“Ik voel maatschappelijk onbehagen. Als ik een kabouter tegenkom gaat hij neer. Het is niet dat ik een misantroop ben, maar ik haat mensen. Laat staan kabouters. Kabouters zijn gecomprimeerde mensen en daarom des te haatwaardiger”, zo overdacht de president directeur grootaandeelhouder van Bananarama Consultancy. Oftewel Otto, zoals wij deze geweldenaar kennen. Hij beent door zijn kantoor. Hij maakt zich zorgen. Over van alles. En nog wat. Hij mag dan wel tot de top 10 van uitmuntendste directeuren behoren, zijn tuin wordt er niet winterklaarder door. Het maatschappelijk onbehagen neemt er geen microsiemens mee af. Laat staan dat de sociale cohesie er een opkikker van krijgt. Hij baalt ervan altijd maar afhankelijk te zijn van andere mensen. Mensen die zijn tuin winterklaar moeten maken. Mensen die allemaal een paar treetjes lager dan hem staan. Nee, die helemaal onderaan de trap staan. Die de trap vast moeten houden terwijl hij op de bovenste sport balancerend diverse ballen hoog houdt. Het valt niet mee een topdirecteur te zijn. Je maatschappelijk onbehagen wordt er niet minder van. “Waren er maar mensen zoals ik. Dan zou ik ook niet zo misantropisch zijn. En misschien zou ik dan ook niet zo’n hekel aan mensen hebben.”


Geef een reactie