De fik houdt niet fit. Wel warm, zelfs heet. Hij legt alles in de as.
Iemand kon zijn fikken niet thuis houden en staat nu op de achtergrond breed te grijnzen. Zo iemand wil ik niet zijn. Zou die persoon eigenschappen hebben die hem of haar anders maken? Als ze hem of haar maar te pakken krijgen.
In een lopende voorlopige veronderstelling noemen we deze persoon een fikker. Zijn of haar gezicht is wat geblakerd. Onder deskundigen heet hij of zij een pyromaan te zijn. Het zegt genoeg maar tegelijk te weinig. Zouden we de fikker in het strafwetboek laten opnemen?
Of leveren we hem of haar over aan de schrijvers? Die maken er misschien brandhout van. Ergens brandt iemand van verlangen.


Geef een reactie