Het triootje tussen mij, KutBinnenlanders en GentBlogt blijft naar meer smaken. Hier dus bij hen weer een nieuw stukje vol bevreemde informatie over die raren ‘Ollanders, dat ik dus hieronder ook voor u doorplaats. Reageren mag op beide locaties hoor, we bijten niet ! Er zijn vast hier ook wel steigerende niet-rokers onder de lezers die graag hun afkeuring wegblaffen, niet ?
Een Nederbelg burgert in: Rookverbod
Een nieuw jaar, een nieuw rookverbod. De datum van het complete horeca-rookverbod in België komt meer en meer in zicht, en ik kan me voorstellen dat degenen die weliswaar het thuisdrinken in crisistijden al wat meer in de vingers hebben gekregen maar dat nu door de InBev-stakingen wat bedreigd zien, zich wellicht zorgen maken over hoe dat nu moet met de toekomst van het kaffee. Wel, alle positieve berichten die hier misschien doorgedrongen zijn over het Nederlandse rookverbod ten spijt, is bij uw noorderburen de strijd om de asbak nog lang niet gestreden, na een al ruim anderhalf jaar officiëel ingevoerd totaalverbod op roken in de kroeg. Dus even een hoopbiedend stukje voor de verstokte rokers die ook dit jaar ‘stoppen’ weer niet op hun goede voornemenslijstje hebben gezet.
In Nederland begon het allemaal bij De Postbank. Een vrouwelijke medewerker daar had zich uitgesproken over de rokers die hun saffies aan hun bureau nuttigden, waarop de rokers haar, naar verluid, extra gingen pesten met rookwalmen. Ze stapte naar het gerecht, en kreeg haar gelijk om een rookvrije werkplek. Terecht. De insteek dat iedereen recht heeft op een rookvrije werkplek, daar zul je de meeste rokers niet over horen, maar zoals altijd verpestten een paar asocialen het voor de rest. De media bemoeiden zich er tegenaan en ook de politiek besefte zich ineens dat er wat te halen viel in deze kwestie, en zo werd de publieke opinie zorgvuldig omgeturnd van een recht op een rookvrije werkplek naar een plicht. Iedereen moést en zou van tabaksrook verlost zijn binnen de Nederlandse grenzen, koste wat kost, daar zou dappere redder oompje Staat wel even voor gaan zorgen. Anti-rokerslobby StiVoRo stond uiteraard met pompons aan de zijlijn te springen van vreugde. En zo kwam er eerst een algemene rookplek op alle niet-horeca werkplekken. Dapper paften de aanhoudend rookverslaafden in de frisse buitenlucht voor hun kantoren en in miniscule rookhokjes verder, terwijl de kranten met jubelende en hoogst twijfelachtige cijfers aankwam hoeveel mensen als een bijproduct van deze legislatuur wel niet gestopt waren met roken. En op 1 Juli 2008 was de Nederlandse horeca aan de beurt.

Ik stond zelf met meervoudig gemengde gevoelens in de kwestie. Als iemand die nog geen decennium rookt – ik was er laat bij, en zonder peer pressure. Ik was zelf notabene daarvóór nog een overtuigd anti-roker geweest, al was dat ook meer in het idee van ‘recht op rookvrije ruimte’ enzovoorts. Niemand was verbaasder dan ik toen ik begon met roken, maar dat is een verhaal voor een eventuele andere keer. Laat ik vooral stellen dat een antiroker de rust die hij uit een nicotine-shot kreeg, verrassend zeer kon waarderen en sindsdien bewust overtuigd roker was. Daar komt bij dat ik van half 2006 tot begin 2008 mezelf Nachtburgemeester van Tilburg mocht noemen. In die hoedanigheid was ik begaan met het lot van de kleinere cafés. Één van de schokkende ontdekkingen die ik deed toen ik een boekje (tot zover de reclame) maakte over het kroegencircuit in ’s lands Zesde Grootste Stad was dat onder de huidige burgemeester in twee jaartjes tijd bijna tweederde van het kroegenbestand weggepest was geweest. Nu kwam me dat enerzijds niet slechts uit, aangezien ik voor het boek getekende impressies van alle Tilburgse cafés aan het maken was, en 125 sfeertekeningen op locatie zien te maken is een minder taaie klus dan 450, maar zeker u Gentenaren zult het met me eens zijn dat het een beperkt aanbod is voor een stad met bijna zoveel inwoners als hier. Daarom maakte ik me ook geregeld druk, op een weblog dat ik toen vulde én in voorgenoemd boek, over de glasharde, strakke doorvoering van het rookverbod. Ik ben ook weer geen purist die vindt dat een café zónder rook niet kan, maar de oogkleppen-mentaliteit waarmee het verbod opgedrongen werd, was een forse omslag van de eerdere reclamecampagneslogan Roken? Dat lossen we samen wel op.
De Nederlandse staat is ook niet dom. 1 Juli is een gewiekste datum om te kiezen voor invoering van een rookverbod. Het zomerweer is dan weer aangebroken, en buiten op het terras roken is dan geen straf. De horeca merkte er dus in eerste instantie niet direct veel van. Tot de late herfst, vroege winter. Bezoekersaantallen liepen terug, en proteststemmen klonken. Te laat, maar beter laat dan nooit. Er was een wat povere manifestatie op het Malieveld in Den Haag (paar honderd protesteerders, de ‘Ollander is in dertig jaar het betogen hard afgeleerd, heb ik gemerkt toen ik er voor vrienden die er optraden een clipje heb geschoten) maar na wat maanden was voor de café-eigenaren écht de maat vol, en hop, de asbak ging terug op tafel. Boete of geen boete. Collectief staken ze de koppen bij elkaar en legden geld in potjes apart voor wanneer er boetes uitgedeeld gingen worden, en belangrijker nog, voor de proceskosten om die boetes aan te vechten. In de kranten werd gerept van een protest dat begon in Breda maar neem het van deze jongen aan die er toevallig met de neus bovenop stond, het startte enkele weken eerder in, jawel, Tilburg. Als de revolutie begint, begint hij in Tilburg, riep ik toen al tijden, en daar was-ie dan.
De rest van het verhaal is wat langdradig dus daar skippen we even snel doorheen. Meerdere steden sloten zich aan. Er kwamen rechtszaken, media-aandacht, controverse om een nog erger verhard beleid in Amsterdam, enzovoorts enzovoorts. Maar de bezoekers waren terug (die ‘vele anti-rokers’ die in de optimistische voorspellingen de terugloop ruim zouden compenseren, bleven geheel naar verwachting na 1 Juli 2008 nog steeds goeddeels weg uit ’t café) en toevallig was ik afgelopen weekend weer even in Tilburg: de asbakken staan er bijna overal nog stééds. Een gewaardeerde café-eigenaar verwoordde het als “je zet de asbakken terug op tafel en het is net alsof je simsalabim met een toverstokje gezwaaid hebt.”
In menig ander Europees land is het een soortgelijk verhaal. Alle landen die een rookverbod hebben doorgevoerd, kennen al uitzonderingen, ronduit negeren van het verbod, naleven van gebod in schijn maar achter gesloten deuren gewoon doorpaffen, enzovoorts. Een pintje en een rokertje, het hoort er toch een beetje bij op ’t café. Dus, lief België, dat rookverbod, maakt u zich niet teveel zorgen. Maakt u wél druk, uiteraard, want klakkeloos van uw kant laten gaan, dat werkt het antirookbeleid volledig in de hand. Maar als zelfs in het bijna protestloze Nederland (ook dat is weer een onderwerp voor een andere keer) het rookverbod al afgerond-naar-boven twee jaar geen voet aan de grond krijgt, dan krijgen ze ‘ons’ er hier toch ook niet onder ?
Huiswerk ! Wat zijn uw eigen ervaringen met uitgevoerde rookverboden in andere (al dan niet Europese) landen ?


Geef een reactie