Pak me, pak me, pak me, pak me uit
Pak me, pak me, pak me, pak me uit
Pak me, pak me, pak me, pak me uit
Pak me, pak me, pak me, pak me uit.
Er ligt al tijden een pakje in mijn ladekast
Af en toe pak ik het vast en streel over de verpakking
Het lonkt me als de zee het schip in fles met drie-mast
Ik zie het en dan denk ik vaak: ik laat jou met mij te water, ooit.
Jij bent een cadeautje, waarop ik me verheug
het jou en mij te geven, te legen in een lange teug
Ik pak jou vast, pak jou pas uit
als je in mijn armen ligt
en wakker wordt als in mijn tweede jeugd.
Pak me, pak me, pak me, pak me uit
Pak me, pak me, pak me, pak me uit.
Vroeger kocht jij weleens een Barbie-Ken voor het idee
en vormde met dat speelgoed in jouw dromen mijn gestalte
Maar gelukkig heb je nu ook andere modellen in de kerstmis-slee
Eens sta ik op jouw verlanglijst, ben ik je eerste keus-mens, hier.
(refr.)
Maar de goede fee en sinterklaas
komen sindsdien niet eens meer thuis
zoeken de hele wereld af naar dat pakje in mijn la
Ik weet het, maar verklap het niet
want word dan ooit met jou verrast
En misschien biedt jij je nog eens aan
in net die etalage waar zij vanavond nog
nog één keer voor gaan staan.
Cadeautje
Hoofd zonder bloed noch wonden
Ik stel me snel even voor: ik heet Y en ben een witte bloedcel. Ik leef ingesloten in een lichaam. Zolang als dit lichaam leeft, leef ik mee.
Nu is het welletjes geweest. Genoeg! Ik wil meer levensruimte. Ik ben daarom nog geen Duitser, heb zelfs geen nationaliteit enkel een witte identiteit al zullen er zijn die me blank willen noemen, mag ook.
Pst, ik slaag erin tot net onder de huid te geraken en in een puist te schuilen. Hoera! Hij of zij knijpt de puist uit, ik kom los met een knal.
Nu zweef ik in een baan rond de aarde.
Gemis

Dierenleed (deel hoeveel)
De zebra heeft gefaald, ze heeft de streep niet gehaald. Zo ook de krokodil, geveld door een kokosnoot die viel op haar kop.
Geen mier raakt ooit verpletterd onder haar vracht.
Amper heeft Mila zich als werkbij aangemeld of ze druipt al van de honing. Ze weet raad met die raat.
De zelfhulpgroep ‘Sta de huiskat bij’ is ontbonden. Er was geen kat geïnteresseerd.
Thomas B. overweegt een zelfhulpgroep voor honden op te richten, ‘Wat we zelf uitrichten kan ons beter africhten’.
De zwarte panter komt in dit verhaal niet voor.
Op de fiets
Een interland
De koning der Belgen, Filip, en zijn gezin gaan al eens fietsen. Meestal op zondag. De vorst kan zich dan geheel en al toeleggen op vrouw en kinderen. Want ja, de koningin fietst mee. De vorst is dan de koning te rijk.
Kees is geen koning maar voelt zich te rijk. Hij had net een vrouw genomen in de Koninklijke positie, ook wel de lepels genoemd. Beide waren vorstelijk klaargekomen. ’s Ochtends nogmaals.
Nu fietsen beide uitgelaten door de polder, wat een binnenland!
Van oude dingen, rakkers en rukkers
Waar wij, oude rakkers, geneigd zijn iemand toe te roepen: ‘de boom in!’, zo roept de jeugd ons toe: oude boemers.
Zijn wij dan boemeltreinen? Ik vermoed dat het gaat om een soort struik, afgeleid van een boem of een boom.
Wat ook kan is dat wij iemand toeroepen: ‘de pot op!’. Die ligt een stuk lager dan de boom en is makkelijker bereikbaar. De associatie met rukkers is snel gemaakt.
Zelf roepen wij de jeugd niets na. We wensen hen al het goede, ook al hebben wij onze korter wordende toekomst goed verzekerd en hun wereld naar de knoppen geholpen.
Zo gezegd, hoe doe je het dan?
‘Geniaal? Zal ik je eens wat vertellen? Nee dan, dat wil je niet dat ik wat zeg. Ik zwijg al’.
Denk je echt dat het er telkens zo aan toe gaat?
‘Gezellig, hoor, zo is het best gezellig. Wat los van de wereld, zie je. Een paar centimeter van de grond geraakt. Maar wel samen. Dat nou maakt het gezellig’.
Denk je ook dat het er vaak zo aan toe gaat?
Er zijn nog andere mogelijkheden. Die verbleken in het licht van deze twee. Denk je ook niet?
O hoe dartel
Het dartelen staat me nader dan de dop, nu ik niet meer werken moet.
Op de dop krijg je het stempel ‘werkloos’ op je voorhoofd gedrukt.
Gelukkig niet als brandend ijzer in de billen.
In doppere verwarring liet ik arbeid en arbeidsmarkt achter en had ze liggen.
Auto
Het is, het moet gezegd, een oude wagen. Schattingen gewagen van vijfentwintig jaar, misschien wel dertig.
De expert is formeel: tweeëndertig.
De eigenaar weet dat al langer maar krijgt geen stem in het kapittel. Dat laatste gaat immers enkel over de handelswaarde.
De eigenaar over passie. De carrosseriekleur glimt nog steeds.
Zijn vrouw heeft een glimmende huid met slechts enkele rimpels.
Ja moet het woord zijn!
Ik wil je niet kwetsen, want ik weet hoe dat voelt
Ik ben zo langzamerhand samengesteld
uit bijna allemaal met pijn gevulde cellen
Ik wil voor ons het beste, want zo ben ik bedoeld
Ik ben van oudsher tegen alle geweld
Ik heb jou nodig om van samen te kunnen vertellen.
Geef mij de moed om jou te kussen
Doe een stap vooruit en wenk me
En tank ons met een ja in je woorden
onze liefde in.
Ja. Ja, Ja
Ja moet het woord zijn!
Ik sta hier te aarzelen, ben vaak genoeg afgewezen
Ik wil zo graag geloven dat het goed zit
maar heb een beetje overreding van je nodig
En waarschijnlijk zal ik bazelen, je moet me willen lezen
Dus, kijk door de fouten in mijn spel met jou, want uiteindelijk overbodig.
Ik ben boos op iedereen die me afwees
Maar niet op jou 2x
Tip: raak me aan!
(refr.)
Ik wil jou, ik kies jou
De liefde koos ons samen uit
Luister naar je hart, niet naar de angsten
En we komen er wel uit.
(refr.)
© 2026 KutBinnenlanders.nl
Theme by Anders Noren — Up ↑


Reactietjes