Het is moeilijk schrijven zo vlak op de verkiezingen. Enfin, de mij geliefde koning Albert II wordt negentig. Zullen we daarover? Dat hij sushi lust.

Sympathiek heerschap, deze heerser over het vorstendom België. Hij getuigt van enig voortschrijdend inzicht, daar waar het zijn verboden vrucht betreft, de dochter geboren uit zijn vleselijke omgang met een minnares.

Toen hij nog werkte en werkzaam was, reed hij omstreeks half tien naar kantoor. Reed? Hij liet zich rijden. Ooit stak ik om half tien de Koningstraat in Brussel over naar mijn werk en zag hem voorbijrijden. Ik begon dus op een koninklijk uur. De Koningstraat verbindt het paleis in Laken, waar de Koninklijke familie woont, met het paleis aan het Koninklijk park, waar de koning kantoor houdt.

Verder is Albert II de enige werkgever die mij ooit dankt heeft gezegd voor mijn werk, in casu als hovenier in de Koninklijke serres, weliswaar in een droom.

Hij wordt dus mooi oud. Bij deze verjaardag houdt hij verschillende feestjes. Hopelijk overleeft hij die.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.