Thijsbrandt Noordholten keek behoedzaam om zich heen, maar niemand sloeg enige acht op hem. Zijn agentenkorps was allang blij dat ze van die rare inspecteur van boven de rivieren af waren. Nog blijer dan dat blijkbaar de seriemoordenaar-zaak opgelost was. En de rest van het stadje had hem amper leren kennen. Kalm sloeg hij een steegje in.

Bettina deGraete knikte hem een korte groet toe. Hij gaf haar de koffer. Met een snelle blik inspecteerde ze de inhoud en sloot hem weer. “Zo. Dat was het, in deze stad. Voor ons allebei. De kans zal wel niet groot zijn dat we weer met elkaar samenwerken ?” Noordholten schudde het hoofd. “Alles is anders tegenwoordig, hè. De Cultuurkillers zijn voorbij. Jammer. Cees was een van de besten die ik ooit heb mogen opleiden.”

Bettina knikte hem nogmaals een groet, Thijsbrandt knikte terug. Hun hielen klakten op de kasseien en beiden liepen in een andere richting de steeg uit.

Vanaf de bovenkant van de muur keek een jonge kater hen achterna.

FIN.