KutBinnenlanders.nl

Dag: 19 november 2009

Stapel pallets

De grote schrijver Ko te Let was op weg naar de poëzieschuur. Hij had zich gesneden bij het scheren en had een pleister op zijn linkerwang. Hij droeg een rode ribbroek, een beige kaftan en oude gaatjesschoenen. Op zijn hoofd had hij een alpino pet. Ja, dit was zijn schrijverskloffie voor literaire avonden. ‘De maan glinsterschittert in de spiegelstenen van de stad’, overpeinsde hij onder het lopen. ‘Dat talent, het is een straf. Die ingevingen komen maar. Nooit kan ik ze stoppen. Altijd maar die fantastische vondsten. Ik wil ook wel eens een avondje gedachteloos naar de tv staren. Maar ze blijven maar opborrelen.’ Nee, de grote schrijver juichte zijn talent niet toe.

Hij klopte op de deur van de poëzieschuur, een betonnen kubus in een achterafstraatje. En nog eens. Twee ritmische kloppen nu. De rode deur ging open. Een kleine man met een grijze baard stond in de kier. ‘Ja, kan ik u helpen?’ vroeg de man.  ‘Te Let. Ko te Let. Ik ben hier voor de literaire avond.’ ‘Ik ben één van de genodigden’, zij hij er iets harder achteraan. De man bekeek hem kort. ‘Ja ja ja. Kom d’r in. Ze zijn nog aan het opbouwen.’ Ko te Let was er niet zeker van. ‘U kent me toch wel?’ De man keek opzij. ‘Ja ja, u bent toch die schrijver hè?’ ‘En dichter’, antwoordde Ko. ‘Ja ja ja’, zei de man met een gekke krul om zijn bovenlip.

De ruimte was leeg, afgezien van drie mensen die bij een katheder stonden. Langs de zijkanten stonden een kapotte fiets, een houten tafel en lagen een stapel pallets. Er zaten gaten en scheuren in het gips van de wanden. De drie mensen lachten heel hard. Ko liep naar ze toe. ‘Hallo’, zei Ko. ‘Hallo’, zeiden de twee mannen kort na elkaar. De vrouw zei niets. ‘Ik ben Ko te Let. De schrijver, dichter en publicist.’ ‘Ah ja,’ zei de ene man. ‘Ik heb weleens iets van u gelezen. Iets met sneeuw.’ Ko wilde een waardeoordeel horen, maar vroeg er niet naar.

Er kwamen nog drie mensen. Twee vrouwen en één man. Eén man liep naar de katheder. Hij heette iedereen van harte welkom. ‘Bij de snackbar vier deuren verder kunt u blikjes bier halen’, zei de man. Hij had een bril op met een dik rood montuur. Er waren nu twaalf mensen in de zaal. Ko had geen hoge pet op van de voordragende dichter. Een jongen met vieze lange haren. ‘Kankerlijer’, dacht Ko. De jongen deed iets met klanken. Ko kon er weinig mee. Na afloop stond hij in een hoek van de ruimte. Te peinzen of hij nog wat standuppoetry te berde zou brengen. Nee, hij wilde niet wéér alle aandacht opeisen. ‘Ik moet me beheersen’, mompelde hij.

 

© 2022 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑