Nagenoeg alles heeft een achterkant, al heet dat niet altijd zo. De maan, de koe – daar heet het een achterste en is dom. De achterkant van de maan is de gekte. Bij de mens heet de achterkant domweg de kont. Al is dat helemaal niet dom. Wie er te ver op ingaat en er diep in doordringt wordt niet dom noch gek maar pervers.

Het is alvast en bijaldien fout te stellen dat voor- en achterkant gelijk zijn, of nog erger, gelijkwaardig. Je zou het grote genot van de perverseling ontkennen.

De veerman kijkt, ja zelfs, stuurt terwijl hij tuurt naar de kont van het paard. Dat heeft geen kop maar een hoofd, geen poten maar benen, geen achterste maar een kont.

Zo, daarmee is die achterkant helemaal rond.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.