
Handzeep
En de Kalebas keek geschrokken toe.
Dat was ‘m dus. Gisteravond. Het Blogbal. Een ravage, zoals Nurks Magazine al vertelde. Ik kwam uiteraard een uur te laat, na met een mede KutBinnenlander ’s Neerlandsch O.V. te hebben doorstaan, inclusief de hel die ‘chipkaartsystemen’ heet. Ik viel pál in de feestelijkheden. Als met ‘feestelijkheden’ bedoeld mag worden dat iedereen überserieus luisterde naar de presentatie van De Blogparel. Soul Food, Andrei Vreeling en Oud Zeikwijf begroetten me (alle andere KutBinnenlanders, op Jonkie XS na, LIETEN VERSTEK, foei !) en Vreeling daagde me uit om ‘boe’ te roepen. “Biertje als je het doet.” Naar het schijnt riep ik het preciés op een moment in de tekst van de persoon bij de microfoon waar toch iedereen een ‘boe’ moment bij had, maar het was puur toeval. Pal daarna zetten we de ‘Batman XXX parody’ pornofilm aan, wat tot een fors aantal geschokte reacties leidde. Vanaf daar escaleerde de avond. Oneerbare voorstellen, dwergen, reuzen, bier, heen en weer vliegende barkrukken, rellen, scheldpartijen, een volledig gesloopte DJ installatie, Occupy Amsterdam die met tentstokken de boel kort en klein kwam slaan, geschrokken barmeisjes die zich achter de toog verscholen, en wie in vredesnaam die traangasgranaat meegebracht had wil ik ook wel eens weten. Drie uur later stond iedereen poedelnaakt en bedekt met brandblusmiddel op straat te rillen. Al met al was het een doorslaand succes, dat Blogbal.
Bananarama Consultancy // Hunk
Otto schrikt wakker zijn lederen directeurszitmeubel. De vleesgeworden Leidinggevende zijn voorhoofd is nat en zijn kruis is een beetje klam van weer de zoveelste heteroseksuele droom over Peter André. Otto heeft alle cd’s van deze Angelsaksische rasartiest. En dat, lezers, doet wat met een mens. Dag en nacht verschijnt Peter André aan hem. Louter op basis van zijn niet onaanzienlijke muzikale talenten moet Otto vaak aan Peter André denken. Een hunk. Dat wel. Maar Otto taalt er niet naar. Echt niet. Zijn bewondering voor Peter André is er louter één op artistieke gronden. Zijn liefde voor Peter André is louter en alleen platonisch en zeker niet van dittem. En ook niet van dattem. Zeker niet. Dat dat duidelijk is.
Nederlandse Vereniging voor Dyslexie
Dat is het leven (92)
Ronald jongen ik zal je nooit vergeten.

Op deze foto was hij nog erg jong.Hij stierf echter op 32 jarige leeftijd en liet vrouw en 2 lieve klein kinderen na.Helaas heb ik nooit meer contact met de klein kinderen gehad wat ik erg jammer vond.Met de klein kinderen van de 2e zoon Lowy junior is er echter wel een goed contact.
Ik heb me nog nooit zo ellendig gevoeld als toen mijn zoon verongelukte mijn zijn snelle BMW.Tijdens de crematie van mijn zoon heb ik geen traan kunnen laten wand in mijn hart was ik nog steeds de zeeman en die houden niet van tranen.Maar ik ben wel van ellende ben ik 1 week lang aan de drank ge gaan maar dat heeft me toen niet over mijn verdriet heen kunnen zetten.Ik besefte toen pas dat ik de ruige nergens om gevende ex zeeman zo een klein hartje had.Het heeft jaren geduurd voor ik me er over heen heb kunnen zetten.Maar hij zal altijd in mijn gedachten blijven. Elk jaar op zijn stervensdag 12 oktober steek terwijl ik helemaal nergens in geloof een kaars voor hem aan ten teken dat ik hem nooit zal vergeten.Ik vond hem de beste uit het nest!
Ik werkte 5 jaar bij Cafetaria van Dam op het stratumseind.Ik werkte er als eerste bediende.
Ik was er als kind in huis.Als de baas op vakantie ging deed ik als eerste bediende de hele zaak terwijl er toch 5 personen werkte in die tijd.En als ik savonds om 2400 uur afgewerkt was ging ik altijd nog even tot 0200 uur de kroeg in mijn maten opzoeken.

De eerste 2 jaren na de scheiding voelde ik me weer echt in mijn element.Ik had een eigen kroeg in Eindhoven onder de naam cafe 2000.Het was mijn bedoeling om slapend rijk te worden,maar helaas ik kon de slaap niet te pakken krijgen.
Udenhout
Mijn telefoon ging midden in de nacht. Het was wethouder Jan die met een zware stem vroeg morgen naar hem toe te komen. In Heusden. Dat plaatsje bestierde hij nu een week, zonder al te veel succes. Wethouder Jan had heimwee.
Iedere nacht vertolkte hij urenlang het Kruikenlied met een snik in zijn stem. Pas als zijn vriendin hem met wat petsen weer bij zinnen bracht, kon hij stoppen. Dan huilde hij zichzelf loeiend in slaap. In het oude huisje aan de Heusdense kade zat een gebroken wethouder, een zielig hoopje Jan. Hij vond het maar niks in Heusden. “Heusden is stom. Ze laten me de hele dag stomme klusjes doen”, mopperde hij. “Slootjes uitbaggeren, gier karren, vetputten legen, de banden van dagjesmensen oppompen, pootaardappels rooien, stront zuigen, de marktkoopmannen koffie met een kaakje brengen. Op woensdag doe ik het jassentoezicht in de bibliotheek, donderdag steek ik ouden van dagen in bejaardenhuis ‘t Panhuis een hart onder de riem en morgen zaai ik het veld van VV Heusden in. Daarna ga ik winkelend publiek op hun verantwoordelijkheid te wijzen.”
Een diepe zucht. Zó had hij zich het burgemeesterschap niet voorgesteld. Wethouder Jan dacht eerder aan lekker flaneren met een grote ketting, een beetje borrelen. Niet dus. “En altíjd maar het goede voorbeeld geven.”
Wethouder Jan richtte zich op en keek me nu scherp aan. Bozig, zoals alleen wethouder Jan bozig kan kijken.
“Weet je wat ze ook willen dat ik doe? Gel gebruiken! Extreme fixing gel van l’Oréal. Omdat ze vinden dat mijn haar – ik citeer – ‘een dood vogelnestje’ is! Ik vind het hier he-le-maal niet leuk!” Hij begon hard te huilen. Dikke tranen biggelden over zijn wangen. Hij proestte het nu uit. Het speeksel vloog alle kanten op. “In Tilburg waren er nooit aanmerkingen op mijn haar! Nóóit! Iedereen was er dol op!”
Ik wist wel beter, maar zei niks. Hij stopte met hard huilen en pruttelde wat na. Het snot liep in slome straaltjes uit zijn neus. Wethouder Jan snoot zijn neus en neuriede zachtjes het Kruikenlied terwijl hij een nat gehuild kussen onder zijn kin hield. Hij wiegde als in een trance heen en weer in zijn stoel.
Ik vroeg hem wat hij het meest miste aan Tilburg. Zonder met zijn ogen te knipperen, riep hij krachtig uit: “Udenhout!”
maagband

De Pont
Oud Zeikwijf is dit weekend naar Tilburg afgereisd voor een laatste overleg met René van Densen over het Blogbal. Ze hadden afgesproken in café Lambiek. Al gauw kwam ter sprake het geruchtmakende nieuws dat de beroemde Chinese dissident tevens kunstenaar Ai Wei Wei een tentoonstelling had in Tilburg. Om de hoek van Lambiek, uitgerekend. De nieuwsgierigheid was gewekt, en het Blogbal kon toch ook op zondag in kannen en kruiken worden gegoten, dus op pad gingen wij.
René: De Pont. Altijd een beetje een haat-liefde verhouding mee gehad. Het publiek is stereotype museumpubliek: grijs, stoffig, stram, en met een inflexibele muffezoldergeest. Armpjes op de rug, van museumstuk naar museumstuk slenterend, stilletjes fluisterend, bordjes lezend met een blik alsof ze al wél wisten waar het kunstwerk op slaat. Daarentegen: in De Pont staat regelmatig kunst die zelfs ik, half-onderwezen estheticus edoch bewust cultuurbarbaar, kan velen. Aangezien Oud Zeikwijf zelfs niet eens van ‘ons’ internationaal vermaard museumpje gehoord had, moést ze uiteraard mee. En stapte ik ook weer eens de deuren van het lievige haute culture huisje binnen.
OZ: Van alle richtingen stromen de cultureel correcten naar de megadraaideur van de ingang. Veel grijze koppen met opvallende brillen, maar ook jeugdigen met skinny jeans aan en colberts in het koningsblauwe van dit seizoen, of kekke overhemden.
We snellen naar het Ai Weiwei gedeelte. De Pitjes. Ze zijn er. Miljoenen. 10 000 kg korreltjes gebakken klei die 1600 vrouwen één bij één met een penseeltje hebben voorzien van de kenmerkende zwarte strepen van de zonnebloemzaadjes. Ik had hoge verwachtingen van de pitjes: in Zomergasten had Ai Weiwei immers verteld dat ze zo levensecht leken dat men ze in de mond zou willen nemen. De ontgoocheling was dus groot toen ik bij Vlak I en vervolgens bij Vlak II aankwam, en vaststelde dat ze toch echt iets betonnerigs uitstraalden. Je zag meteen dat het kunstmatig was, en als je het niet zag dan rook je het, of voelde het in de lucht hangen.
Het scheelde wel veel. Vlak I of Vlak II. Ik vond Vlak II natuurlijker, veel grootser en epischer. Het duizelde me even hoor, bij Vlak II. Man man man. Wat ben ik blij dat ook Vlak II er was. Als het enkel Vlak I was geweest, was het toch niet hetzelfde geweest.
Het lieftallige vervaardigingsproces door kleine lieden uit platteland China spatte er geenzins van af. Ai Weiwei zei ook dat de zonnebloem refereerde aan de Grote Mars Voorwaards van Mao Zedong, waarbij elk pitje een individu symboliseerde. Ik zie iets anders in dit werk: het onzinnige van 1600 vrouwen een jaar lang kleikorreltjes laten beschilderen voor een kunstwerk. De nutteloosheid ervan. Maar de vrouwen uit de straatarme gedeeltes van China waren zelf dolblij met dat werk, dat ze thuis konden doen terwijl ze op de kleintjes pasten. Wat zou dan niet nutteloos zijn, voor die vrouwen om te doen met hun tijd? In een fabriek werken, spellgoedrobotjes in elkaar steken of ipads voor Apple? Bijdragen aan de overconsumptieve gekte van de wereld? Ja, als de bedoeling van Kunst is dat het je laat nadenken over dingen, dan is het bij deze goed gelukt.
Het is geduldig wachten op de porceleinen sigarettenpeuken. Ze kunnen in Jingdezhen alvast de mouwen weer opstropen. Of individuele korreltjes as in een set asbakken. Allemaal porcelein. Als het de welvaart in Jingdezhen stimuleert, doe ik bij deze Weiwei de ideetjes cadeau. Peuken en as zijn GO.
Ondertussen verkopen de pitjes in afzonderlijke hoeveelheden goed. De Tate heeft er al 8 miljoen van besteld, en ze worden ook gewoon door Sotheby’s verkocht.
Terwijl menigeen nog gefascineerd, en de 1-meter-afstand-aub regel respecterend, de vijfduizend kilo namaakzonnebloempitjes staat te bewonderen (al dan niet inclusief camera in extreme close-up) valt mijn oog op een vertoonde video met surfende jeugd. Ik stoot Oud Zeikwijf aan en sis ‘surf dudes’, wetende dat ze daar een zwak voor heeft want daar heeft ze ooit over geblogd. Of getweet. Of weet ik het. Mijn geheugen gaat achteruit. In ieder geval lopen we vlug weg bij de grijze pitten en naar de video. IS HET VERDOMME WEER EEN VIDEO OVER AI WEIWEI. Dat-ie hoofdpijn heeft wegens externe slagen. Het is heel erg wat hem overkomen is, maar documentairemakers zijn als museumbezoekers: traag, overmatig serieus, en veel te uitvoerig stilstaand bij alles. Het daadwerkelijk in het ziekenhuis belanden van Weiwei duurt dan ook ruim zeven minuten. Ons geduld was al op voor er enig uitzicht op een operatie kwam, en over de kunst, ho maar weer. Dus we lopen verder.
Daar staan er twee reusachtige bomen, gemaakt van segmenten van echte bomen aan elkaar geklonken met stalen moeren. “Tim Burton-achtig” zegt René, raak. Ook een kamergrote wiel gemaakt van fietsen, schattige rotsblokken van Delft Blauw porselein. Ook grappig van hem: een piepklein lijstje van een mannenhoofd gemaakt uit een gebogen klerenhanger.
De museumbezoeker laat zich vervolgens ook te kakken zetten door de kunstenaars, in goede dadaïstische traditie. Niet alleen de serieuskijkers bij de zonnebloempitjes, maar even verderop iedereen die nieuwsgierig een grote gebogen plexiglasconstructie inloopt om te pogen te begrijpen wat de big deal is. Er voorbij lopend schiet ik in de lach door deze mensen die zelf het kunstwerk worden voor mijn ogen. Erger is het om de hoek: een grote gebogen spiegel waar mensen voor- en achteruit voor lopen en niet-begrijpende, verbaasde giechelkreetjes loslaten. Ik kijk ondertussen geamuseerd naar deze kermisattractie-bezoekers. Oud Zeikwijf loopt met de aapjes mee naar het spiegelvlak en roept verbaasd uit dat ik het moet proberen en dat je er duizelig van wordt. Ik laat me uiteindelijk ompraten en doe met de meute mee. Ik zie niks bijzonders. Gewoon mezelf.
De obligate foeilelijke schilderijen (van Rob Birza dit keer) ontbreken natuurlijk niet, al was je die genre in de moderne kunst een klein beetje vergeten door de overdonderende aanwezigheid van prachtig materiaal. Zoals het meesterlijke Grosser Respekt van Thomas Schütte: een dakloos twee vlakkig prieel met in het midden van de bovenste verdieping een beeldengroep van drie geketende naakte reuzen, waaromheen goudhoofdige lilliputters langslopen, de een ernaar kijkend, de andere niet, kletsend met elkaar, turend in de verte… Is het een spiegel naar ons, de bezoekers van het museum, die met verschillende maten van interesse naar de Kunstenaar gluren, gekweld, gekneveld, en met een meervoudigpersoonlijkheidssyndroom symbolisch voor de gekte die in elke kunstenaar huist? Terwijl ik de techniek van dat beeld zat te bewonderen die het nette (het keurige van de perfecte vormen – cirkels, de afgemeten trappetjes, de truttige hekjes) met het ruwe (roestend ijzer) in zich verenigde, was René al doorgelopen naar de volgende beeldengroep van deze kunstenaar: Grosse Geister.
Waow, de Grosse Geister. NICE. Hilarische, kinderlijk verbaasd kijkende michelinmannen waar gesmolten uitsteeksels vanaf bungelen en die zelf maar geen vorm of plek lijken te vinden. Als dwerg loop je tussen deze beelden door maar beseft je meteen dat je zeker net zo’n grote geest bent als de afgebeelde wezens. En dan schiet je door de kop, oh ja, het zijn maar beelden zelfs. Ontsproten aan iemands brein en bestaande uit aluminium en lucht. En alles wat we erin zien zit in onze kop. Grote Geesten. Machtig. Ik stond te grinniken. +veel voor Schütte.
De uitleg bij de kunstwerken is een bron van vermak op zich. Onze erepenning gaat naar het volgende: “Het werk van Berlinde de Bruyckere gaat over de verontrutse schoonheid van onderdrukte verlangens en verdrongen angsten, over de sublimering van de dood.” Een dijk van een promotekst, die je knipplak op werkelijk elk kunstwerk in de wereld kan toepassen. ik zou zeggen: noteren voor later gebruik. Maar het allerfijnste was toch Grijs Vierkant, dat de kunstenaar Gerhard Richter helaas niet zo heeft genoemd maar “Graues Bild”. Het ei blijft hervonden worden, ook in de Kunst, vooral in de Kunst.
Na wat pixelschilderijen en gekke perspectieffoto’s van ramen begin ik het een beetje beu te worden. De kunst-allergie speelt weer op. Zelfs een mooie reeks ondersteboven hangende nachtleven-weerspiegeld-in-rimpelend-water foto’s kan daar niet aan afdoen. Ook OZ lijkt het beu. Terug naar het bier, stel ik voor. Er wordt ja geknikt. Cultuuroverdosis. Als kleine kinderen doen we een speels walsje in de draaideur, 180 graden rond, terwijl mensen wachten. Mensen met heel serieuze gezichten. Die zich ergeren dat we zo speels doen in een culturele plek waar zwaarbetaalde kunstenaars net met hén hebben lopen spelen. En die zeker niet pal na het museum een groot witbier gingen zuipen. Hoe kunnen zulke mensen toch bestaan ?
kleinzoon

De kleinzoon van Lowy is net zijn groot vader
hij stuurde deze op voor het kutland siteje schreef hij er bij
Lowy
Dat is het leven (91)
Huwelijk 1964.
Na enkele weken met deze meid te zijn opgetrokken ze woonde intern als dienstmeid bij een dokter bleek dat ze in verwachting was van mij.Ik de doorgewinterde zeebonk zou vader worden.En ja uit goed fatsoen voelde ik me wel enigszins verantwoordelijk maar een echte huisvader dat zou ik nooit worden.Ik was wel erg trots toen mijn eerste zoon geboren werd.
De aangifte op het gemeente huis vierde ik echt 3 dagen in diverse kroegen.
Toen ben ik aan de wal gebleven heb werk gevonden in de horeca en ben gehuwd in 1964 met haar.Maar ja ik was en bleef Lowy de zeeman.Ik nam het niet zo nauw met de plichten als huwelijks trouw etc.Ik werkte dag en nacht en ging nog steeds op stap.Het huwelijk was van het begin af aan niet goed maar ja je had de verantwoordelijke taak en die probeerde ik zo goed en zo kwaad te vervullen.Mijn ouders waren erg blij toen mijn eerste zoon geboren was.Jammer genoeg zijn mijn Vader en Moeder veel te vroeg gestorven mijn zoon was pas 3 toen stierven mijn ouders vrij kort na elkaar. Ondanks dat ik geen echte huisvader was probeerde mijn vrouw het huwelijk recht te houden en er kwamen nog 2 zonen bij.
Maar ik was nog steeds mijn vrije leven gewend en bleef maar uitgaan en ik was ook niet monogaam.Ondanks het feit dat ik thuis ruim voldoende aan mijn trekken kon komen op sex gebied bleef ik die veroveraar in hart en ziel.Maar de moeder van mijn 3 zonen was een echte moeder die volgens mij de beste moeder aller tijden was voor haar kinderen.
Een zwarte dag in mijn leven ,mijn jongste zoon verongelukte.
En na enkele jaren besefte ik dat het voor mij onmogelijk was om iemand te beminnen en ook nog verstandig te zijn!Het heeft mijn leven erg veranderd!Ik besefte bij de dood van mijn zoon pas dat ik lange tijd vergeten had te leven.
Toen bedacht ik als je beter kan,dan moet je beter gaan.Ik was echt niet voor een gat te vangen.
Na 18 jaar is dit huwelijk dan ook ontbonden en ben ik op me zelf gaan wonen.
Ik heb en had grote bewondering dat die vrouw mij zo 18 jaar geduld heeft ze was een goede moeder voor onze kinderen.Maar onze karakters lagen te ver uiteen.En het ergste wat mij de ruige zeebonk kon overkomen was de dood van mijn lievelingszoon de jongste van de 3 zonen Ronald ,ik was toen al gescheiden .Hij is dodelijk verongelukt .Ik denk nog dikwijls aan die jongen.Hij was nog zo jong.
© 2026 KutBinnenlanders.nl
Theme by Anders Noren — Up ↑

Reactietjes