Wij hier te lage landen bij de zee, die eens wie weet eerdaags zullen wegspoelen, al is er ook kans dat ik het niet meer meemaak, zijn het gewoon geworden dat de zon traag ondergaat.

De dag dat de zon zomaar plots uit de hemel in een ruk zou ondergaan achter de kim, zouden we als een veeg teken beschouwen. Aan de kim, niet aan de wand. ‘Dit is dan alsnog het einde. Van alles. En nog wat’.

Op zo’n ogenblik hoeven we geen gevleugelde woorden meer.

Anderzijds verblijf ik regelmatig op een ander werelddeel, waar de zon elke dag in ijltempo ondergaat. ’s Morgens staat ze in datzelfde tempo op. Ooit zat ik te vissen op de oever van een meer, toen de zon onderging. Ik kon mijn ogen niet geloven, zo snel ging het. En toch is dit dagelijkse kost.

 
Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.