Goed uitgeregend, zonder paraplu, met een hoed op en een warme winterjas aan, stoot hij tegen de deur van de wachtzaal. Het uur is spits, de zaal vol. Geen plaats om te zitten.

Daar komt dra de trein eraan, de zaal loopt leeg, hij kan gaan zitten.

Uit zijn binnenzak diept hij een boekje op, begint te lezen. Een uur later, zijn hoed en jas zijn droog, staat hij op en stapt naar buiten. Het regent nog maar minder hard.

Ik had de hele tijd onder het dak van de fietsenstalling gestaan om de deur van de wachtzaal in de gaten te houden. Ik volg hem meteen. We lopen naar de marktplaats van het stadje. Hij zoekt geen café. Hij stopt voor een vastgoedmakelaarskantoor, kijkt op zijn polshorloge, duwt de deur van het kantoor open, gaat binnen.

Ik weet genoeg.

 
Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.