In de knutselhoek heerst doorgaans een uitgelaten sfeer. De meeste knutselaars zijn mannen,gelukkig – wat heet geluk? – zijn er sinds enkele weken drie vrouwen in die hoek komen meeknutselen. Anders zou een of andere liga voor de rechten van het mens stof doen opwaaien.

 

Er is een begeleider aangesteld. Hij zorgt voor voldoende materiaal. ‘Veelal komt de vraag van stedelingen die weten dat deze knutselhoek bestaat. Ze brengen toestellen binnen voor herstel: radio’s, wasmachines, een enkele koelkast, zelfs een schrijfmachine. En fietsen. Gerard is fietsenmaker op rust.’

 

Alles is zo goed als nieuw: tangen, schroevendraaiers, schroeven, hamers. Sinds kort is er een gepensioneerd instrumentenbouwer bij komen zitten en aan de slag gegaan. Violen, gitaren, banjo’s herstelt hij. ‘Piano’s geraken niet tot hier’, aldus de begeleider.

 

Dit is het eerste woonzorgcentrum met een knutselhoek.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.