KutBinnenlanders.nl

Maand: oktober 2009 (Page 4 of 5)

Inburgering (7)

Het was allemaal vrij toevallig – zaterdagavond heb ik, na optredens van Straf en Dovemansoren in Tilburg meegepikt te hebben, nog even wat nagebabbeld bij het duo Dovemansoren thuis. Één van hen kwam aanzetten met de DVD-box van Godfried Bomans getiteld ‘Een Hollander Ontdekt Vlaanderen‘, na wat van mijn eigen observaties van hier bij de zuiderburen aangehoord te hebben. Mocht ik lenen. In de loop van deze week heb ik, wanneer de tijd het mij toestond want opvallend genoeg heb ik het als werkeloze altijd drukker dan wanneer ik weer eens een tijdje onder de werkgevelijke pannen ben, er al een beetje naar gekeken. Machtig mooie afleveringen van de bijna epische lengte van zo’n drie kwartier elk, waar Bomans, zichtbaar genietend, met ouwetjes van dagen, jongeren die nog nat achter de oren zijn, en menig hooggeplaatst functionaris babbelt, en door de Vlaamse natuur slentert, onderwijl mijmerend over de mystiek van het Vlaamse land. Dit zeg ik na slechts twee afleveringen (nog twee te gaan), maar met name de tweede ervan raakte mij nogal.

Waar de eerste aflevering zich veel meer op het politieke, en daarmee redelijk achterhaalde vlak begaf, richt de tweede aflevering zich op taal, cultuur en verdwijnende natuur. De kwestie van de eerste aflevering, namelijk dat de nederlands sprekende Belg de ultieme underdog is in eigen land, en dat de Vlaamse Beweging dapper tot aan Brussel probeert op te rukken, en bovendien de Walen nog de financiëel krachtigere buurtjes waren, dat is bijna veertig jaar na dato wel geweest. De vlamingen bekijken inmiddels eerder of ze de noodlijdende franse helft niet kunnen dumpen, om zo, zoals toen ook al gold (puntje uit aflevering twee), meer ‘Europees’ mee te kunnen tellen. Maar in aflevering 2 gaat Bomans echt lekker los. Het curieuze verschijnsel van de provinciale dialecten die zo de eigenheid van de lokale vlamingen behoudt, waar ABN wellicht een universeler verstaanbaar communicatiemiddel is maar hen zich niet toelaat zichzelf uit te drukken op het niveau dat hun ‘eigen taal’ doet, dat is heden ten dage nog steeds waar. Evenals het verschijnsel dat een Belg vaak nogal wat extra ‘elleboogruimte’ krijgt en/of neemt bij zijn werkzaamheden en zo dus hard en snel kan werken zonder al teveel zinloze vergaderingen en bureaucratische toestemmingsverleningen (al kunnen inmiddels verscheidene grotere organisaties in dit land daar toch ook al wel wat van). Bomans probeert, romanticus als hij is, nog aan te kaarten dat het wel jammer is dat meer en meer ‘jonge schrijvers’ (toen dan hè) van dat volkse taaltje af wilden om vooral maar onder het ‘gezellige’ imago uit te komen, en dat de authentieke vlaamse natuur meer en meer moet wijken voor kille stedelijkheid, is ook ruim na zijn dood, mijns inziens dan, nog lang niet echt aan de orde. Zijn onterechte vrees voor de toekomst van de Vlaming oogt echter volledig authentiek als je hem ziet genieten van het echte Vlaamse geklap, als hij uniek-Belgische woorden uit het woordenboek uitlicht, en als je hem al pijprokend door het prachtige Vlaamse landschap ziet wandelen.

Daar is nog altijd veel van over. Van die authentieke lokale identiteit en -taal. Als daar zelfs niet gewoon álles nog van over is, zoals ik dagelijks op straat, op café, waar ik maar ga of sta merk. Van de natuur – puur sprekende voor de Nederlandse parken die ik bezocht heb, die mogen zich, vergeleken met de talloze stukken machtig mooi groen hier overal in de stad rondgeslingerd, met geen greintje recht ‘park’ noemen. Een paar afbladderende platanen of fantasieloze dennen en een glijbaantje is geen párk, lieve KutBinnenlanders. Dat is enkel een veredeld grasveldje. Die venijnige moppen over ons ‘Ollanders, niet zozeer over onze spaarzaamheid maar over dat we vooral maar lekker kunnen gaan verdrinken zonder dat de zuiderbuurtjes er één traan om gaan laten, die worden ook nog altijd vaak verteld. En als in een hip café waar ik vaak en graag kom, tussen de neonverlichting, de Bacardi Breezers, de schaarsgeklede dames in de dance-muziekclips, en de moderne zetels, even een paar authentiek Gentse plaatjes achter elkaar gedraaid worden, brult jong en oud die broederlijk en luidkeels mee, in vol dialect. Als Bomans nog onder ons was geweest – hij stierf later in datzelfde jaar 1971 – had hij het vast een zeer tevredenstellend gegeven gevonden. Dat Vlaanderen er nog altijd is. En dat er voor een Hollander dus nog een hoop te ontdekken blijft.

Heerlijk. Ik heb nóg twee afleveringen te gaan. Beetje spaarzaam mee omspringen want voor je ’t weet is het anders weer voorbij.

Ken ‘Uw’ Land (3)

Eind deze maand mag ik pas naar mijn eerste inburgeringscursus-les. In aanloop daarnaartoe ben ik met allerlei thema’s bezig over inburgering. Maar wie daarnaar benieuwd is: ik ga dat heus niet direct meteen subiet toutdesuite uittikken hoor. Stop dus maar met F5-en, en wacht verdorie maar eens gewoon zoals iedereen moet wachten zo af en toe. Houdt u ondertussen maar even lekker bezig met de laatste van de raadplaatjes. En éérst zien te raden, dan pas spieken. Ik kan alles zien in de statistieken.
Continue reading

Ondertussen, bij Wouter Bos thuis aan de zondagse brunchtafel

Bertje Brussen heeft een grappig dingeske voor degenen onder u met enige schrijfambities. Klik hier voor meer info. Kort gezegd: schrijf een dingetje van maximaal achthonderd woorden met als titel: “Ondertussen, bij Wouter Bos thuis aan de zondagse brunchtafel”. Natuurlijk heb ik, voordat ik u allen tipte, zelf ook even mijn hand eraan gewaagd. En dat gaat heus de prestigieuze voorpagina van De Jaap niet halen, daar maak ik me geen illusies over. Maar dat is niet erg, want we hebben de grote zandbak van KutBinnenlanders.nl nog ! Dus na de vouw kunt u zien wat ik er zelf van gebrouwen heb. Ook inspiratie ? Mail gewoon even naar Bertje en maak er wat leuks van !
Update: Ik zie nu pas dat je er ook een abonnement op de VARA-gids mee kunt winnen. Had even beter moeten lezen. Misschien dat ik toch de inzending maar in moet trekken – ik kijk geen TV, plus hier in Den Bels heb ik geen fuk aan de VARA gids.

Ondertussen, bij Wouter Bos thuis aan de zondagse brunchtafel Er vielen wat krumels naast zijn bord. Fronsend keek hij ernaar en twijfelde even. Opdippen met natte vingers, of laten liggen ? Laten liggen was wellicht wat nonchalanter, wat minder kruidenaarsachtig, maar het trok wel fruitvliegjes aan. Al twijfelend voelde hij bovendien wat aardbeienjam vanaf zijn boterham op zijn onderlip druipen. Ook zoiets. Was hij niet beter voor hagelslag gegaan ? Misschien iets meer cholesterol, maar het was oh zo lekker. Als kind hield hij er al van. Dan klaterden de kleine hagelslagkorrels op zijn bord en met zijn natte vinger redde hij ze dan, hop, zijn mond in. Ú-ren kon hij zo met zijn hagelslag spelen. Dat had je niet met aardbeienjam. Maar ja, dat was dan weer gezonder. En vanaf het label op het potje lachte een vrolijk poppetje je toe. Het lachende poppetje deed hem onwillekeurig denken aan zijn neefje. Die lachte hem ook altijd toe. Lachtte. Even twijfelde er een traan in zijn traanbuis. Met een krachtige hand pakte hij zijn glas melk. Bijna had hij het aan de lippen gezet. Hij keek even naar de melk. Niet dat die bedorven was, verre van – in huize Bos was álles vers, verdomme – maar toch. Melk kwam in dit land van Nederlandse koeien en via een collega had hij begrepen wat daar allemaal mee uitgevreten werd. En wat die zélf uitvraten. Hij staarde even besluiteloos naar kleine stukjes die in de melk ronddwarrelde. Volle melk had hij gekozen, uit de koelkast. Die stond naast de halfvolle melk en de magere melk. Altijd haalde hij alledrie – en vérs – want hij wist nooit zeker waar hij precies zin in had, bij zo’n brunch. Bij het inschenken had hij nog sterke zin gehad in volle melk, maar nu wist hij het niet zo zeker meer. Misschien was magere melk wel beter, ook omdat zijn spijkerbroek de laatste tijd wat begon te knellen. Ja, dat nieuwe baantje van hem deed zijn broekriem niet veel goeds. Hij zat al een gaatje groter dan hij gewend was. Maar was van een gaatje vallen niet beter dan van een graatje vallen ? Hij likte zijn lippen terwijl hij erover nadacht.
Wat hij wel zeker wist, was dat op zondagen de brunch zijn favoriete maaltijd was. Niet te vroeg, zoals ontbijt meestal was, en niet te laat, wat dan weer een onbetwiste lunch zou zijn. Nee, er lekker zo tussenin. De man – of vrouw – die de brunch had uitgevonden, verdiende een onderscheiding. Hij zou eens polsen binnen het kabinet of daar nog een potje voor was. Een Nederlandse medaille voor de uitvinder van de brunch. Of zou daar dan mee gespot gaan worden ? Wat zouden de media ervan maken ? Hij zette het glas terug op tafel en legde de boterham terug op zijn bord. Hij stond op en staarde uit het keukenraam naar het regenachtige weer buiten. Altijd regen in dit land. Nooit eens een écht lekker zonnetje. Alsof zelfs het weer altijd maar een beetje heen en weer schipperde tussen extremen. Nooit échte vorst, bijna nooit genoeg voor een elfstedentocht in ieder geval, en nooit échte zomer. Altijd maar dat benauwde geneuzel onder een bewolkte hemel. Eigenlijk hield hij helemaal niet zo van dit land. Hij was liever in een zonniger gebied. Maar ja, er waren zo weinig zonnige gebieden waar men Nederlands sprak. En de gebieden die er zijn, daar valt weer geen salaris te behalen. Hij ging terug aan de brunchtafel zitten. Staarde naar zijn boterham. Staarde naar de jamdruppel op het tafelkleed. Staarde naar de melk. Een nieuwe frons vormde zich in zijn voorhoofd. Nee, besloot hij, ik heb eigenlijk helemaal geen zin in brunch. Hij pakte daadkrachtig zijn bord en glas op, opende de koelkastdeur en plaatste de hele boel op het bovenste rek. Hij keek even en verplaatste toen de boel toch maar naar het middenste rek. Toen sloot hij de deur, de melk en de boterham konden wel wachten tot de lunch. Hij was één stap verwijderd van de koelkast toen hij weer omdraaide en toch maar zijn brunch opnieuw uit de koelkast pakte. Het was toch de op drie na belangrijkste maaltijd van de dag, immers.

Inburgering (6)

Spijtig, mensen, spijtig. Niet alleen mocht ik mijn uitleggende gesprek bij het tekenen van het inburgerings-contract niet filmen of opnemen, hetzelfde geldt voor de cursus. Misschien moet ik ophouden met die dingen netjes te vragen en gewoon brutaal mijn camera in mijn jaszak verstoppen. Maar daar is ’t nu te laat voor, ik ben gewaarschuwd:

Geachte heer van Densen,

Ik verwijs naar uw mail van 05/10 waarin u de leerkracht toestemming vraagt om de les op te nemen.
U bent van harte welkom in onze les (die we voor u zullen organiseren als een individueel info-moment) maar opnames, van welke aard dan ook, kunnen we niet toestaan.

Dank voor uw begrip.

Vriendelijke groeten,

****** ********
Coördinator Maatschappelijke Oriëntatie

Dat wordt dus een hilluboel onthouden als ik daar nog een beetje interessante stukjes van wil gaan brouwen. Aantekeningen. Steno. Potloodstreepjes op het puntje van mijn tong. Dank u, lief publiek, dank u. Ik kan u niet zeggen hoezeer ik hier naar uitzie. Echt, kan ik niet zeggen.

« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders Noren — Up ↑