Sneeuwwitje had haar zeven dwergen, Jezus zijn twaalf apostelen. Het zijn personages uit verschillende sprookjesboeken. Deze stad echter vond twaalf te veel en had de straat Apostelstraat genoemd. Meer moest dat niet zijn. Hier woonde op dat moment in zijn leven de schrijver Bart Plouvier zaliger. Ik woonde toen nog in de stad waar hij net voorheen woonde. Later zou ik zijn stad vervoegen en zou hij alweer verhuizen. Ik belde aan.

Hij bood me koffie aan.

Ik was in de bruine hemel: hij zette koffie in een potje dat stoom omhoog jaagt door de koffie. Dat smaakte. Hij sprak weinig. De koffie was niet vanzelfsprekend maar zei genoeg. Ons contact was dun. Hij was zich aan het terugtrekken. Ook uit het leven?

‘Met het leven dat ik heb geleid weet ik dat ik niet oud zal worden’. Ik zou die woorden nog lang herinneren.

Het is bij dat ene bezoek gebleven. Ik ben toen pas zijn boeken beginnen lezen. Hij kon goed schrijven en schreef boeken als geen ander. Hoewel sommigen Marquez als vergelijking zien.

Hij heeft woord gehouden. Hij was pas zeventig jaar toen hij stierf.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.