KutBinnenlanders.nl

Dag: 20 oktober 2011

Arie-Wubbo, de ultieme roadmovie (op papier)

‘Proost! Ik kan je verzekeren dat het eind der vreemde mensen nog niet in zicht is. Maar laat ik eerst verder gaan.’ – Arie-Wubbo, hoofdstuk 19, pagina 209.

“Soms is er zo’n boek waar ineens alles aan klopt,” sprak presentator Frank van Pamelen boud in de microfoon bij de presentatie van Arie-Wubbo, de ultieme roadmovie (op papier). Dat stemt op z’n minst nieuwsgierig. Zeker wanneer het gepresenteerd wordt voor een vrij massale opkomst – honderdvijftig koppies, waaronder veel heuse aandeelhouders in het boek, in de zaal – en onder begeleiding van een (in rap tempo populair wordende) CD, een iPhone app, een T-shirt met QR code, een twitter-account, een blog, en ga maar door. Het achtergrondverhaal van het boek is minstens bijzonder te noemen: alles is doodleuk bij elkaar gecrowdsourced. Iedereen bóód eigenlijk maar aan om ‘dit’ te doen, en dat ‘dat’ erbij moest en dat deed ‘die’ dan weer enzovoorts. Dat alléén al maakt Arie-Wubbo een prestatie van jewelste. Want zó was het er dus, ineens, een boek met een onbescheiden oplage, en toeters en bellen eraan die menig landelijk-literaire hoogvlieger neongroen van jaloezie mogen maken.

Dus tja. Misschien het boekje maar eens openslaan en zien waar al die blinde gelovers achteraan lopen. Hoeveel klopt er nu wérkelijk aan Arie-Wubbo ?

Moeizaam karakter

Arie-Wubbo leren we meteen in het begin van dit boek kennen als een wat dwarse man van vermoedelijk quarter life crisis leeftijd (dat wordt nergens echt duidelijk), met een opzettelijk geschoren kop, een onbestemde knoop in zijn maag, en een ietwat empathieloos gevoel voor humor. Zo maakt hij hard-sardonische grapjes over de relatie van zijn zus, wiens lief hij veel te dicht op haar vindt zitten. Bij het oppassen op zijn neefjes maakt hij softijs met marijuana erin want dan blijven de kindjes lekker rustig. En feitelijk doet deze uitvinder van lepels waar geen saus aan blijft plakken al heel zijn leven klakkeloos waar hij lekker zelf zin in heeft zonder teveel meedogen naar de medemens. Zacht gezegd is Arie-Wubbo in het begin van het boek een weinig sympathiek karakter.

Dat verandert niet snel. Ondanks dat sympathie, en zelfs tikkeltjes meedogen voor mensen die dichterbij hem komen gaandeweg de kop opsteken, blijft Arie-Wubbo zelf toch een moeizaam karakter dat hooguit medeleven van de lezer oproept wegens zijn gulheid (of schijt aan geld), voortvarendheid en zijn volhardendheid naar zijn niet weinig egocentrische doel toe. Wat is zijn doel ? Een vrouw, waarvan hij enkel de tweelingzus heeft gezien, in Roemenië zien te vinden, die een leuk en lekker wijf moet zijn. Waarom zo moeilijk doen om een leuk en lekker wijf te vinden ? Omdat Arie-Wubbo van zijn psychologe heeft gehoord dat hij op zoek moet naar zijn eigen geluk, en alle vrouwen die hij gekend heeft, een rugzakje hebben.

Kluchtige road movie

Tot zover het echt vermoeiende element van het boek. Arie-Wubbo heeft namelijk, in zijn geringe likeability (wat nooit een vereiste is geweest voor een goed verhaal), meteen een absurd verhaal van jewelste aan zijn reet hangen, gelardeerd met vreemde locaties, absurde personages, al even absurde voertuigen en bij vlagen hilarische gebeurtenissen. Hij ruilt direct aan het begin van het verhaal zijn auto in voor wat geld en een Oekraïens 12-jarig meisje met één been, zijn huis voor een huifkar, later de huifkar weer voor een auto uit het jaar blok, enzovoorts. Hij passeert Oktoberfest in een lange scène die eindigt met spermavlekken op een poster van Nena. Hij ontmoet een grijs geworden liefdesengel, een verkoper van de illusie van een huisdier, een ranger en een rover die beiden in een berenklem zijn beland. Reizend over de halve wereld komt hij sowieso de meest onwaarschijnlijke medestadsbewoners tegen – zoals het hoort komt Arie-Wubbo uit Tilburg – terwijl Johnny Cash in zijn dromen advies geeft en de ene na de andere genreklassieke hit associatief in de tekst opduikt. Tenslotte volgt een spannende climax waarna alles uit de reis op z’n eigen plekje valt. Met recht mag dit een, zij het ietwat kluchtige, road movie genoemd worden.

Storende factoren

De mankementen die echt vaart uit de vertelling halen zijn op één hand te tellen, maar ze zijn wel storende factoren. Zo staat de tekst bol van de oudbollige dooddoeners. Enkelen daarvan worden in tekstueel speelse pogingen wat verbogen, maar meer dan een flauwe glimlach leveren die vaak niet op. Vooral geven de vele, gevoelsmatig zonder ironie geschreven oei‘s, jeetje’s en daar had Arie-Wubbo wel oren naar’s het gevoel een Wipneus en Pim boek te lezen. Wat het moeilijk maakt de wat psychologischere ondertonen van de vertelling serieus te nemen.
Tegelijkertijd wordt de tekst doorwoven door een wat platte psychologische analyse van het verhaal, en tussentijdse samenvattingen van wat tot dan toe gebeurd is. Dat stoort een beetje. Alsof de lezer een achterlijke randdebiel is die aan het handje door de vertelling gesleept moet worden. Uiteraard is dit element doelmatig, zoals je van ver ziet aankomen. Maar het zingt toch met enige regelmaat de tekst uit balans.

Rock ’n Roll

Ruim voor het einde van het boek schoot echter de befaamde typering van Lester Bangs over Rock ’n Roll door mijn kop. “(…) nothing could ever destroy it ever, and the reason for that is precisely that it is a joke, a mistake, foolishness. The first mistake of art is to assume that it’s serious.”

In dat opzicht is heel Arie-Wubbo pure Rock ’n Roll. Het is onverwoestbaar vanwege alle mensen die er keihard in geloven en die het de wereld in hebben geholpen, met alle dwarse toevoegingen erbij. Het is Rock ’n Roll omdat een onwaarschijnlijk karakter de hele wereld rondgeholpen wordt door nog veel onwaarschijnlijkere karakters. Het is Rock ’n Roll omdat één man dit volslagen dwaze verhaal bedacht en neergepend heeft, en er zichtbaar plezier in heeft gehad. Het is Rock ’n Roll omdat er gewoon ook een Rock ’n Roll soundtrack bij gemaakt is. En als je je dat bedenkt, en met die ontspannen attitude terugbladert, en het hele dwaze verhaal vanaf het begin lekker kritiekloos op je in laat werken, dán snap je wat Arie-Wubbo zelf ook gaandeweg begint te begrijpen: het ultieme maar effectieve road movie cliché, dat geluk zit in de reis, en wat je daar uiteindelijk van meeneemt. Wat hem, én het boek, uiteindelijk toch vrij sympathiek maakt.

Ik denk dat de auteur, Miel Blok, dat van die reis en wat je ervan meeneemt, zelf nu ook ontdekt, ironisch ná het schrijven van het verhaal. En in dat opzicht klopt wellicht inderdaad alles aan dit boek. Props. Ik buig diep voor het totaalplaatje. En proost !

Meer info: spoons-n-stuff.nl
Arie-Wubbo op facebook

 

Dat is het leven (51)

Mijn stapmaat dronk water uit een vagina spoelschaal.

Er ontstond even paniek bij het opperhoofd van deze negers maar toen de matrozen gezamenlijk 5 dollar op gehoest hadden als schade vergoedingwas het leed weer snel geleden met geld kon je alles recht breien.De ketelbink had een paar versleten basketbal schoenen aan met zelfs een gat in de neus van de ene schoen en wat denk je komt hij smorgens aan boord en vertelde hij dat hij voor zijn ouwe kapotte schoenen heeft mogen neuken.In die tijd konden ze daar werkelijk alles gebruiken.

Ik zocht tegen de morgen mijn maat die de avond van te voren met me op stap was gegaan.Ik liep langs diverse rieten hutjes en op eens zag ik mijn maat in een hutje staan.Ik kon zien dat hij een schaal omhoog hield en hij dronk er uit.Ik riep nog niet doen maar het was al te laat.Wat bleek het geval te zijn ?Mijn maat dacht met zijn duffe kop dat het drink water was maar het bleek spoelwater te zijn waar die negerin haar flamboes mee waste na de daad.

Buiten een beetje keelpijn heeft mijn maat er gelukkig verders geen nare ziekte van opgelopen het was weer een leer voor de volgende keer.

Er werd na dat dit aan boord bekend was dikwijls een grap over gemaakt dan zei men tegen hem hoestdrankje nodig neem een slok water.Of men vroeg aan hem heb je de tanden goed gepoetst?

En eenmaal terug aan boord werd ik dikwijls begroet met de woorden Een Oogje waak je.
Een Oogje slaap je.

Ik hoorde dat de wasbaas een griet had gewipt voor 4 stukken zeep.

4 stukken zeep daar waren ze echt blij mee en de wasbaas had er genoeg van in zijn wasserij.

 

© 2022 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑