Klaas zat vaak met mij ’s ochtends op de trein. We woonden in dezelfde stad en werkten in dezelfde zij het een andere stad. Pendelaars, weet je wel. Op een ochtend stelde Klaas voor ‘er eerst een te pakken’. Ik bedankte. Klaas had het immers zwaar te pakken. Ondanks twee middellange verblijven in een afkickkliniek hield hij het glas vol.
Ach, hij had altijd graag gedronken. Zelfs toen hij achter het stuur van zijn Porsche zat. Te zat om Porsche te donderen. Nadien heeft hij nagelaten zijn rijbewijs terug te halen. Voor de samenleving een wijs besluit.
Klaas werd niet vrolijk van al dat drinken. Op het einde echter werd hij ronduit onuitstaanbaar.
Op een dag, misschien wel een donderdag, verliet ik mijn kantoor om naar het station te lopen toen ik Klaas voor me uit zag waggelen. In dezelfde richting. De militairen die de wacht hielden aan het Paleis der Natie, waar Kamer en Senaat huizen, keken hem na. Het was een bijzonder spektakel. Ik zocht geen contact met Klaas, hij leek me te ver heen.
Verder verliep voor mij alvast de dag zoals gewoonlijk.
Klaas echter moest ’s avonds zo nodig zijn kilometerlange wandeling maken, net geen acht kilometer. Hij wou, hoe dronken ook, niet verzaken aan zijn avondwandeling. Ja, ja, het is goed. Een ochtendwandeling maak je om gezond te blijven maar een avondwandeling? Om te dwalen.
Die dag echter stak Klaas de straat over zonder te kijken. Een auto kon hem niet ontwijken. Klaas werd overreden.



Geef een reactie