KutBinnenlanders.nl

Maand: april 2014 (Page 3 of 4)

Pats

“Dank je.”
“Mooi weertje toch nog vandaag.”
“Zet de schakelaar nog eens om !”
“Zeker mooi weertje vandaag ja.”
“We kunnen het slechter hebben.”
“Ja, pats, op dit stopcontact vliegt hij er ook uit dus.”
“Hoe is het met jouw maat ?”
“Goed, hij maakt het goed. Veel zuipen he.”
“Probeer het nog eens !”

“Hij was toen toch ook in die sloot beland ?”
“Ja, dat was een mooi verhaal inderdaad.”
“En pats, alweer. Het zit echt in de stekker.”
“Was hij bijna verzopen in die sloot, de gek.”
“Ja en die sloot is zo ondiep als wat, dat is het idiote.”
“Zet de schakelaar nog eens om !”
“En de volgende dag weer ’s ochtends vroeg in het café, je weet wel welke ik bedoel.”
“Ja, ik ken die plek wel. Tja, die jongen verandert niet zomaar.”
“Godver… het zit écht in die stekker. Kut, kut, kut.”
“Daar hadden ze trouwens pas geleëe nog stront aan de knikker.”
“Oh ? Wat dan ?”
“Ja, ik moet straks toch echt de terrasverwarming aan kunnen zetten.”
“Ja, op een week tijd: eerst betrapt dat ze te lang open zijn…”
“Ah, dat doen ze wel eens ja. Hier ook trouwens.”
“Geef die schroevendraaier eens !”
“… en later ook een keer dat er binnen gerookt was.”
“Ja, dat zijn leuke boetes tegenwoordig.”
“Gedoe altijd met die dingen. Waarschijnlijk kortsluiting binnenin de stekker.”
“Ze mogen dat hier ook wel eens controleren, trouwens.”
“Je moet echt van goede huize komen om in die sloot te kunnen verzuipen.”
“Ja zie je wel, helemaal losgetrokken.”
“Ontzettend veel geluk gehad, tot dusver, in dit café.”
“Wel nog een geluk dat hij aan dié kant van de weg belandde.”
“Dan zeg je dat één keer, of duizend keer…”
“Want als ze hier een keer ’s avonds binnen zouden lopen, oei oei.”
“De andere kant op, dat was wat erger geweest.”
“Altijd aan de stekker lostrekken !”
“Dan denken ze geen twee keer na, hoor.”
“Dan was hij een eind naar beneden geflikkerd en keihard terecht gekomen.”
“Doen ze het toch he, aan de draad trekken.”
“Meteen een boete.”
“Dat had hij echt niet overleefd.”
“Dan krijg je dit, dus.”
“Pats.”
“Pats.”
“Pats.”

Positief

Ook vandaag sluit mijn profiel weer op een boel vacatures niet aan. Dan zit er één afwijzing tussen die me op een andere vacaturesite wijst. Als ik op die site kijk, staat er de spreuk ‘ook een afwijzing is een nieuwe kans’. Ze hebben gelijk, denk ik terwijl ik mijn koffie sip. Ik moet het gewoon positief bekijken.

In feite ben ik binnenkort mijn eigen baas. Ik betaal dan mijn eigen tijd. Niemand heeft meer wat over me te zeggen. Goed, op die manier gaat er enkel geld uit en komt er niks binnen, maar dat is maar geld. Denk aan de vrijheid: geen baas. Niemand die je tot wat dan ook kan verplichten. In feite ben ik een geluksvogel.

Als ik later op de radio het nieuws luister, voel ik me helemaal opgevrolijkt. Met wat geluk vergaat de wereld. Als ik zuinig aan kan doen, en de wereld schiet een beetje op met dat vergaan, kan ik misschien wel de rest van mijn leven een vrij mens blijven. Ik voel me ineens heel fijn. Hopelijk stoot ik mijn teen nog vandaag, benieuwd wat voor draai ik dáár aan zou geven.

Duizendeneen

Hoe je het ook wendt of keert, zo’n kat gaat echt lang mee. Ze is ook breed inzetbaar. Of je nu de afwas schoonborstelt, de tuin aanveegt of je rug eens goed wil inzepen, ze is overal voor geschikt. Keertje goed uitwringen en klaar. Droog- en schoonlikken doet ze daarna zelf wel. Maar de toepassingen stoppen daar zeker nog niet. Staat de tafel of de piano een beetje scheef ? Steek gewoon de staart eronder en presto. Zo heeft zo’n kat duizendeneen toepassingen.

Toegegeven, het aangekoekt vuil van mijn fiets krijgt ze wat moeilijker uit haar vacht. Ze is al een halve dag aan het likken en nog is het niet schoon. Ik geef de schuld aan al dat wegonderhoud overal. Dat asfalt koekt snel aan, en je moet flink kracht zetten om de boel weer blinkend en roestvrij te maken. Maar niet getreurd, een half uurtje in de wastrommel en daarna even in de zon aan de lijn hangen en ze zal wel goed als nieuw zijn.

Ondertussen is het wachten natuurlijk wél irritant. Serieus, hoe moet ik mijn schoenen nu glimmend oppoetsen voor mijn gesprek vanmiddag ? En de dakgoot, daar kan ik ook beter een professional voor bellen. Het kost klauwen vol geld als zo’n kat het even niet doet. Ik hoop dat ik vanavond wel met haar kan stofzuigen. Zo wordt het natuurlijk niks met die voorjaarsschoonmaak. Overal rollen kattenharen.

Vlucht

 Ga!
 en kijk niet achterom

 Sta niet stil

 Loop, loop, ren
 de benen uit je lijf
 zover als mogelijk
 weg van hier

 Ga!
 lief meisje
 vind je weg
 er is niemand die je leiden zal
 niemand pakt je hand

 Wees dapper
 doe alsof
 je het allemaal alleen wel kan
 ga door door door
 ook als je moe bent
 er is geen tijd voor rust
 als pijn je op de hielen zit

 Ga nu gauw!
 bedek je treurige gezicht
 je tranen
 de wereld hoeft het niet te weten
 ze zagen al teveel van jou

 Hou het bij je
 voor jezelf
 totdat je ergens veilig bent
 welkom

 Totdat een ander zijn armen opent
 je dicht tegen zich trekt
 je uit mag rusten van je reis

 Ga!
 totdat je ergens thuis bent
 waar je angst gewoon mag zijn
 waar de ander niets hoeft te begrijpen
 enkel maar je wonden zalft
 je hart verwarmt

 Om uitgeput in slaap te vallen
 terwijl hij fluistert: komt wel goed!

De Tilburgse Dood

Hij was veel schrieler dan ik verwacht had. Een beetje sukkelig. Zijn pij zat ook niet goed. En die zeis… Duidelijk nooit goed onderhouden. Roest, inkepingen. Waarschijnlijk zo bot als wat. Je vraagt je bij zo’n aanblik toch direct af wie hem heeft opgeleid. En of een dagje extra training niet wat rijpere vruchten had afgeworpen. Maar goed: hij was er nu eenmaal, en hier moesten we het mee doen.

“Kom op,” sprak hij in plat lokaal dialect terwijl hij aan de arm van de ouwe man sjorde. “Dènk ’t toch nie,” bromde de man opstandig. Hij wenkte de barvrouwe om nog een versnapering. De Tilburgse Dood stond er een beetje ongemakkelijk bij. “Kom nou,” probeerde hij het nog eens, met nog zwakkere overtuiging. “Rot op,” duwde de man hem knorrig terzijde. Wankelend deed de Dood enkele onhandige stappen achteruit. Hij struikelde bijna over een tafeltje.

Terwijl de oude man kalm zijn jonge jenever dronk, ging de Tilburgse Dood beteuterd naast hem zitten. Hij keek naar het glas van de man. Onwillekeurig likte zijn tong over zijn lippen. Een zucht. “Ah toe,” pleitte hij zacht. “Kom nou mee. Eventjes maar.”

Niet meer welkom

Niet meer welkom
de letters op de
deurmat voor jouw
ingang

Slot vervangen en
gang toegemetseld
voor jou enkel nog
uitgang

Te lang mijn bel
gerinkeld en gekakt
in mijn bloemen in
opgang

Het hek ferm dicht
rolluiken omlaag
voor jou enkel de
afgang.

« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑