Tik tegen de ruit, eenmaal kort, twee keer lang. Dat had ze gezegd. Makkelijker gezegd dan gedaan. Makkelijker ook tegen een deur. Maar tegen een ruit?

Anderzijds lag er altijd een sleutel in de oksel van de boom in de voortuin.

Hij, Boris, moest zich schuilhouden en ’s nachts als een dief bij zijn vrouw zien te geraken. Hoe diep was hij gevallen!

Eerst moest het feestvarken in hem eraan geloven. Daarna waren het ongepaste aanrakingen. Niet eens van hem. Hij raakte enkel zijn vrouw aan.

Hij tikt tegen de ruit. Weldra brandt er licht.

 
Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.