Huisjes en monsters, hoe heilig willen we ze hebben? Heilige monsters, klopt dat wel? In het Frans allicht wel. Geile monsters zeker.

Wat fijn, de mopperaar moppert.

‘Zeg, dikzinnige mopperaar, die monsters laten ze in het Nederlands in het Frans staan. Wilfried Martens was in zijn tijd het monstre sacré van de Wetstraat’.

De Wetstraat is het federale Belgische regeringscentrum. Capitol Hill, het Hofplein, Downing en zo meer, weet je wel.

Dan maar huisjes. De 16? Wetstraat. De 10? Downing. Matignon in Parijs draagt geen nummer.

Het humeur van de mopperaar staat zowaar op zonnig tot bewolkt. Matig tot strakke zuid- tot zuidwestenwind. Kan al niet meer uit veranderlijke richtingen.

 

 
Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.