KutBinnenlanders.nl

Dag: 14 januari 2010

Moord

Hijgend rustte hij even tegen de muur van een donker steegje. Hij moest de stad uit, subite ! De loop van zijn geweer gloeide nog warm in zijn holster. Of het nu de opwinding was van de geslaagde moordpoging, of dat zijn conditie toch al begon te slijten, wist hij niet, maar hij was buiten adem. Levendig schoten de beelden van zijn slachtoffer hem door het hoofd – het geschokte gezicht, het bloed dat in fijne druppeltjes rondspatte. Het smerige verradersgezicht dat met diens eigen verradersbloed werd besmeurd. De schoft was ineengestort op de treden van de trap waar hij hem neergeschoten had. Zijn verdiende loon, verdomme !

Voetstappen en geschreeuw dichtbij. Ze zaten hem op de hielen ! Hij verbeet zich en rende door de stegen, hier en daar onhandig struikelend over de bestrating. Toevallige passanten drukten zich verschrikt tegen de muur wanneer ze hem zagen rennen – hij had het gezicht van iemand wie het menes was.

Hij kon maar niet geloven dat het gelukt was. Adrenaline gierde door zijn aderen. Twee jaar had hij hieraan gewerkt. Talloze pogingen ondernomen om bij zijn slachtoffer in de buurt te komen. Uiteindelijk had hij de geweren weten te bemachtigen en zelfs een afspraak met de verrader weten vast te leggen. Hij was wantrouwig aangekeken, naar het scheen had hij een onguur voorkomen. Misschien stonden zijn intenties op zijn gezicht geschreven, ondanks zijn gepoogde nonchalance. Desalniettemin was hij geslaagd in zijn infiltratie, voorbij de beveiliging gekomen, en hij had de schoten gelost.

Achter hem naderden de ritmische voetstappen beangstigend snel. De soldaten roken bloed en gilden hem na. Ze zouden hem niet te pakken kregen, gromde hij in zichzelf. Hij rende zo hard als hij kon, tot het zuur in zijn aderen beet. Overal schoten mensen schichtig hun huizen terug in. Angst stond op hun gezichten. De sukkels – weten ze dan niet hoe belangrijk zijn daad was geweest ? Hoe hij de ongelovige had afgeslacht, in naam van het Enige Echte Geloof ? God zelve had de trekker overgehaald, hij had het gevoéld !

Zo rende hij door de stad, op de vlucht van het gezag. Het gezag dat hij notabene had gediend in zijn daad – ze waren de lastpost die zijn slachtoffer was geweest, maar al te graag kwijt. Met zijn doorlopende kritiek, zijn gedram over de godsdienst. En zijn stomme kapsel. Bijna zo erg als zijn daden bracht het idee van dat kapsel opnieuw zijn bloed aan het koken. Schuilend in schaduwrijke hoekjes naderde hij de rand van de stad. Nog even, nog éven, en hij zou weggekomen zijn. Hij keek, snakkend naar adem, naar de muur die hij nog moet beklimmen. Spuugde in zijn handen en greep zo goed en kwaad het kan de stenen vast. Zijn vingers schreeuwden het uit van de pijn maar hij klom. Hij zag de bovenkant van de muur naderbij komen – en plots voelde hij handen zijn benen in een ferme grip vastpakken en naar beneden trekken. Één van zijn nagels scheurde terwijl hij zijn grip verloor en in de armen van zijn vangers viel. Hij hoorde het geklik van geweren en zag in alle richtingen de lopen op hem gericht. Zwetend sloot hij de ogen.

Balthasar Gerards zuchtte. Ze hadden hem.

 

Artikel voor GentBlogt.be (5)

Het triootje tussen mij, KutBinnenlanders en GentBlogt blijft naar meer smaken. Hier dus bij hen weer een nieuw stukje vol bevreemde informatie over die raren ‘Ollanders, dat ik dus hieronder ook voor u doorplaats. Reageren mag op beide locaties hoor, we bijten niet ! Er zijn vast hier ook wel steigerende niet-rokers onder de lezers die graag hun afkeuring wegblaffen, niet ?

Een Nederbelg burgert in: Rookverbod
Een nieuw jaar, een nieuw rookverbod. De datum van het complete horeca-rookverbod in België komt meer en meer in zicht, en ik kan me voorstellen dat degenen die weliswaar het thuisdrinken in crisistijden al wat meer in de vingers hebben gekregen maar dat nu door de InBev-stakingen wat bedreigd zien, zich wellicht zorgen maken over hoe dat nu moet met de toekomst van het kaffee. Wel, alle positieve berichten die hier misschien doorgedrongen zijn over het Nederlandse rookverbod ten spijt, is bij uw noorderburen de strijd om de asbak nog lang niet gestreden, na een al ruim anderhalf jaar officiëel ingevoerd totaalverbod op roken in de kroeg. Dus even een hoopbiedend stukje voor de verstokte rokers die ook dit jaar ‘stoppen’ weer niet op hun goede voornemenslijstje hebben gezet.

In Nederland begon het allemaal bij De Postbank. Een vrouwelijke medewerker daar had zich uitgesproken over de rokers die hun saffies aan hun bureau nuttigden, waarop de rokers haar, naar verluid, extra gingen pesten met rookwalmen. Ze stapte naar het gerecht, en kreeg haar gelijk om een rookvrije werkplek. Terecht. De insteek dat iedereen recht heeft op een rookvrije werkplek, daar zul je de meeste rokers niet over horen, maar zoals altijd verpestten een paar asocialen het voor de rest. De media bemoeiden zich er tegenaan en ook de politiek besefte zich ineens dat er wat te halen viel in deze kwestie, en zo werd de publieke opinie zorgvuldig omgeturnd van een recht op een rookvrije werkplek naar een plicht. Iedereen moést en zou van tabaksrook verlost zijn binnen de Nederlandse grenzen, koste wat kost, daar zou dappere redder oompje Staat wel even voor gaan zorgen. Anti-rokerslobby StiVoRo stond uiteraard met pompons aan de zijlijn te springen van vreugde. En zo kwam er eerst een algemene rookplek op alle niet-horeca werkplekken. Dapper paften de aanhoudend rookverslaafden in de frisse buitenlucht voor hun kantoren en in miniscule rookhokjes verder, terwijl de kranten met jubelende en hoogst twijfelachtige cijfers aankwam hoeveel mensen als een bijproduct van deze legislatuur wel niet gestopt waren met roken. En op 1 Juli 2008 was de Nederlandse horeca aan de beurt.

Ik stond zelf met meervoudig gemengde gevoelens in de kwestie. Als iemand die nog geen decennium rookt – ik was er laat bij, en zonder peer pressure. Ik was zelf notabene daarvóór nog een overtuigd anti-roker geweest, al was dat ook meer in het idee van ‘recht op rookvrije ruimte’ enzovoorts. Niemand was verbaasder dan ik toen ik begon met roken, maar dat is een verhaal voor een eventuele andere keer. Laat ik vooral stellen dat een antiroker de rust die hij uit een nicotine-shot kreeg, verrassend zeer kon waarderen en sindsdien bewust overtuigd roker was. Daar komt bij dat ik van half 2006 tot begin 2008 mezelf Nachtburgemeester van Tilburg mocht noemen. In die hoedanigheid was ik begaan met het lot van de kleinere cafés. Één van de schokkende ontdekkingen die ik deed toen ik een boekje (tot zover de reclame) maakte over het kroegencircuit in ’s lands Zesde Grootste Stad was dat onder de huidige burgemeester in twee jaartjes tijd bijna tweederde van het kroegenbestand weggepest was geweest. Nu kwam me dat enerzijds niet slechts uit, aangezien ik voor het boek getekende impressies van alle Tilburgse cafés aan het maken was, en 125 sfeertekeningen op locatie zien te maken is een minder taaie klus dan 450, maar zeker u Gentenaren zult het met me eens zijn dat het een beperkt aanbod is voor een stad met bijna zoveel inwoners als hier. Daarom maakte ik me ook geregeld druk, op een weblog dat ik toen vulde én in voorgenoemd boek, over de glasharde, strakke doorvoering van het rookverbod. Ik ben ook weer geen purist die vindt dat een café zónder rook niet kan, maar de oogkleppen-mentaliteit waarmee het verbod opgedrongen werd, was een forse omslag van de eerdere reclamecampagneslogan Roken? Dat lossen we samen wel op.

De Nederlandse staat is ook niet dom. 1 Juli is een gewiekste datum om te kiezen voor invoering van een rookverbod. Het zomerweer is dan weer aangebroken, en buiten op het terras roken is dan geen straf. De horeca merkte er dus in eerste instantie niet direct veel van. Tot de late herfst, vroege winter. Bezoekersaantallen liepen terug, en proteststemmen klonken. Te laat, maar beter laat dan nooit. Er was een wat povere manifestatie op het Malieveld in Den Haag (paar honderd protesteerders, de ‘Ollander is in dertig jaar het betogen hard afgeleerd, heb ik gemerkt toen ik er voor vrienden die er optraden een clipje heb geschoten) maar na wat maanden was voor de café-eigenaren écht de maat vol, en hop, de asbak ging terug op tafel. Boete of geen boete. Collectief staken ze de koppen bij elkaar en legden geld in potjes apart voor wanneer er boetes uitgedeeld gingen worden, en belangrijker nog, voor de proceskosten om die boetes aan te vechten. In de kranten werd gerept van een protest dat begon in Breda maar neem het van deze jongen aan die er toevallig met de neus bovenop stond, het startte enkele weken eerder in, jawel, Tilburg. Als de revolutie begint, begint hij in Tilburg, riep ik toen al tijden, en daar was-ie dan.

De rest van het verhaal is wat langdradig dus daar skippen we even snel doorheen. Meerdere steden sloten zich aan. Er kwamen rechtszaken, media-aandacht, controverse om een nog erger verhard beleid in Amsterdam, enzovoorts enzovoorts. Maar de bezoekers waren terug (die ‘vele anti-rokers’ die in de optimistische voorspellingen de terugloop ruim zouden compenseren, bleven geheel naar verwachting na 1 Juli 2008 nog steeds goeddeels weg uit ’t café) en toevallig was ik afgelopen weekend weer even in Tilburg: de asbakken staan er bijna overal nog stééds. Een gewaardeerde café-eigenaar verwoordde het als “je zet de asbakken terug op tafel en het is net alsof je simsalabim met een toverstokje gezwaaid hebt.”

In menig ander Europees land is het een soortgelijk verhaal. Alle landen die een rookverbod hebben doorgevoerd, kennen al uitzonderingen, ronduit negeren van het verbod, naleven van gebod in schijn maar achter gesloten deuren gewoon doorpaffen, enzovoorts. Een pintje en een rokertje, het hoort er toch een beetje bij op ’t café. Dus, lief België, dat rookverbod, maakt u zich niet teveel zorgen. Maakt u wél druk, uiteraard, want klakkeloos van uw kant laten gaan, dat werkt het antirookbeleid volledig in de hand. Maar als zelfs in het bijna protestloze Nederland (ook dat is weer een onderwerp voor een andere keer) het rookverbod al afgerond-naar-boven twee jaar geen voet aan de grond krijgt, dan krijgen ze ‘ons’ er hier toch ook niet onder ?

Huiswerk ! Wat zijn uw eigen ervaringen met uitgevoerde rookverboden in andere (al dan niet Europese) landen ?

 

Schaatsen (1)

De grote schrijver Ko te Let besloot zijn schaatsen uit het vet te halen. Hij zuchtte, deed de gordijnen weer toe en liep naar de inbouwkast. Hij opende de deuren en zuchtte opnieuw. Doelloos bleef hij voor de opening staan. Hij betastte zijn linker schrijversoorlel. Die was pluizig zeg. Het verbaasde de grote schrijver Ko te Let  dat zijn linker schrijversoorlel zo zacht was. Als een bolletje katoen. Hij liep naar de badkamer en keek in de spiegel. Zijn linkeroorlel was dik bedekt  met transparante vlashaartjes.

Nu rechts. De grote schrijver keek met toegeknepen ogen over zijn brillenglazen heen. Hij kreunde kort maar hoorbaar. Ja, ook al. De rechteroorlel droeg ook al een tooi fijn haar. Maar het was minder uitbundig dan links. Was dat omdat zijn moeder hem met een twijg sloeg wanneer hij rechts schreef? Omdat hij anders nooit een grote schrijver kon worden. Alle grote schrijvers zijn immers links. Nu pakte hij de rechteroorlel tussen zijn rechterduim en wijsvinger. Een logische combinatie. Hij was geen motorisch wonder, maar zover was zijn 45-jarige lichaam inmiddels wel. Die fout zou niet meer gemaakt worden. Zij was ook al zacht. Of was het toch een hij? Gedachteloos keek Ko naar zijn hoofd. Correctie. Het was een langgerekte kop. Zoveel was duidelijk. Met een dunne mond er op en kleine ogen er in. Ook dat nam hij ter kennisgeving aan. Hij wreef, expres met de rechterhand, over zijn hoofd. Een kaal hoofd. Hij moest het erkennen. Het hoofd van de grote schrijver droeg allang geen tooi van zwarte haren meer. Een halve, gekantelde cirkel om zijn oren. Een halve Saturnus ring van zwart piekhaar. Ko draaide zich om en liep de natte ruimte uit. De natte ruimte, hoe verzon hij het toch? De literaire energie spoot in zijn hoofd in het rond. Zoals de fonteintjes op het plein.  Had hij zich gedoucht? Hij kon het zich niet meer herinneren. Misschien slechts een kattenwasje. Hoe dan ook, de grote schrijver liep terug naar de openstaande inbouwkast. Allemaal moltondekens lagen er in de kast. Slordig opgevouwen, maar hij gaf er geen zier om. ‘Voor kuisen maken we wel weer een andere keer tijd’, fluisterde hij tegen de dekens…


(Wordt uiteraard vervolgd, want Koning Winter is nog wel even in het land.)

 

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑