Ik heb ooit een commentaar van mij zien schrappen uit het groot smoelenboek (faceboek). Ik had me laatdunkend uitgelaten over mijn favoriete schelddoelgroep, de Chinezen. Ik noem ze ook Sjintokkers, nog voor ze zichzelf TikTok noemden. De censuurcommissie van het smoelenboek had dit opgevat als haatspraak. Door een epidemie te laten uitgroeien tot een pandemie stegen ze voorwaar in mijn laatdunkendheid.

Een andere favoriete doelgroep van mij zijn de Rikanen, zoals ik de inwoners van de Verenigde Staten noem. Ooit pioniers, veroveraars van het Wilde Westen en bevrijders van Europa zijn ze verworden tot een stel junkies die zich voeden met nepnieuws en oerbelachelijke theorieën, niet over marsmannetjes, maar over linkse elites die in de kelder van een pizzarestaurant in New York complotten smeden en kinderen lokken en verkrachten. Ze dringen zich op voor tv-camera’s om hun boodschap te spuien in het gezicht van de kijker, om daarna bier te gaan drinken dat nog minder voorstelt dan Heineken. Ja, ja, ik weet het, het is een karikatuur. Daarmee heb ik toch weer mooi gehad.

 
Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.