Ik zit hier een beetje onbeholpen naar mijn huiswerk te staren. De laatste inburgeringsles is later deze week, en hoewel ik het semi-vrijblijvende karakter van de cursus (o.a. geen examen !) verfrissend en erg vriendelijk vind, en de lesstof praktisch erg nuttig, kom ik niet voorbij deze vraag. Het probleem ? Het rechtervakje is veel en veel te klein ! “Wat was jouw beeld van België voor jou(w) komst? En daarna?”. Het klinkt als een simpele vraag. Zeker vóór is goed in te vullen: wat weten wij in het noorden immers doorgaans van onze zuiderbuurtjes ? Fritten. Tweetalig (wat dus drietalig blijkt te zijn). Bier. Veel auto’s. Zacht taaltje. Ze lachen veel, althans volgens Het Goede Doel dan. Wielrennen. Komt u verder ? Ik destijds niet, hoor. 1830, wellicht nog. En dan natuurlijk de belgenmoppen, maar die neemt hopelijk geen enkelen ‘Ollander echt serieus. Één ding mag in beide vakjes in mijn geval: het idee dat een maatschappij er voor allemáál is, zogezegd het nog allerminst zover als bij ons gevorderde ‘ikke ikke ikke’-gevoel, dat had ik al wel door. Dat was een van mijn voornaamste redenen om naar het Zuiden te trekken: ik was die ontwikkelingen over het afgelopen decennium in ‘Olland spuug- en spuugzat. Ik kan niet wonen in een maatschappij waar zorgen en geven om elkaar ophoudt bij de voordeur zolang de bewoner het zelf maar goed heeft. Daarna, tsja, daar heb ik al veel artikelen over geschreven hier, en er kan nog veel meer gezegd worden. De rampzalig slechte fietspaden, bijvoorbeeld. De soms idiote verkeerskruispunten, waar niet zelden geen groen licht voor niet-rechtdoor is, wat situaties oplevert voor fietsers en voetgangers waar auto’s hen zowat van de weg af knallen omdat zij immers evenveel recht hebben af te slaan als de ‘zwakkere’ weggebruikers om rechtdoor te reizen. De scherpe hatelijke moppen die ze hier over ‘ons’ vertellen, met als gemene deler ‘hoe kunnen we Nederland onder de zeespiegel krijgen’. De vele wegen die een rechtgeaarde Belg rondom de vereiste officiële paden beloopt om dingen gedaan te krijgen, met als gevolg dat die officiële paden voor niet-ingewijden enkel nog langer en ingewikkelder worden. De zeldzaamheid van pin geldautomaten in het straatbeeld (ga maar zoeken, is het devies). Maaltijd, diensten-, opleidings-, cultuurcheques, alles met ‘cheques’ hier. Hoezeer lokaal dialect bijna volledig hun cultuur en identiteit bepaalt. Behulpzaamheid, vriendelijkheid, maar ook een semi-achterbaks wantrouwen: bij een Belg telt zogezegd de twééde indruk pas, en als je ze beledigt, lachen ze vriendelijk (om je) maar denken er ondertussen veelal zo het eigene van. Alles dat maar opgeofferd dient te worden aan de Goede Vrede. Tenzij het een aantasting van de algemene kwaliteit van leven betreft, dan gaan ze hier met fakkels, hooivorken, stoeptegels de straat op. Het ingewikkelde politieke systeem: vier regeringen, nog los van de Europese.. Stemplicht. ‘Vrijwilligers’plicht bij verkiezingen. 24/7 zorgvoorzieningen. Solidariteit. Eendracht maakt macht. Chrysanten op 1 November. Ga zo maar door. En nog een heleboel praktische zaken die ik over de afgelopen drie kwartalen door schade en schande heb opgepikt die ook nog het nodige over dit land en hoe het functioneert zeggen. Dat krijg ik echt nevernooit allemaal in dat kleine rotvakje.

 
René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !