De plantkundige is tuinontwerper in hoofdberoep. Passie voor planten, wat wil je? In bijberoep echter ontwikkelt hij een plant die alsnog niet bestaat, laat staan een naam draagt.

Al jaren meet hij de vochtigheid van de potgrond, verplaatst de pot regelmatig van fris naar warm, van droog naar vochtig en omgekeerd. Hij bemest met mate. Heel af en toe knipt hij wat bij en zorgt vooral voor de ontwikkeling van de wortels. Hij heeft veel geleerd van de bonsaïkwekers maar wil toch iets anders.

Jaarlijks verpot hij de plant. De potgrond maakt hij zelf aan. In de herfst verzamelt hij gevallen bladeren of haalt hij enkele aardwormen boven. Schors in stukken vermaalt hij tot pulp. Zijn plant moet veel voedsel krijgen en dik worden. Hij wil de scherpte van het blad afstompen. Het is een subtiel werk.

Ooit zal hij een mannentong zien groeien.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.