De grote schrijver Ko te Let zat in zijn grote schrijversstoel. Hij plukte aan een draadje op zijn wollen trui. Terwijl hij het tussen duim en wijsvinger tot een sliertje draaide, keek hij naar de vensterbank en mompelde tegen de sanseveria: ‘als dit zo doorgaat, hou ik geen trui meer over’. Ko werd onrustig bij het idee dat zijn trui vezel voor vezel aan het desintegreren was. Alleen al de suggestie gaf hem een beetje een unheimisch gevoel.

Toen voelde Ko aandrang. Plotseling de druk van een drol tegen zijn sluitspier. De grote schrijver zuchtte diep en moedeloos. Maar hij bleef zitten. Ko voelde de drol groter en groter worden in zijn darmkanaal. De druk nam enorm toe in zijn onderlichaam. Hij zuchtte met een pijnlijk gezicht en stond op uit zijn grote schrijversstoel. ‘Vooruit met de geit’, zei hij vermoeid.

Dit was zo’n dag dat alles tegelijk kwam. Zo gebeurde er een tijd niets en zo kwam alles tegelijkertijd, mijmerde Ko. Op zijn pantoffels liep hij naar het toilet. De drol gleed ondertussen door als een boomstam van een skischans. Ko dacht het kopje al te kunnen voelen. Hij werd een beetje zenuwachtig en begon te zweten. Bij de toiletpot draaide hij zich om en liet zijn broek zakken. De drol schoot hard uit zijn boze oog.

Zitten op de toiletpot deed de grote schrijver nooit. Dat vond hij maar niets. Het liefst had hij dan ook een Frans sta-toilet aan laten leggen in zijn flat. Maar de financiering voor die ingrijpende verbouwing aan de natte ruimte had hij nooit rond gekregen. Een gepeperd bezwaar bij de woningbouwstichting had niets uitgehaald. Terwijl hij met zijn handen op zijn knieën steunde, maakte de irritatie zich van hem meester. De woningbouwstichting had hem een sta-toilet door de neus geboord. De poep gleed er ondertussen moeiteloos uit. Hij keek tussen zijn benen door hoe de fecaliën in de pot vielen.

De grote schrijver voelde nog wat zitten, maar zo soepel als eerst kwam de drol niet meer uit het kontgat. Hij perste met zachte druk, maar de drol gaf geen sjoege. Dus deed Ko er een schepje bovenop. Hij drukte zich een rode mist voor de ogen. Het begon hem te duizelen. TRRRIIIING TRRRRIIIING. De grote schrijverstelefoon. ‘Ook dat nog!’, kreunde Ko. Met de broek op zijn knieën slofte hij naar de telefoon. De drol was door de beweging losgekomen en liep langs zijn dij in zijn broekspijp. ‘Getverderrie’, mompelde Ko ontdaan. Hij nam de hoorn op en hoorde de kiestoon.

 
Gerrie S. Veters
Gerrie S. Veters
Man (32 en/of ouder).
Zie @Elagabalus_