Ik heb nooit een groot vermogen bezeten. Ik heb zelfs af en toe geldzorgen gehad of op smalle voet geleefd.

Hoe dan ook heb ik doorheen alle periodes in mijn leven nooit verzaakt aan goede koffie. Die kocht en koop ik nog steeds in bonen, maal die zelf en eigenhandig en zet koffie in zo’n oerdegelijk Italiaans en onverwoestbaar koffiepotje waarbij water tot stoom borrelt, door de koffie heen wordt gestoten en dan in het bovengedeelte terechtkomt en daar koffie vormt.

Op kantoor en op verschillende werkplekken las ik de Franse krant le Monde, samen met de Frankfûrter Algemeine en het NRC het topje van nieuwsgaring. De firma’s waar ik werkte vonden die krant belangrijk. Terecht. Keurig foutloos geschreven en altijd waardevol nieuws.

De tijdgeest maakte dat zelfs deze krant er in het weekend een magazine tussenstak. Daarin las ik op een dag dat ik een koffiesnob ben. Een eretitel.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.