Het is nog donker in de stad waar Otto’s moeder vertoeft als hij met luid gekraak haar deur intrapt. Want deuren, daar staat Otto boven en wie niet horen wil die is gezien. Drie keer aanbellen en dan nog geen geopende deur is simpelweg onacceptabel voor iemand die Otto heet, een miljardenconcern vanuit de losse pols bestiert, internationale bestsellerauteur uit verveling is en tussendoor nog wat doet in de loloballerij. Als je dan ook nog staat te wachten tot een deur, waar je boven staat, open gaat, dan is een plus een al snel drie. Een magisch getal dat in zijn optiek nogal wordt overschat. Maar nu is de deur open en te zien aan de puinzooi gaat hij voorlopig ook niet meer dicht. ‘Moeder, ik ben er!’ roept Otto tegen de trap omhoog. Waar is die trut, denkt hij, ik sta al zeker vijftien seconden te wachten in de gang. Hij heeft zijn moeder twaalf jaar niet meer gezien, maar dat mag de pret wat hem betreft niet drukken. Boven aan de trap klinkt gestommel. ‘Meneer Otto, waarmee kan ik u van dienst zijn?’ vraagt een muizelig vrouwtje bovenaan de trap. Otto bekijkt het ding in de nachtjapon eens goed. Het ziet er niet uit als zijn moesje, maar hij kan zich vergissen, want in twaalf jaar kan een mens allicht iets veranderen, qua uiterlijke presentatie.
‘Bent u dat, moesje?’
‘Nee meneer Otto, uw moeder is inmiddels al vijf jaar dood.’
‘Dood?’
‘Ja, morsdood. Op een dag lag ze met een van ellende vertrokken gezicht in een bord pap te koekeloeren; zo dood als punkmuziek.’
Een ziedende woede maakt zich van hem meester. Waar haalt zijn moeder zaliger het gore lef vandaan om zonder zijn medeweten de pijp aan Maarten te geven en aan te kloppen bij Petrus en zijn Hemelpoort!? Natuurlijk, ze mag dood, geen probleem. Maar waarom hem niet van tevoren daarover geconsulteerd? Stond hij niet altijd klaar voor haar, in weer en wind, dichte deuren of niet. Maar nee hoor, mevrouw besluit er stiekem bij een bord pap tussenuit te piepen! ‘Dit is onacceptabel!’

 
Gerrie S. Veters
Gerrie S. Veters
Man (32 en/of ouder).
Zie @Elagabalus_