KutBinnenlanders.nl

Dag: 7 oktober 2009

Ondertussen, bij Wouter Bos thuis aan de zondagse brunchtafel

Bertje Brussen heeft een grappig dingeske voor degenen onder u met enige schrijfambities. Klik hier voor meer info. Kort gezegd: schrijf een dingetje van maximaal achthonderd woorden met als titel: “Ondertussen, bij Wouter Bos thuis aan de zondagse brunchtafel”. Natuurlijk heb ik, voordat ik u allen tipte, zelf ook even mijn hand eraan gewaagd. En dat gaat heus de prestigieuze voorpagina van De Jaap niet halen, daar maak ik me geen illusies over. Maar dat is niet erg, want we hebben de grote zandbak van KutBinnenlanders.nl nog ! Dus na de vouw kunt u zien wat ik er zelf van gebrouwen heb. Ook inspiratie ? Mail gewoon even naar Bertje en maak er wat leuks van !
Update: Ik zie nu pas dat je er ook een abonnement op de VARA-gids mee kunt winnen. Had even beter moeten lezen. Misschien dat ik toch de inzending maar in moet trekken – ik kijk geen TV, plus hier in Den Bels heb ik geen fuk aan de VARA gids.

Ondertussen, bij Wouter Bos thuis aan de zondagse brunchtafel Er vielen wat krumels naast zijn bord. Fronsend keek hij ernaar en twijfelde even. Opdippen met natte vingers, of laten liggen ? Laten liggen was wellicht wat nonchalanter, wat minder kruidenaarsachtig, maar het trok wel fruitvliegjes aan. Al twijfelend voelde hij bovendien wat aardbeienjam vanaf zijn boterham op zijn onderlip druipen. Ook zoiets. Was hij niet beter voor hagelslag gegaan ? Misschien iets meer cholesterol, maar het was oh zo lekker. Als kind hield hij er al van. Dan klaterden de kleine hagelslagkorrels op zijn bord en met zijn natte vinger redde hij ze dan, hop, zijn mond in. Ú-ren kon hij zo met zijn hagelslag spelen. Dat had je niet met aardbeienjam. Maar ja, dat was dan weer gezonder. En vanaf het label op het potje lachte een vrolijk poppetje je toe. Het lachende poppetje deed hem onwillekeurig denken aan zijn neefje. Die lachte hem ook altijd toe. Lachtte. Even twijfelde er een traan in zijn traanbuis. Met een krachtige hand pakte hij zijn glas melk. Bijna had hij het aan de lippen gezet. Hij keek even naar de melk. Niet dat die bedorven was, verre van – in huize Bos was álles vers, verdomme – maar toch. Melk kwam in dit land van Nederlandse koeien en via een collega had hij begrepen wat daar allemaal mee uitgevreten werd. En wat die zélf uitvraten. Hij staarde even besluiteloos naar kleine stukjes die in de melk ronddwarrelde. Volle melk had hij gekozen, uit de koelkast. Die stond naast de halfvolle melk en de magere melk. Altijd haalde hij alledrie – en vérs – want hij wist nooit zeker waar hij precies zin in had, bij zo’n brunch. Bij het inschenken had hij nog sterke zin gehad in volle melk, maar nu wist hij het niet zo zeker meer. Misschien was magere melk wel beter, ook omdat zijn spijkerbroek de laatste tijd wat begon te knellen. Ja, dat nieuwe baantje van hem deed zijn broekriem niet veel goeds. Hij zat al een gaatje groter dan hij gewend was. Maar was van een gaatje vallen niet beter dan van een graatje vallen ? Hij likte zijn lippen terwijl hij erover nadacht.
Wat hij wel zeker wist, was dat op zondagen de brunch zijn favoriete maaltijd was. Niet te vroeg, zoals ontbijt meestal was, en niet te laat, wat dan weer een onbetwiste lunch zou zijn. Nee, er lekker zo tussenin. De man – of vrouw – die de brunch had uitgevonden, verdiende een onderscheiding. Hij zou eens polsen binnen het kabinet of daar nog een potje voor was. Een Nederlandse medaille voor de uitvinder van de brunch. Of zou daar dan mee gespot gaan worden ? Wat zouden de media ervan maken ? Hij zette het glas terug op tafel en legde de boterham terug op zijn bord. Hij stond op en staarde uit het keukenraam naar het regenachtige weer buiten. Altijd regen in dit land. Nooit eens een écht lekker zonnetje. Alsof zelfs het weer altijd maar een beetje heen en weer schipperde tussen extremen. Nooit échte vorst, bijna nooit genoeg voor een elfstedentocht in ieder geval, en nooit échte zomer. Altijd maar dat benauwde geneuzel onder een bewolkte hemel. Eigenlijk hield hij helemaal niet zo van dit land. Hij was liever in een zonniger gebied. Maar ja, er waren zo weinig zonnige gebieden waar men Nederlands sprak. En de gebieden die er zijn, daar valt weer geen salaris te behalen. Hij ging terug aan de brunchtafel zitten. Staarde naar zijn boterham. Staarde naar de jamdruppel op het tafelkleed. Staarde naar de melk. Een nieuwe frons vormde zich in zijn voorhoofd. Nee, besloot hij, ik heb eigenlijk helemaal geen zin in brunch. Hij pakte daadkrachtig zijn bord en glas op, opende de koelkastdeur en plaatste de hele boel op het bovenste rek. Hij keek even en verplaatste toen de boel toch maar naar het middenste rek. Toen sloot hij de deur, de melk en de boterham konden wel wachten tot de lunch. Hij was één stap verwijderd van de koelkast toen hij weer omdraaide en toch maar zijn brunch opnieuw uit de koelkast pakte. Het was toch de op drie na belangrijkste maaltijd van de dag, immers.

 

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑