
Het kantoor was in rep en roer. Er was een libelle naar binnen gevlogen. Het groengele insect vloog humeurig door de ruimte. Het botste tegen de ruit, vloog brommend achteruit en ramde opnieuw het venster. ‘Stom beest’, vond Otto. Een kever zou zoiets niet in zijn hoofd halen. Die zien wanneer een raam dicht is en wanneer niet. ‘Honderd miljoen ogen en nog niet een stuk glas van lucht kunnen onderscheiden. Tsk’, oordeelde de president directeur grootaandeelhouder. Hij lachte in zijn vuistje om zoveel stupiditeit. Van een veilige afstand moedigde hij met overslaande stem zijn personeel aan het beest te vangen. Toen draaide de libelle zich abrupt om en kwam recht op Otto af. Die sprong van zijn stoel en dook onder zijn bureau. ‘Pen laten vallen!’ verzekerde hij de copieerneger.


Geef een reactie