De ontzetting stijgt gaandeweg en treft ons doortrapt als we zijn of net niet zijn. Er is geen sprake van enig vergrijp. Het gaat er hem om dat we haast dagelijks moeten vernemen dat er weer een fietser is gedood in het verkeer.
Ja, goed, ik zal nog wel fietsen, denk ik dan. Maar zo zeker ben ik niet meer.
Naast de ontzetting groeit ook, nogal vaag weliswaar, de vrees.
Het is dat ik onlangs veel geluk heb gehad. Ik reed met de fiets haar huis, toen ik ineens het bewustzijn verloor. Blijkbaar ben ik nog een eind voortgereden alvorens ik gevallen ben. Ik noch mijn fiets hebben een schram opgelopen.
Zal ik altijd evenveel geluk hebben?


Reactietjes