Platjes,zakratten of schaamluis.

Het gebeurde wel eens een heel enkele keer dat een bemanningslid wat op liep bij een griet in een haven.Maar gelukkig nooit iets ernstigs want van Aids had men toen nog nooit gehoord.Wel kon je een druiper op lopen.Dat was gewoon een lichte infectie die met 2 spuiten penciline binnen 4 dagen te genezen was.

Penceline spuitje in je bil en na 3 dagen was je weer zo gezond als een vis.

Gelukkig heb ik zelf nooit iets opgelopen ondanks dat ik overal wel eens plat ben gegaan.Ik had mijn verstand dan ook in mijn broek zitten zeiden ze vroeger

.Als men mij daar aan de wal ooit iets over vroeg zei ik altijd och nee ik lik die poes eerst altijd goed schoon.En heb hooguit wat meer last van keel ontstekingen gehad ha ha die grap deed het altijd erg goed.

Ik had op het schip ongeveer 500 wegwerp flesjes van bier gespaard die gingen normaal gesproken over boord als een bemanningslid het flesje leeg had.Maar daar in Afrika ontving ik er 25 dollar voor van de shipshandler die kocht ze van me op.Dus dat was weer een mooie spaar cent voor me.

Maar op een van mijn reizen hadden we een matroos aan boord die vertelde me dat hij last van Zakratten of wel platjes genaamd had.Dat zijn kleine beestjes die zich in je schaamhaar nestelen en die wel erg veel voor overlast veroorzaken vooral jeuk aan je zak.

Ik zag er wel humor in en gaf hem de volgende raad om er van af te geraken.Ik zei ga naar de bootsman wat petroleum halen en giet dat over je edele deel.

Hij heeft dat gedaan maar door dat zijn huid wat geirriteerd was door al dat krabbenm sprong hij 1 meter de lucht in van de pijn.Maar de volgende dag was hij ze wel kwijt.Ik zei hem nog als je die beestjes nog eens oploopt moet je met je Piemel boven een emmer ijskoud water gaan hangen.Dan krijgen die beestjes het koud klappen in hun handjes en vallen zo in de emmer.De Matroos was me erg dankbaar en gaf me 6 blikkenbier kado als beloning omdat ik hem van die zakratten had verlost.We hebben er nog dikwijls om gelachen.

 
Lowy Cremers
Lowy Cremers
Lowy Cremers (1940) heeft een bewogen levenspad gekozen dat van kwajongensstreken in Eindhoven naar de wilde vaart leidde. Hij heeft de hele wereld gezien, is café-eigenaar geweest, is bij spannende misdaadzaken betrokken geweest, heeft een museum voor opgezette honden beheerd, heeft altijd dwars de kont tegen de krib gestoten, is door honderden vrouwen bemind geweest en leeft nu met de liefde van zijn leven in Thailand. Op KutBinnenlanders.nl verschijnt tweemaal wekelijks zijn levensverhaal.