Als ik niets te schrijven weet, ga ik vaak onzinkreten twitteren. Of via het internet met vrienden chatten. Ik chat dan makkelijk duizenden woorden op een avond. Zou het kies zijn om die chatgesprekken als een bundel uit te brengen dan zou ik best een dik boek hebben. Maar dat vinden de vrienden vast niet leuk. En als ik alleen mijn eigen woorden bundel, die heb ik tenslotte zélf geschreven, dan snapt het publiek er niks van. Maar ja, het publiek snapt toch vaak niets van wat ik schrijf. Misschien dat ik mede daardoor een krimpend publiek heb. Niet dat de leden van mijn publiek korter worden. Ik dwaal af.

Ik weet weer niets te schrijven. Ik chat met een vriend. Mijn vriend is schrijver, want boekje, dus dan is het zo. Ik onderdruk de neiging op een verhaal van hem terug te komen. In dat verhaal beweert hij dat hij met alle schrijvers die hij kent gemaild heeft om een nieuwe literaire stroming te beginnen. Ik heb geen email gehad. Maar ja, ik schrijf dan ook voornamelijk tweets en chatgesprekken. Mijn vriend zegt dat ik gedoemd ben kruiwagen te blijven. Dat veel van mijn getalenteerde vrienden nu een mooie carrière begonnen zijn, niet zelden doordat – of nadat, over causaliteit hield hij zich achteraf toch iets op de vlakte – zij mij leerden kennen.

Hij wijzigt zijn metafoor naar een springplank. Hij stelt voor dat ik er een gedicht over schrijf en dan in een volle zaal voordraag. Het gedicht mag enkel honderden keren het woord ‘poing’ bevatten. Ik vind het geen goed idee.

Ik vertel hem van de recentste keer dat ik mijn neefjes zag. Ik zie mijn neefjes heel weinig omdat ik een slechte oom ben. De neefjes zaten te kijken naar een dvd van een wasmachinetrommel. Ik liet ze letten op de smurf die ik zogenaamd tussen de was had gezien. Om de spanning op te drijven, vertelde ik mijn neefjes dat ik niet zeker wist of de smurf zou weten te ontsnappen, of zou verdrinken in het warme wasmachinesop. De neefjes keken vol spanning, alsof ze nu ook een smurf zagen. Mijn vader had het hele spelletje niet meegekregen en was het beeld van de wasmachine beu. Het tv-scherm ging op zwart. De paniekschreeuwen van de neefjes gingen door merg en been.

Mijn vriend copy paste honderd keer het woord ‘poing’ in het chatgesprek en heeft niet gelezen wat ik verteld heb. ’s Nachts droom ik van een kruiwagen met een lekke band. Vast in de modder. Met eronder een gestikte smurf.

 
René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !