Als het vreemde voorkomen soms wat onbehouwen overkomt, moeten we ons dan verschuilen? Of lopen we een herberg binnen, drinken ons het lazarus, stappen naar buiten op het vreemde voorkomen af, dat we vol valse moed molesteren of zo?

Ik bedoel maar, nuchter blijven heeft enkel voordelen.

Of maken we ons in gezelschap vrolijk, over weten we veel wie of wat? Daarbij hijsen we menigmaal en vergeten de glazen te tellen.

Hoe gaan we dan naar huis?

(13 oktober ’23)

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.