De Opperpater kijkt verbaasd om me te zien. Ik heb al lang niet meer met de pubquiz meegespeeld. Hij telt de mensen in zijn team. Met hem erbij zijn het er vijf. Met mij erbij zes. Zes mensen mogen niet in een team, tenminste, tenzij ze buiten mededinging mee willen strijden. Dat wil de Opperpater niet. De Opperpater speelt keihard. Hij moet en zal winnen. Als hij niet wint, is hij er de hele week sjacherijnig van. Niet dat je dat ziet. De Opperpater lacht eigenlijk altijd.
De Opperpater belt de politie. Hij geeft hen een tip dat één van zijn teamleden verantwoordelijk was voor de destructieve herfststorm van vandaag. De storm heeft half Nederland gesloopt. De Nederlandse politie gelooft tegenwoordig alles, dus arriveren bij het café met acht politiewagens en hitsige zwaailichten. Het teamlid wordt met kracht tegen de grond geduwd en in de boeien geslagen. Dat wordt brommen. Het teamlid is consistent nutteloos in de muziekronde, dus ben ik blij dat de Opperpater toch liever mij aan boord heeft. Ik schuif bij het team aan.
Net vóór aanvang van de pubquiz, loopt er nog een onverwacht teamlid binnen. Dit teamlid is enorm goed in muziek van de jaren 70. Ik kijk angstig naar de Opperpater en zie dat hij al een plannetje smeedt. Ik weet niet voor wie. Een zweetdruppel parelt langs mijn voorhoofd.


Geef een reactie