We komen er graag volmondig voor uit, met toeters, bellen en trommels. We deinzen niet terug. Voelt het aan alsof wij u ons opdringen? Ga dan niet uit de weg. Voelt het alsof wij u omringen? Sta daar niet te staan, begin maar te zingen, dans met ons mee.

Thans halen we vol pret adem op de trompet. We willen uw oren niet verdoven noch dat u in ons gaat geloven. We verkondigen nauwelijks iets. Noch kondigen we het einde van de wereld aan. Dat komt er immers stilaan aan, hoe dan ook. Het is beter ons er uit te dansen.

We luizen niemand erin. Noch eruit. We pluizen jullie niet uit. Wel vergen we het onderste uit de kan. Al zijn er geen overwinnaars, we versagen niet. Piet zet thans de fluit in, Flor de sax. Het is noten geblazen en melodie.

Slechts als we in de afgrond zullen vallen houden we op. Houdt het op.

 
Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.