Allerheiligen is een waterken of een winterken is de weerspreuk die hoort bij 1 November. Een landelijke ‘feest’dag, die in België een massale dodenherdenkingsdag inhoudt. Traditioneel legt men dan chrysanten – grote, kleurrijke bollen chrysanten – bij de graven van de overledenen. Feitelijk zou ik, onder gezelschap van een local, op zondag eens gaan aanschouwen hoe zo’n Vlaams kerkhof dan zou wemelen van het volk en chrysanten, maar het bleek een waterken: straalverzopen ben ik, op een korte wandeling, waardoor het verdere plan de kerkhoven nog te bezoeken maar werd laten varen. Vandaag was het aanzienlijk beter weer, en had ik bovendien gelegenheid om toch eens te gaan kijken. Niet helemaal hetzelfde als de dag ‘zelf’ meemaken, maar ’t is toch iets. Wij kennen dat helemaal niet, die 1e November. Althans, we hebben dat als vrije dag afgeschaft in de jaren ’60, blijkt bij nalezing (bijna twee decennia voordat ik een glinstering in mijn vader’s ogen was dus tegen de tijd dat ik van bepaalde zaken kón weten, wist ik niets van 1 November). Het hoe en waarom tussen het christendom en katholicisme (laat staan het protestantisme en wat voor impact dat na Willem de Zwijger op ’s KutBinnenlands landschap heeft gehad) laat ik u graag allemaal zelf terugzoeken. Wat mij vooral opvalt, is een drastisch verschil op de kerkhoven. Althans, met waar ik zelf vandaan kom dan. Op het Katholieke-toen-gedwongen-protestants-maar-toch-stiekem-ook-katholiek-gebleven Brabantse land heb ik in mijn leven niet overdreven veel kerkhoven bezocht. Ik ‘ken’ er niet veel mensen, zogezegd, misschien maar goed ook, al heb ik niets tegen een kerkhof bezoeken op z’n tijd. Eerder om artistiekere redenen dan, zogezegd. Om mensen te observeren die om verloren geliefden rouwen, of om foto’s van graven te trekken (vreemde Vlaamse uitdrukking, geef ik toe). Op een Tilburgs kerkhof vlakbij waar ik woon (West) staan de graven in volstrekt identieke vormgeving in fantasieloze rijen, met als enig verschil hoe verweerd of door vogelschijt/regen-kalkaanslag bedekt ze zijn. Rouwen is er een plichtmatige aangelegenheid, met weinig keuzevrijheid. Bijna alsof men wil zeggen, qua doodgaan hebben we toch allen geen keuze, waarom in de uitstraling van onze laatste rustplaats dan wel. Onder veel andere dingen die me opvielen hier in Gent, is dat middenin winkelstraten ‘begrafeniswinkels’ staan. Met een vanzelfsprekende uitstraling alsof voor een grafsteen shoppen met evenveel nonchalance en plezier zou moeten kunnen als voor schoenen of een nieuwe plasmatelevisie. Op dit Vlaamse kerkhof stonden, ondanks hier en daar zichtbare modegrillen, bijna geen twee grafstenen die er hetzelfde uitzagen. Het wemelde er van de liefde voor verloren zielen. Ontroerd schoot ik nog onderstaand fotootje van een verdwaalde roos tussen al die veelkleurige chrysanten.

 
René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !