“Het zal mij benieuwen wat je morgen schrijft.”
Hoezo dat dan ?
“Nou ja, je weet toch wel welke dag het dan is ?”
Dinsdag ?
“Jahaaa maar de datum.”
Oh, je bedoelt dat KutBinnenlanders.nl zes jaar bestaat.
“Ha ha, nee. Jij schrijft toch altijd van die stukjes waarin je de mensen een beetje beet neemt, nou, dan kun je je lol wel op natuurlijk op 1 april.”
Ik snap je nog steeds niet hoor.
“Je gaat me toch niet vertellen dat zo’n Opperpater echt bestaat ?”
Ik zie hem zelfs morgenavond weer.

“Of dat je echt met een vis achterop je fiets door de stad hebt gelopen ?”
Ik rij geen auto.
“Volgens mij verzin jij al die verhaaltjes gewoon maar.”
Dat zou wel geniaal zijn natuurlijk. Een schrijver die zijn verhaaltjes verzint.
“Maar ga je nou morgen nog iets doen dan ?”
Hoe bedoel je ?
“Iets geks schrijven bedoel ik ?”
Waarom zou ik iets geks schrijven ?
“Ga je nou speciaal dwars doen ? Heel het jaar gek doen maar op 1 april niet ?”
Vind je dat ik gek doe dan ?
“Man, jij jokt alles bij elkaar en lacht met alles.”
Dat vind ik niet zo gek, daar zijn een hoop mensen beroemd mee geworden.
“Maar morgen niks dus ?”
Ik weet niet. Misschien dat ik verzin dat ik dit gesprek heb gehad.