Opeens blijft die steken op halte Korte ‘s-Gravesandestraat. Vijf minuten, tien minuten, een kwartier… Je blijft zitten want je verwacht dat je toch elk moment weer vertrekt. Maar nee. Alle trams die via deze route naar het Leidseplein gaan stranden achter ons of rijden om. Na een half uur komt er uitleg over de speakers: ‘We wachten op een ambulance.’

Ik denk nog: inderdaad, we staan niet ver van het OLVG én van de Achtergracht (GG&GD), een ambulance heeft waarschijnlijk de trambaan nodig om door te sjezen. Na nog een kwartier horen we eindelijk de sirene. Een team van maar liefst vier broeders en zusters stormt de coupé binnen, buigt zich over een verder perfect gezond uitziende peuter in een kinderwagen, en loopt weer weg, gevolgd door diezelfde peuter in diezelfde kinderwagen, geduwd door, vermoedelijk, zijn moeder.

 

Mijn buurvrouw en ik kijken elkaar aan. Zij ziet de vraagtekens in mijn ogen en vult aan: ‘Voor je instapte remde de tram plotsklaps en is dat kind met wagen en al achterover gekieperd. De moeder is vast bang dat ie wat opgelopen heeft.’ DE MOEDER IS VAST BANG DAT IE WAT OPGELOPEN HEEFT! Wat dan als ik vragen mag? Een hersenfraktuur? Op 1,5 jarige leeftijd? Terwijl het op die leeftijd zowat je levensinvulling is, voor-, achter- of zijwaarts vallen, de hele dag door? ‘Met vallen en opstaan’ heet het als ik me goed herinner, en niet voor niets. Bovendien heb je op die leeftijd nog niet eens hersens. De moeder was jong en onervaren, dat zag je. Maar een tramvol aanwezigen en niet één die de guts heeft gehad om haar gerust te stellen cq tot de orde te roepen? Was er niemand om haar te wijzen op het OLVG, op geen tien minuten afstand lopen? Nee, niemand durft, iedereen is bang. Dat er toch iets mankeert aan dat kind. Dat het hun schuld zou zijn als het toch fout afliep.

 

Want dát is wat ze had kunnen doen: rustig met pseudoziek kind en al naar de eerste hulp wandelen, om aldaar drie uur op de wachtstoel te zitten en horen dat de blaag niets mankeert, en als de arts bij zijn positieven was een paar stelregels mee te krijgen voor de volgende honderd keer dat zoiets haar ten dele gaat vallen mocht zij zich in de toekomst aan meer van dit soort voortplantingsexperimenten wagen. Drie vragen om zelf vast te stellen of je naar de eerste hulp moet rennen, zoals ík die kreeg, 20 jaar geleden, toen mijn oudste van de top van de glijbaan op zijn kop viel:

1) is het kind buiten bewustzijn geweest?

2) staan de pupillen gelijk?

3) is het kind misselijk?

Wat ze nog beter had kunnen doen is: helemaal niets. Iedereen met een beetje verstand (en een aantal koters) weet dat zo’n val niets voorstelt. Je laat echt niet één van de drukste trajecten van heel Nederland drie kwartier lam leggen omdat je buggy om is gekieperd.

 
 

Paranoia

 

Maar dat is buiten de paranoia rekenen die onze (voornamelijk Westerse) samenlevingen in zijn greep houdt. Angst esse die Zehle auf poneerde Fassbinder, en gelijk had hij: angst vergalt ons leven.

Kind met ambulance vervoeren: veilig

Internetdata jaren bewaren door de provider: veilig

Telefoongesprekken op grote schaal afgetapt: veilig

Slimme gas- en elektrameters: veilig

EPD: veilig

Inentingen bij borelingen van twee weken oud: veilig

Camera’s in de openbare ruimte: veilig

Overal ver doorgevoerde regels om ons een gevoel van veiligheid te geven. Let op: een gevoel. Want de veiligheid is niet te geef. Het zijn ook futiele regels. Wel een verplichte gordel in auto’s en zelfs touringcars, airbags om je heen, maar wel steeds snellere auto’s bouwen en met 130 racen op de snelwegen, die bovendien zo snel manoeuvreren dat ze in de bebouwde kom niet meer te ontwijken zijn. De inzittenden worden perfect beschermd, maar de voetganger is vogelvrij. We vreten ons lam aan vatenverstoppende troep, we snuiven/eten/smeren dagelijks aardolieproducten alsof ze niet kankerverwekkend waren, we bewegen alleen in speciale (lees: dure) ruimtes, we bouwen de openbare ruimte vol. We verdelgen wat doodsoorzaken in de marge terwijl de grootste gevaren blijmoedig worden genegeerd

 
 

Utopie

 

We hebben ook een utopisch verlangen naar veiligheid: we graven metrostations onder megapolen en zijn dan verontwaardigd dat er bij brand tientallen doden zouden kunnen vallen. Bij een treinramp, zoals in Amsterdam de dag dat het kabinet viel, walst er een golf van verbijstering over het land, gevolgd, helaas, door een golf van claims. Als de ambulance er acht minuten over doet om ter plaatse te zijn, dan klagen we de broeders aan voor moord. We arresteren cartoonisten omdat ze voor toestanden kunnen zorgen, en pubertwitteraars omdat ze dwaze dingen roepen. Op last van de rechter sluiten we per omgaande een vereniging omdat dat het volk rustig maakt, niet omdat de leden kwaad in de zin hebben, hoe handig die vereniging ook was om mogelijk gevaarlijke elementen in de gaten te houden. We bouwen torens van meer dan honderd verdiepingen hoog en zijn dan stomverbaasd dat bij een ramp er duizenden sterven. Het is ook niet zo dat na de ramp geen torens meer gebouwd worden. Ik persoonlijk vind drie hoog al hoog: bij brand kan ik er immers niet meer vanaf springen. Maar als iemand écht kwaad wil, kan hij zelfs op de 1ste verdieping dood en verderf jagen: als iemand een breivikje wil doen, gaat hij op het Leidseplein in Amsterdam een mitrailleur op de terrassen afvuren. Hoe wou je daar preventie tegen plegen? Het leven ís gevaarlijk.

Je kan niet al het onveilige weg gummen. Dat willen ze wel, onze hoeders, maar dat is een sprookje.

 
 

Ondenkbaar

 

Al die maatregelen zijn er om het volk een gevoel van veiligheid te geven, een goed gevoel dus. ‘Als het kalf verdronken is dempt men in Nederland haastig álle putten’1. Maar je creëert juist een gevoel van onveiligheid. Want als een plein vol met camera’s hangt, dan word je je bewust van de dreiging. Dat er misschien vaak iets gebeurt. Dat er iets kan gebeuren.

 

Mijn kinderen hadden het eens op school over 9-11. Ze kwamen verbijsterd terug: ‘Maar hoe konden de boeven met messen het vliegtuig in?’ Voor hen is dit ondenkbaar. Die hele vrijheid die we hadden is ondenkbaar. Kinderen van nu zijn in het tijdperk van de angst geboren. Ze weten niet beter. Ik heb met ze te doen.

 
 
 
 

1 René van Densen dixit

 
 

Onder de titel “Wat zijn we toch weer bang” op Sargasso.nl gepubliceerd.

 

Filmvertoning in Gent: Hombres Complicados

 
Ook aanstaande woensdag is er weer een gratis filmvertoning in Gent, verzorgd door het kunstenaarscollectief De Wolven van La Mancha. En de film ditmaal is Hombres Complicados. Aangezien ik ook hier weer een gedicht voor wou schrijven, ging ik zoeken, maar op DVD noch als – shock, horror ja ik ga het zeggen – vet illegale download valt deze niet te vinden. Gewoon, niet. En ik heb toch liefst wel even de film gekeken als ik er een gedicht op baseer.

De programmeur gaf me enkel als aanwijzingen: De film is met Josse De Pauw. Hij krijgt een rating van 5,2 maar imdb moet je met de nodige korrels zout nemen. Arno als acteur bezig zien is op zich al fascinerend!
Hombres Complicados is tevens met Dirk Roofthooft, een zeer goede acteur. De film gaat over twee broers, de ene (Roofthooft) is een (pseudo) waaghals, de andere (De Pauw) is het tegenovergestelde en wil alles doen volgens de regels. Dat geeft aanleiding tot hilarische situaties.

Ik zal u het langere verhaal besparen hoe ik uiteindelijk toch de film vooraf al te zien heb kunnen krijgen, maar ik heb o.a., via een tip van Bandirah, contact gehad met de regisseur, die me weer met een andere zeer behulpzame persoon wist te verbinden, en zo kwam het uiteindelijk toch goed. De film is schijnbaar over de jaren heen regelmatig op Vlaamse televisie langsgekomen maar het was wat kort dag om daar op te wachten… Hoe dan ook kan ik deze vermakelijke film zeker aanraden. Dus ga kijken allemaal !

Hombres Complicados

Samen in een huisje
Op het pittoresk platteland

Rijden door de heuvels
En kaarten in de regen
Het kind is ziek en moeder is dood

De nachtelijke schreeuwconcerten
Galmen over de duistere heide uit
Slaande deuren, brekend glas

Juist ver weg van alles
Tussen toiletrol en chemisch toilet
Vind je jezelf er altijd middenin
Die is een nietsnut
En die kabbelt lafjes door het leven
En we zijn zeker geen vrienden want
Het gras lijkt altijd groener
Dan de eigen bruine prut

Het leek zo’n goed idee
Samen op vakantie
In elke beerput
Valt een familie te vinden.

 

© 2022 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑